Simone Creyf maakte mee maatschappelijke verandering

{$items.title}

In 1969 werd ik door toenmalig nationaal secretaris  Rika Steyaert aangeworven  als medewerker bij KAV.   In het begin werkte ik bij Gusta Frooninckx, verantwoordelijke voor de gezinswerking en de jonge-vrouwenwerking.

Een van mijn eerste opdrachten was de studie van “Humanae Vitae”, de encycliek van Paus Paulus VI, die verscheen op 25 juli 1968.  Ik moest de inhoud van de encycliek bestuderen evenals de brede reacties op die encycliek vanuit  de katholieke hoek. Die reacties waren niet mals.

De encycliek was een bekrachtiging van de vroegere standpunten zonder rekening te houden met de gewijzigde maatschappelijke context.

In de encycliek stond dat huwelijksliefde, seksualiteit en procreatie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gebruik van abortus, sterilisatie, het condoom, de pil,… waren verboden. Er kwamen veel reacties uit katholieke groepen. Veel katholieke gelovigen verwierpen de tekst. Er kwamen debatten op gang. Veel gelovigen volgden de kerk niet maar voelden zich schuldig bij het gebruik van anticonceptie.

Ook binnen KAV kwam de discussie op gang. Wij kregen vragen van mensen met gewetensproblemen maar ook van mensen die informatie vroegen over veilige anticonceptie.

Wij stelden vast dat de kennis over anticonceptie bij onze leden en vrijwilligers vrij beperkt was.

Wij - Gusta Frooninckx en ik -  namen contact op met enkele professoren van KU- Leuven, o.a.  Prof. Ivo Brosens en Prof. Renard. Tijdens de gesprekken met deze gelovige wetenschappers groeide bij ons het plan om een reeks te maken voor ons magazine  ‘Vrouw en Wereld’. De professoren wilden hun medewerking verlenen.

Een volgende stap was het plan verkocht krijgen binnen de KAV zelf. Nationaal secretaris Rika Steyaert was akkoord, maar we moesten het akkoord krijgen van het bestuur van KAV, bij monde van de voorzitster. Dat was toen mevrouw Willems, een zeer statige dame met allure en met principes, wonend bovendien in het bisdom Gent waar Mgr. Van Peteghem de plak zwaaide en zich publiekelijk achter de encycliek had geschaard. Tot onze verrassing en vreugde was mevrouw Willems akkoord mits we ons zowel inhoudelijk als ethisch lieten begeleiden vanuit de KU-Leuven.

De reeks artikelen verscheen onder de titel ‘Verantwoord Ouderschap’.  In mijn inleidend artikel had ik geschreven dat ‘seksualiteit niet per se gericht moet zijn op het krijgen van kinderen’. Dit zinnetje en vooral de uitdrukking ‘per se’ heeft heel wat stof doen opwaaien. We kregen negatieve, zelfs hatelijke reacties. Iemand schreef een boze  brief met  aan het einde : ’Ik groet u niet want u bent des duivels.’ Ook vanuit het bisdom Gent kwamen zeer negatieve reacties. Door bisschop Van Peteghem werd mij verboden om in het bisdom Gent over dit dossier te komen praten. KAV werd geviseerd en aangevallen. Gelukkig schaarden de collega’s, ook die van het Gentse, zich achter het dossier.

Naast een pak negatieve reacties waren er overwegend positieve, mooie en ook dankbare reacties.

De stelling die we verdedigden dat anticonceptie de verantwoordelijkheid is van elk koppel kende bijval en heeft voor heel wat koppels ook effectief een wending gegeven aan hun relatie en seksualiteitsbeleving.

Dit dossier was een concreet voorbeeld van hoe KAV moeilijke thema’s niet uit de weg ging. Door de vele contacten met leden en vrijwilligers kende KAV als geen ander de noden en behoeften van vrouwen. Gedreven door de visie en missie van de organisatie gebeurde er rond prangende kwesties een grondige voorstudie waarbij gerenommeerde experten bijv. van KU-Leuven werden ingeschakeld. Zorgvuldig werd er gewerkt aan een (intern) draagvlak: overtuigen van het beleidsvrijwilligers, beroepskrachten, het bestuur, vrijwilligers en leden. Het thema stond aan de agenda van de (beleids)vergaderingen, kwam aan bod in het bestuurs- en ledenblad. Vervolgens trad KAV met het gedragen dossier naar buiten, naar de man en de vrouw in de straat, maar zeker ook naar de betrokken beleidsmakers. Indien nodig werden er acties opgezet om de standpunten kracht bij te zetten.

Zo worden maatschappelijke veranderingen gerealiseerd, vroeger door KAV en nu door Femma.

Het dossier ‘verantwoord ouderschap’ was een opdracht op zich, maar sloot naadloos aan bij de KAV-opdracht:  persoonlijke ontplooiing en maatschappelijke emancipatie van de vrouw  stimuleren. Dat was ook de reden waarom KAV in die periode het Project Onderwijs voor Meisjes (POM) op de kaart zette en investeerde in ‘De vrouw nu, een nieuw statuut’.

Tijdens mijn loopbaan bij KAV was ik bezig met beleidsvoorbereidend werk. Meer en meer geraakte ik ervan overtuigd dat maatschappelijke verbeteringen uiteindelijk moeten verankerd worden in wetten en decreten. Daar heb je de politiek voor nodig. In 1986 liet ik mij overhalen om zelf effectief de stap te zetten naar de politiek. Voor mij lag dat in het  verlengde van m’n werk in KAV.

Wie is Simone Creyf?

Simonne Creyf is geboren in 1946. Ze studeerde af in KU-Leuven in een eerste ‘lichting’ sociaal-pedagogen. Ze woont in Leuven en werkte in Brussel. Van 1969 tot 1986 werkte ze bij KAV. Aanvankelijk was zij bij KAV verantwoordelijk voor de gezinswerking en de jonge-vrouwenwerking, later werd ze diensthoofd van de studiedienst. In 1986 vroeg Minister Rika Steyaert haar om woordvoerder te worden op haar kabinet en begon haar loopbaan in de politiek.

 

Reageer