Onderwijs als krachtig wapen voor gendergelijkheid

In een vorige blog riep Ilse ons op om deel te nemen aan het debat over de eindtermen van het secundair onderwijs. Riet, adjunct-directeur van Femma, geeft alvast een goede aanzet. Ze daagt ons uit om na te denken hoe onderwijs een krachtig wapen kan zijn in de strijd voor gendergelijkheid.

In zijn beroemde TEDTalk vertelt Amerikaans socioloog Michael Kimmel over de aha-erlebnis die zijn leven veranderde. Toen hij als een blanke middenklasse student discussieerde over feminisme, vroeg een vrouwelijke medestudente hem: ‘wat zie jij als je ´s morgens in de spiegel kijkt?’. ‘Een mens’, antwoordde hij. ‘Ik niet’, zei de medestudente, ‘Ik zie een vrouw’. Waarop een Afro-Amerikaanse studiegenote antwoordde: ‘Ik zie geen vrouw. Ik zie een zwarte vrouw’. Voor het eerst in zijn jonge leven was Kimmel er zich van bewust dat hij vanuit een bevoorrechte positie naar de wereld en zichzelf keek. Zijn geslacht, noch zijn afkomst waren obstakels.  Integendeel: de kansenhorizon was op zijn witte, mannelijke lijf geschreven. Privileges zijn onzichtbaar. Kimmel besefte dat hij niet eerder had gezien hoe discriminatie werkt en dat je pas werk kan maken van gendergelijkheid als je je bewust wordt van je eigen bevoorrechte positie.

Elke generatie reproduceert haar eigen beelden, waarden en normen. Jongeren van nu zien in hun spiegelbeeld niet noodzakelijk hetzelfde als de tieners van 30 jaar geleden. Dat is een kans om het in de toekomst beter te doen, zeker wat betreft gendergelijkheid.

Jongeren anno 2016 vinden een gezinsleven en een goede combinatie arbeid-zorg belangrijk. Jongens willen betrokken vaders zijn.
Meisjes zien voor zichzelf een prominente rol op de arbeidsmarkt.
Waarom je in angst afvragen of de volgende generatie het wel beter zal hebben als de huidige?
We weten uit onderzoek dat gelijkheid van kansen tussen vrouwen en  mannen en een gelijke rolverdeling binnen- en buitenhuis samenlevingen, bedrijven, mannen, vrouwen en kinderen gelukkiger en gezonder maken.
Werken aan gendergelijkheid is werken aan een beter leven.

Nelson Mandela zag onderwijs als het krachtigste wapen om de wereld te verbeteren. Onderwijs is dus ook een krachtig wapen om werk te maken van gendergelijkheid. Maar hoe doe je dat?

  1. Als je je geslacht ziet, wordt het gender. Als geslacht zichtbaar wordt voor jongeren is dat de eerste stap om hen te betrekken bij en voorvechters te maken van gelijke kansen. Het gaat om de vaardigheid om geslacht, afkomst of andere identiteitskenmerken te plaatsen in een maatschappelijke context, waar machtsdynamieken spelen. In die zin is de feministische beweging een emancipatiebeweging zoals die van arbeiders, holebi´s, transgenders of mensen met een migratieachtergrond. Dezelfde dynamieken spelen: je bewust worden van privileges, leren dat het anders kan en aangesproken worden op je eigen rol als burger, werkgever, -nemer of ouder. Zweden doet het ons voor. ‘Why we all should be feminist’ van Chimamanda Ngozi Adichie is er sinds dit jaar verplichte lectuur voor elke 16-jarige.
  2. Kritisch denkvermogen gaat hand in hand met het vergaren van kennis (zie bijdrage van Pedro De Bruykere, DS 3/22016, p.37). Het historisch perspectief leert je dat stemrecht of eigendomsrechten niet voor iedereen altijd een evidentie was en dat het anders kan. Als jongeren al een notie hebben van feminisme, reikt het vaak niet verder dan de verwijzing naar BH-verbranders. De dolle Mina´s verdienen hun plek in de geschiedenis, maar er zijn veel rolmodellen - lang geleden of recent, veraf of dichtbij- die bakens verzetten. Ken je verleden en haar protagonisten! Vertel onze kinderen het verhaal van strijdbare vrouwen als Simone de Beauvoir, Leymah Roberta Gbowee of Malala Yousafzai.
  3. Kijken de ontwikkelaars van lesmateriaal zelf voldoende in de spiegel? De screening van Cavaria, belangenverdediger voor holebi's en transgenders, toont aan dat lesmaterialen de veranderende genderrollen maar tot op zekere hoogte weergeven. Educatieve publicaties beelden meer mannen af dan vrouwen. Het grote verschil zit hem in de contexten waarin ze zijn afgebeeld. Leerlingen zien mannen tot drie keer meer in een professionele context en veel vaker in actieve situaties dan vrouwen. Mannen zijn nauwelijks in zachtere beroepssectoren of bij zorgende activiteiten afgebeeld. Toekomstige leermiddelen moeten deze stereotypes doorbreken.
Laten we een rijk debat voeren over onderwijs voor de toekomstige generatie. En laten we vooral niet vergeten onszelf ´s morgen bij het scheren en schminken de vraag te stellen: ‘wat zie ik?’.

Reageer