Wat zou liefde doen?

<br />
<b>Notice</b>:  Undefined index: items in <b>/home/femma/apps/production/releases/20190805082358/frontend/cache/compiled_templates/7f6f1d63cd823f409c63dea54b7cfbfb_detail.tpl.php</b> on line <b>99</b><br />
{$items.title}

Foto: Bond zonder Naam

Anniek Gavriilakis, 39 jaar en directeur van Bond zonder Naam (BZN), mama van Marie-Catho (10) en Gabriel (6), liet zich in februari 2019 vrijwillig opsluiten in de gevangenis van Hasselt. “Ik ben nieuwsgierig en wou ter plekke gaan om te begrijpen hoe de leefwereld van gevangenen voelt,” vertelt Anniek. “Voorbij de woorden. Voorbij wat ‘men’ zegt.” Zelf gaan kijken en diep luisteren, werd haar dada. “Uit elke ontmoeting valt te leren. Ik denk dat het gezond is om uit je comfortzone te gaan, uit je eigen bubbel te komen. Het contact te durven aangaan, ook met buitenbeentjes die je (nog) niet kent.”

Twee jaar geleden al interviewde ik Anniek in Antwerpen, toen voor Femma en OKRA-magazine. Vandaag ontmoet ik haar bij haar thuis in Hasselt. Ze heeft soep en quiche op tafel gezet. Wat een warme ontvangst. Tijdens ons gesprek valt meermaals het woord verbinding. Bond zonder Naam kiest radicaal voor gehavende mensen: mensen in armoede en daklozen, vluchtelingen en mensen zonder papieren, gevangenen en ex-gevangenen. “Daarrond weven we allerlei activiteiten, met als grote doel en vanuit gelijkwaardigheid ‘gewone’ mensen en mensen in de rand met elkaar te verbinden.”

De herberg van Rumi

Toen ik twee jaar geleden Anniek vroeg naar God, goot ze het antwoord in een wedervraag: ‘Wat zou L(l)iefde doen?’ Als ik nu de vraag stel naar geluk, haalt ze het gedicht ‘De herberg’ van Rumi boven. De herberg als metafoor staat voor gastvrij zijn voor alles wat zich aandient in je leven. Het is goed open te staan voor elke emotie die op je deur klopt: van vreugde tot razernij, van verdriet tot venijn. Het gedicht gaat over voelen, doorvoelen van alles wat er op je pad komt. En vanuit die plek te leren over jezelf en te kiezen hoe jij je leven wil vorm geven. Soms word je ook uitgedaagd om groter  te zijn dan jezelf. Twee jaar geleden ben ik gescheiden. Op zo’n moment word je als ouder uitgenodigd groter te zijn dan je eigen ego, je eigen verdriet, je eigen boosheid. Om erdoorheen te ademen en te laten zijn. Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan maar als het lukt, voel je dat het de moeite waard is.”

Wat zou liefde doen?

Op twee jaar tijd is de visie van Anniek niet veranderd. Ze stelt nog altijd de vraag: wat zou liefde doen? Zeker in haar werk voor gevangenen, daklozen en vluchtelingen. Verschil is wel  dat ze die vraag is gaan uitdiepen. Anniek liet zich een week vrijwillig opsluiten in de gevangenis van Hasselt (ze verbleef een halve week in de vrouwengevangenis en een halve week in de drugvrije mannenafdeling), ze trok een zomer op met een dakloze in Antwerpen, en ze verblijft straks drie dagen in een opvangcentrum voor asielzoekers in Lommel.

“Tijdens de wandeling met een gevangene ontdekte ik de dader in mezelf. Er waren dingen waar ik me niet langer voor kon wegstoppen.”

In de gevangenis

Eerst de gevangenis. Ik vraag Anniek naar een moment dat zal bijblijven. “Het strafste moment was toen de rollen zich omkeerden,” vertelt Anniek. “Ik was de gevangenis ingegaan zonder al te hoge verwachtingen. Ik dacht: ik ga luisteren. Tot ik zelf brak. Het was op de drugsvrije mannenafdeling. Ik lag op mijn bed en kon niet meer recht. Toen kwam Tom (*) binnen, 44 jaar. Hij keek me aan en zei: het gaat niet? Ik had de keuze. Ik kon zeggen: nee, het gaat niet. Of ik kon zeggen: het gaat wel, vertel jij maar. Ik koos eerlijk te zijn: nee, het gaat niet. We zijn toen gaan wandelen, hebben rondjes gedraaid op ‘de wandeling’. Ik heb verteld en Tom heeft geluisterd. Het is niet omdat je een moordenaar bent dat je geen goede luisteraar kunt zijn. Waarmee ik niet zeg dat wie zware fouten heeft gepleegd, niet zwaar moet worden gestraft. Ik praat niets goed. Maar Tom luisterde. Al wandelend ontdekte ik de dader in mezelf. Dingen waar ik me niet langer voor kon wegstoppen. Tom zei: “Wij zijn meester in het wegstoppen, in het bedenken van smoezen, in het rationaliseren van ons gedrag. De grootste gevangenis is dat je je verantwoordelijkheid niet neemt, dat je blijft wijzen naar anderen als (mede)schuldige. Ga naar de mensen tegenover wie je iets fout hebt gedaan.” Toen ik uit de gevangenis kwam, heb ik dat gedaan. Ik ben sorry gaan zeggen. Dat was ongelooflijk bevrijdend. Ik  kreeg nieuwe energie. ”

Als mens zijn we gelijk

“Na dat voorval ben ik gaan nadenken. Als BZN hebben we onze gevangenenwerking. We leiden ex-gedetineerden op tot spreker voor (hoge)scholen, we hebben 250 briefschrijvers die brieven schrijven naar gevangenen en we gaan  vijf maal per jaar met groepen burgers de gevangenis bezoeken. Dan zitten we met directie, cipiers, gevangenen en burgers in een ronde en praten we zonder taboes. Ineens dacht ik: we moeten dat nog beter doen, meer als gelijken. Sindsdien doen we een ‘over de streep’-oefening. Je hebt een JA-kamp en een NEE-kamp en in het midden een streep. Iemand poneert een vraag of stelling, bv.: Heb je ooit (iets te veel) gedronken en met de auto gereden? Heb je ooit iets gestolen? Ben je ooit zo boos geweest dat je bijna iets heel doms hebt gedaan? Heb je er ooit aan gedacht om iemand te vermoorden? En dan zie je cipiers, gevangenen en burgers in het JA-kamp gaan staan, en je ziet er, van alle drie de groepen, in het NEE-kamp. En je ontdekt: we delen wel wat. Het gesprek dat volgt heeft veel meer diepte. We zijn er ook als gelijken: als mensen die fouten maken en die al of niet hun verantwoordelijkheid daarvoor willen opnemen.”

“Aan je dakloze kan je geld geven. Je kan een tas koffie of een flesje water geven. Of je kan er mee in gesprek gaan.”

Op stap met een dakloze

“Ik ben ook vijf dagen op stap geweest met Aleksander, een dakloze man in Antwerpen. Als je een dakloze ziet bedelen, ga je er vaak in een grote boog om heen. Je stelt je de vraag: moet ik geld geven of niet? Ik heb daar samen met Aleksander een idee rond bedacht. Eén: je kunt geld geven, waar de dakloze goede dingen mee kan kopen, of drank en drugs. Aleksander vertelde me hoe dankbaar hij is voor het blindelings vertrouwen en de generositeit van mensen. Heb je er een probleem mee geld te geven, dan kan je ook (als het koud is) een warme koffie of (als het warm is) een flesje water aanbieden. Of je kunt gewoon hallo zeggen. Vragen hoe het gaat. Een gesprekje beginnen. Mag je dat? Durf je dat? Hoort dit? Ik zeg: doe maar! Durf maar! Loop een verwondering  of loop een teleurstelling op! Aleksander vertelde me: ‘Een blik van een gewone mens is voor ons een cadeau. Het geeft je het gevoel dat je bestaat. Eens bracht iemand een bord eten. Het meest ontroerd was ik toen een vrouw een deken over mij kwam leggen. Zo’n gebaar vergeet je nooit.’

“Meer dan 98% van de gevangenen komt ooit vrij. Er wordt verwacht dat ze dan een betere versie van zichzelf zijn. Maar alleen – zonder steun – gaat dat niet.”

Verblijf in het onthaalcentrum voor asielzoekers

Halfweg januari 2020 zal ik een paar dagen in een onthaalcentrum voor asielzoekers vertoeven. Ook die ervaring wil ik delen via een dagboek, eerlijk en kritisch. Ik wil op zoek naar wat beter kan. Beleidsaanbevelingen doen. Ook in mijn gevangenisdagboek ben ik eerlijk en kritisch geweest. De wandeling met Tom, was er een eyeopener. De relatie tussen cipiers en gevangenen, een teleurstelling. Als cipier kan je een verschil maken. Je kunt gevangenen benaderen vanuit een machtspositie, of je kunt hen bij naam noemen en een hand geven.  Of je kunt kloppen voor je een cel binnengaat. Is dat gemakkelijk? Nee. Want de gevangenis is een harde wereld. Er is ook manipulatie en overlevingsgedrag, en het zit er vol drugs. Toch pleit ik ervoor dat een cipier meer sociaal werker zou zijn dan bewaker. Waarop ik zelf kritiek kreeg van de cipiers. ‘Waarom kom je niet in onze schoenen staan,’ schreeuwden ze me toe. Maar het gaat om waardigheid. En om het feit dat meer dan 98% van de gevangenen ooit weer vrij komen, en dat ze op dat moment zichzelf moeten heruitvinden als een betere versie van zichzelf, terwijl ze dat – zonder steun - echt niet alleen kunnen.”

“Overal kom je spiegels tegen. Mensen die je kent of niet kent die je iets tonen over jezelf. Voor mij, mijn kinderen. De vraag is: laat je je raken?”

Mijn kinderen zijn mijn spiegel

Hamvraag is: hoe gaan we zelf en als samenleving om met gevangenen, daklozen, vluchtelingen? Hoe brengen we gewone burgers en mensen in de rand terug in verbinding? Bouwen aan een andere samenleving, begint op de plek waar je staat: in je gezin, aan de schoolpoort, op je werk, in het vrijwilligerswerk. Overal kom je spiegels tegen. Mensen die je kent of niet kent die je iets tonen over jezelf. De vraag is: laat je je raken? Ga je écht in contact? Soms staan spiegels recht voor je neus en zie je ze niet. Ik leer elke dag van mijn kinderen. Zij voelen haarfijn wat er is en uiten dat in gedrag. Voorbij de woorden geven ze je boodschappen. Als je goed kijkt en diep luistert tenminste. Zij waren vaak ook mijn redding. Ze trekken me naar het hier en nu. Uit het doen. Kinderen volgen biedt de kans te verbinden. Met de kinderen spelen is ook kei-ontspannend. Van een glijbaan gaan, met de botten door de plassen: heerlijk. Het is een privilege kinderen te hebben. Maar ook om te leren van al wie jouw levenspad kruist, en je het leven van die ander aan te trekken. Zonder jezelf en je eigen gezondheid uit het oog te verliezen.”

Vrouwen en mannen

“Of je nu een man of een vrouw bent, vind ik niet zo interessant. Wat me wel interesseert, is de mannelijke en vrouwelijke energie die in ieder van ons zit. En hoe we die typische yin en yang kwaliteiten in evenwicht kunnen brengen. Wij kunnen tegelijk daadkrachtig én meelevend zijn, toch? Er moeten meer vrouwen in leidinggevende posities terecht komen, hoor ik soms. Ik pleit voor een verbindend leiderschap. Een man kan dat en een vrouw kan dat. Als wij hier nu zitten, wat maakt het uit: jij een man, ik een vrouw, het zou evengoed omgekeerd kunnen zijn. Ik ben graag tussen vrouwen, vind een vrouwengroep heerlijk helpend. Maar het mooiste is dat mannen en vrouwen verbinden en samenwerken.”

(*) Tom is een fictieve naam.

Het dagboek van Anniek in de gevangenis en ‘op pad met een dakloze’ vind je op www.bzn.be

Reacties

Audenaert Chris schreef

Allemaal goed hoor. Maar kan je aan de slachtoffers eens denken! Die hun leven is voorbij. Die krijgen geen gratis opvang en begeleiding! Ik vind dat je deze mensen van dezelfde dader eens aan het woord moet laten! Dragen een heeeel leven lang de gevolgen daarvan.

Magda Vanhoudt schreef

als vrouw in 'n mannengevangenis mogen verblijven, dat is staf !

Maar 'n mooi initiatief !

Reageer