Tijd en ruimte voor betrokkenheid

Hoe komt het dat ik al ongeveer heel mijn leven vrijwilligerswerk doe?
Wat maakt dat zoveel andere mensen vrijwilliger zijn?

Die vragen stelde Chris Goossens zich bij het beluisteren van de Bel10-uitzending  over ‘De betrokken burger’.  De deuren van het pop-up café van Radio 1 op de Kunstberg zijn intussen  weer dicht.  Meer dan 7.000 betrokken burgers formuleerden ideeën voor een betere samenleving.  Radio 1 distilleerde hieruit tien prioritaire maatschappelijke thema’s en selecteerde voor elk thema 10 actieve en kritische  burgers die concrete voorstellen uitwerkten. Hierover gingen ze in gesprek met experten, beleidsmakers en luisteraars.

De aankondiging van ‘De betrokken burger’ leek met vragen als ‘Doe ik genoeg voor de samenleving?’, ‘Wat kan ik doen?’ en ‘Welke initiatieven zijn er?’  op een uitnodiging voor een initiatiecursus vrijwilligerswerk. 

Een initiatief voor mensen die weliswaar van goeie wil zijn, maar over vrijwilligerswerk nog nooit gehoord hebben. Ze bestaan dus echt.  Het programma draaide vooral rond één concreet voorstel om volwaardig burgerschap te stimuleren: gemeenschapsdienst voor pas afgestudeerde jongeren, zoals het in Frankrijk bestaat. Jongeren laten proeven van vrijwillige inzet in de samenleving waardoor ze als volwassene  hopelijk  sneller de stap naar vrijwilligerswerk zetten.

Verplichte gemeenschapsdienst voor jongeren?

De discussie spitste zich toe op de vraag of die gemeenschapsdienst  al dan niet verplicht moet worden.  Als je verplicht, bereik je ook mensen die uit zichzelf niet sociaal-geëngageerd zijn. Je kan de jongeren bovendien indelen in groepen zodat je een sociale mix realiseert die je elders in de samenleving  niet  gemakkelijk tegenkomt. Een leerschool voor het leven. Het secundair onderwijs kan  alleszins een activerende rol spelen door al een (verplicht) voorsmaakje te geven. Vrijwilligerswerk impliceert vrijwilligheid, je kan het nooit verplichten, klonk het luid van de kant van vrijwilligers(organisaties). Vrijwilligers moeten zelf kunnen kiezen voor een engagement op maat, waar een ‘win’ tegenover staat.  Een engagement dat zinvol is en plezierig om te doen.

Meer burgers betrekken is een grote uitdaging

Het klopt dat een democratische en sociale samenleving maar mogelijk is als burgers  hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Meer burgers betrekken is daarom een grote uitdaging. De vraag is alleen hoe dit best gebeurt. Voor mij spelen  verschillende factoren een positieve rol:

  • Ik ben graag tussen de mensen. Daarmee ben ik geen uitzondering; mensen zijn van nature sociale wezens.
  • Vanaf m’n kindertijd zag ik voorbeelden rondom mij. M’n ouders, broers en zus, andere familieleden en vele buren en vrienden deden vrijwilligerswerk: in de parochie, de jeugdbeweging, verenigingen, de fanfare, ... Ergens drong toen al het besef tot me door dat  vrijwilliger zijn een inspanning vraagt maar dat je er iets voor terugkrijgt: je leert bij en brengt er fijne tijd door met vrienden.
  • Later werd ik samen met enkele vriendinnen  lid  van (V)KAJ. Zoals vele jongeren keek ik op naar de leidsters; dat wilde ik later ook doen! Enkele  jaren later werd ik aangesproken  om kernlid te worden en  om mee te draaien in de leiding van de lokale speelpleinwerking. In de jeugdbeweging kreeg ik verantwoordelijkheid,  deed ik m’n best maar maakte ook fouten waaruit ik leerde. Ervaren leidsters ondersteunden en vertrouwden me. Ze deden me groeien in m’n eerste engagementen.  Een bijzondere ervaring die een  solide basis legde  voor meer vrijwilligerswerk.
  • Het was niet moeilijk om een studiekeuze te maken.  Als student in een mens-wetenschappelijke richting  ging er een wereld open. Naast veel  theoretische kennis, werd ik ondergedompeld  in nieuwe praktijken: samenlevingsopbouw en buurtwerk, film- en beeldvorming en (doorbreken van) genderstereotypering, andere jeugdbewegingen, nieuwe sociale bewegingen... Vrijwilligerswerk was nooit ver weg.  Gaandeweg  leerde ik  mezelf beter kennen en kwam ik te weten wat ik belangrijk vind in het leven. Ik ontmoette in die tijd veel andere mensen met wie het wonderwel klikte. Hier groeiden vriendschappen voor het leven. We deelden waarden als rechtvaardigheid, solidariteit en authenticiteit. Die waarden kregen we van onze ouders; we erfden ze of leerden ze aan. Studies én praktijkervaring gaven een bijkomende boost.
  • Ik zocht en vond werk dat bij mij paste: sociaal-(cultureel) werk met de focus op meer rechtvaardigheid en solidariteit. Ik vervulde verschillende functies, maar ‘werken met vrijwilligers’ was er altijd bij.
  • In m’n vrijetijd vervul ik verschillende vrijwillige engagementen. Zo probeer ik  een steentje bij te dragen aan een betere samenleving. Of: iets te doen voor de samenleving, zoals Bel10 zegt. En ik krijg er iets voor terug: ik blijf bijleren, ontmoet veel fijne mensen en voel me een betrokken burger.

Mijn verhaal is niet uniek. Er zijn duizenden vrijwilligers, jong en oud, elk met hun eigen verhaal.  Even echt naar hen luisteren volstaat om te beseffen dat vrijwilligerswerk niet gedijt in een sfeer van verplichting, dat voorbeelden inspireren en goed vrijwilligersbeleid nieuwe mensen aantrekt. 

Tijd en ruimte voor betrokkenheid

We moeten naar  een samenleving waarin niet alleen betaald, maar ook onbetaald werk naar waarde geschat wordt. Waar mannen en vrouwen, op alle leeftijden, tijd en ruimte krijgen om beide evenwichtig te combineren. Femma formuleert hier uitgebreide voorstellen toe.  Mensen willen heus wel iets terugdoen voor de samenleving en zien vaak ook waar en hoe ze dat concreet kunnen doen. Momenteel missen ze tijd en een stimulerend algemeen maatschappelijk kader. En tijdelijk verplicht vrijwilligerswerk op jonge leeftijd zal daar spijtig genoeg niets aan veranderen.

Tekst:  Chris Goossens

Reageer