Kruimelpad
- Home
- Alle Artikels
- Lichaam & Autonomie
- OPINIE: De bevolking blijkt genuanceerder over abortus. Waarom blijft de politiek achter?
OPINIE: De bevolking blijkt genuanceerder over abortus. Waarom blijft de politiek achter?
Wie twaalf weken een aanvaardbare wettelijke abortustermijn vindt, wijst abortus na die termijn daarom nog niet af. Zodra mensen concrete situaties voorgelegd krijgen, zoals een zwangerschap na verkrachting, moeilijke levensomstandigheden of een voltooide kinderwens, blijkt hun oordeel minder strikt. De bevolking begrijpt daarmee iets wat in het politieke debat te vaak verloren gaat: mensenlevens zijn ingewikkeld.
Dat is een van de opvallendste bevindingen uit een nieuw bevolkingsonderzoek in opdracht van LUNA abortuscentra, uitgevoerd door het onafhankelijk onderzoeksbureau Indiville ‘Wat Belgen weten en vinden over abortus - een bevolkingsonderzoek, september 2026’. Het onderzoek schetst een samenleving die genuanceerder over abortus denkt dan het politieke debat doet vermoeden. Intussen blijft de hervorming van de abortuswetgeving vastzitten in partijpolitieke onderhandelingen en wordt het gebruikt als pasmunt voor andere ethische thema’s.
De werkelijkheid past niet binnen een politiek compromis
90% van de respondenten vindt dat de zwangere persoon zelf over een abortus moet kunnen beslissen. 86% vindt dat abortus openlijk bespreekbaar moet zijn en 83% beschouwt het niet als iets om zich voor te schamen.
Die cijfers tonen niet alleen een breed draagvlak voor zelfbeschikking. Ze doorprikken ook het hardnekkige idee dat de samenleving diep verdeeld zou zijn over abortus. Terwijl het politieke debat vaak wordt voorgesteld als een zoektocht naar een moeilijk evenwicht tussen tegengestelde kampen, blijkt de bevolking veel pragmatischer en genuanceerder naar abortus te kijken dan politici doen uitschijnen.
Ze roepen ook de vraag op hoe de wetgeving rekening houdt met de uiteenlopende omstandigheden waarin mensen over hun zwangerschap moeten beslissen.
Niet iedereen ontdekt een zwangerschap meteen of kan onmiddellijk beslissen over een abortus. Geweld, afhankelijkheid, gezondheidsproblemen of financiële onzekerheid kunnen die keuze bemoeilijken. Mensen hebben soms tijd nodig om hun situatie te overzien en te bepalen wat voor hen mogelijk en wenselijk is.
De Belgische wetgeving houdt daar veel te weinig rekening mee. Langer dan twaalf weken na de bevruchting is abortus alleen nog toegestaan onder specifieke medische voorwaarden. Wie om andere redenen later een zwangerschap wil afbreken, moet doorgaans naar het buitenland. Dat brengt bijkomende kosten en praktische obstakels met zich mee, die vooral zwaar wegen voor mensen in een kwetsbare positie.
Wetenschappelijke aanbevelingen, geen politieke rekensommen
Ook de vertrouwenscijfers uit het onderzoek spreken boekdelen. 89% beschouwt artsen en zorgverleners als betrouwbare informatiebronnen over abortus, 83% vertrouwt abortuscentra en 76% vindt dat wetgeving in de eerste plaats op wetenschappelijke expertise gebaseerd moet zijn. Amper 4% procent noemt politici een betrouwbare informatiebron.
Laat dat even bezinken.
Deze cijfers zijn immers meer dan een beoordeling van verschillende informatiebronnen. Ze vormen een duidelijke boodschap aan beleidsmakers: luister naar de mensen die dagelijks met deze realiteit werken. Luister naar zorgverleners, experten en betrokkenen. Het draagvlak voor wetenschappelijk onderbouwde hervormingen is aanwezig. De vraag is waarom de politiek daar nog steeds zo moeizaam op reageert.
Aan wetenschappelijke expertise ontbreekt het immers niet. In 2023 adviseerde een onafhankelijk, multidisciplinair expertencomité om de wettelijke abortustermijn te verlengen tot minstens achttien weken na de bevruchting en de verplichte wachttijd van zes dagen af te schaffen. Experts zeggen zelf dat deze wachttijd betuttelend is en dat ze beter werken op maat van de persoon. Het rapport kwam er op vraag van de overheid zelf.
Drie jaar later blijven die aanbevelingen zonder gevolg. In juni 2026 stelde minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) een verlenging tot veertien weken voor, met een verplichte wachttijd van twee dagen. Bij een zwangerschap na verkrachting zou een uitzondering tot achttien weken gelden, na beoordeling door een multidisciplinair comité.
Waarom veertien weken, wanneer de experten minstens achttien weken adviseren? Die grens werd niet door de experten bepaald, maar tijdens de regeringsonderhandelingen vastgelegd. De wetenschappelijke onderbouwing voor die keuze blijft onduidelijk. Bovendien helpt het vrouwen nauwelijks vooruit. Slechts één op de vijf vrouwen die vandaag naar Nederland trekt, zou ermee zijn geholpen. Voor de overgrote meerderheid biedt dit geen oplossing. Zo dreigt een politiek compromis de doorslag te geven in een beslissing die rechtstreekse gevolgen heeft voor de toegang tot abortuszorg.
Abortus is geen politieke pasmunt
In juni werd de hervorming van de abortuswet ook verbonden aan de onderhandelingen over euthanasie bij dementie en draagouderschap. Na overleg sprak de federale regering af om op de drie dossiers vooruitgang te boeken, maar zonder ze noodzakelijk als één pakket goed te keuren.
Elk van die dossiers verdient inderdaad een afzonderlijk en grondig debat. Toch dreigt de hervorming van de abortuswet op die manier opnieuw afhankelijk te worden van de politieke afspraken over andere thema's. Zelfbeschikking over het eigen lichaam is geen politieke pasmunt. Gezondheidszorg hoort geen wisselgeld te zijn in onderhandelingen over andere ethische dossiers. Wanneer toegang tot abortus afhankelijk wordt gemaakt van akkoorden over totaal andere thema's, dreigt politieke tactiek zwaarder te wegen dan de noden van mensen die vandaag met ongewenste zwangerschappen geconfronteerd worden.
Hiertegen blijven we ons als feministische organisaties dan ook samen verzetten.
Laten we een kat een kat noemen
Wat dit onderzoek blootlegt, is een ongemakkelijke waarheid: niet de bevolking loopt achter op de politiek, maar de politiek loopt achter op de bevolking. Er ligt al jaren expertise vanuit het werkveld. De wetenschappelijke adviezen liggen al drie jaar stof te vergaren. En nu bevestigt ook dit onderzoek het brede maatschappelijke draagvlak voor zelfbeschikking. Waarom blijven noodzakelijke hervormingen dan vastzitten? Hoeveel argumenten heeft de politiek nog nodig om in actie te komen?
Het is tijd om het parlement eindelijk over de versoepeling van de abortuswet te laten stemmen én om abortus niet langer als een politiek strijdpunt te behandelen, maar als wat het is: een kwestie van gezondheidszorg, menselijke waardigheid en fundamentele rechten.
Dit stuk kwam via co-creatie tot stand en wordt onderschreven door:
ACV Gender
ABVV
ZIJkant
Rebelle vzw
Vrouwenraad (met uitzondering van lidorganisatie Vrouw & Maatschappij)
De Maakbare Mens
Furia
Femma
Zelle
Collecti.e.f 8 Maars
Sensoa
ella - Kenniscentrum gender en etniciteit
Dokters van de Wereld
Compagnon
FOS