Naar een moderne nabestaandenregeling?

Brussel, 25 maart 2013. De regering Di Rupo maakt dit jaar werk van een hervorming van het overlevingspensioen. Een ‘vrouwelijk’ pensioen en in zijn huidige vorm een relict uit het kostwinnersmodel. Het kostwinnersmodel is op zijn retour en bij Femma gaan we voor het evenwichtige combinatiemodel. Maar betekent dit dat het overlevingspensioen ten dode opgeschreven is?

Meer dan de helft van alle vrouwelijke gepensioneerden krijgt een overlevingspensioen, al dan niet gecombineerd met een eigen rustpensioen. Bij de overlevingsgepensioneerden is het overgrote deel van het vrouwelijke geslacht (97%). Ruim 600.000 mensen genieten een overlevingspensioen. In 2011 gaf de Belgische staat er 6,5 miljard euro aan uit. Ter vergelijking: naar de rustpensioenen ging 26,5 miljard euro (1)

Het overlevingspensioen is een sociale bescherming voor mensen ouder dan 45 jaar wiens partner minstens één jaar na het huwelijk overlijdt. De leeftijdsvoorwaarde geldt niet als er een kind ten laste is of als de weduwe (of weduwnaar) een arbeidsongeschiktheidsgraad van minstens 66% heeft. Onder bepaalde voorwaarden kan het overlevingspensioen beperkt gecumuleerd worden met eigen inkomsten uit werk of met een rustpensioen.

Kostwinner versus combinatiemodel
Het overlevingspensioen vloeit voort uit het naoorlogse gezinsmodel waarbij een (mannelijke) kostwinner instaat voor het inkomen. Zijn echtgenote neemt het huishouden en de zorg voor de kinderen voor haar rekening. Het overlijden van de kostwinner vormt in dit model een groot sociaal risico voor de achterblijvers. Vandaag is het kostwinnersregime op zijn retour. Vrouwen hebben massaal de arbeidsmarkt betreden. De overheid promoot de actieve welvaartstaat, voor vrouwen èn mannen. Vrouwenorganisaties als Femma stellen een evenwichtig en kwaliteitsvol combinatiemodel centraal. Femma wil dat vrouwen en mannen gemiddeld evenveel buitenhuis werken en gemiddeld evenveel tijd aan zorg- en huishoudelijke taken besteden. Een beleid dat uitgaat van een evenwichtig en kwaliteitsvol combinatiemodel draagt bij aan de uitbouw van een volwaardige deelname van vrouwen en mannen aan de samenleving en garandeert de beste sociale bescherming voor iedereen. Het huidige overlevingspensioen dient dit combinatiemodel niet. Integendeel, het fungeert als een ‘inactiviteitsval’. Van de weduwen die werkten voor het overlijden van de partner, kiezen slechts drie op tien ervoor om verder te werken en hun overlevingspensioen niet op te nemen (2) . Schrappen dan maar voor de jongere generaties, dat overlevingpensioen?

Een nieuw sociaal risico
Neen, toch maar niet. Want alhoewel vele vrouwen uit werken gaan, betekent dit niet dat we van ‘dubbele kostwinners’ mogen spreken. Vrouwelijke carrières zijn vaak deeltijds en/of versnipperd. Niet alle vrouwen die werken, zijn economisch zelfstandig. De inkomensafhankelijkheid van hun man blijft met andere woorden. Dit komt omdat in vele huishoudens het, spijtig genoeg, nog steeds de vrouw is die het leeuwenaandeel aan zorgtaken verricht. De combinatie arbeid-gezin is een ‘nieuw’  sociaal risico geworden. Vanuit die optiek valt een moderne nabestaandenregeling best te verdedigen (3) .

Tegelijkertijd is het van belang, vanuit het perspectief van het evenwichtig en kwaliteitsvol combinatiemodel, te investeren in de terugkeer van de zorgende ouder naar de arbeidsmarkt. Met als doel economische zelfredzaamheid. Dit betekent dat de overheid moet zorgen voor een goede en betaalbare kinderopvang, voor arbeidsmarktbemiddeling en een transparant verlofstelsel. Van de sociale partners verwachten we dat ze werk maken van een arbeidsmarkt die een soepelere combinatie tussen arbeid en gezin mogelijk maakt. Glijdende uren, (tele-)thuiswerk, schoolbelcontracten en schooljaarcontracten: het zijn maar enkele mogelijkheden.

Femma beschouwt een moderne nabestaandenregeling als een compensatie voor het wegvallen van een inkomen waar redelijkerwijze op gerekend werd. Dit betekent dat de uitkering gecumuleerd moet kunnen worden met een (maximaal begrensd) arbeidsinkomen. In de werknemersregeling kan het overeenstemmen met het jaarlijkse loonplafond dat geldt voor de opbouw van de pensioenrechten. Op 1 januari 2013 bedroeg dit 42.550,59 euro. De inactiviteitsval wordt op die manier bestreden.

Een moderne nabestaandenregeling gaat er tevens van uit dat de zorg voor de kinderen met de jaren minder intensief wordt. Ze zou dus beperkt kunnen zijn in tijd of de uitkeringsomvang kan dalen, evenredig aan het stijgen van de leeftijd van het jongste kind. In ons land geldt de leerplicht vanaf zes jaar. Vanaf die leeftijd zou het dus makkelijker moeten zijn om de zorg voor de kinderen met werk te combineren.

Om de herintrede op de arbeidsmarkt of de overschakeling van een deeltijdse naar een voltijdse baan te vergemakkelijken, kan de overheid een tijdelijke aanpassingsvergoeding uitkeren. Zo’n aanpassingsuitkering kan ook toegestaan worden aan de langstlevende partners zonder kinderen die financieel afhankelijk waren van hun overleden partner. Wie er na de aanpassingsperiode niet in slaagt om economisch zelfstandig te zijn, valt terug op een werkloosheidsvergoeding.

Het beleid
In januari keurde de ministerraad een voorontwerp van wet en KB goed dat de cumul van een overlevingspensioen met een arbeidsinkomen versoepelt. Tot een overschrijding van 25% ( voorheen 15%) van het grensbedrag volgt een proportionele vermindering van het pensioen. Bij een hogere overschrijding wordt het pensioen volledig geschorst. Bovenop de versoepeling worden de grensbedragen ook geïndexeerd. Er is onmiddellijke indexering van 2%. Vanaf 2014 volgen de inkomensgrenzen de automatische indexering voor werknemers. Voor een werknemer met kinderlast is het nieuwe grensbedrag 22.032 euro. Getoetst aan ons uitgangspunt kunnen we van een inkomenscompenserende nabestaandenregeling alvast niet spreken. De nieuwe cumulregeling is, allicht om budgettaire redenen, een mager beestje. Er is een versoepeling, maar van een inkomenscompenserende nabestaandenregeling kunnen we niet spreken. En of deze versoepeling de inactiviteitsval bestrijdt? We zijn er niet van overtuigd.

In april volgt het grote werk, de eigenlijke hervorming. De nieuwe regeling geldt alleen voor mensen die op 1 januari 2012 nog geen 30 jaar waren. Voor de dertigplussers komt er een overgangsregeling. Ingeval zij hun partner verliezen, wordt hun rustpensioen verhoogd met een bedrag ter waarde van wat ze in het kader van het oude overlevingspensioenstelsel zouden hebben ontvangen. En voor diegenen die nu al een overlevingspensioen genieten, blijft de regeling dezelfde. Het regeerakkoord stelt dat het overlevingspensioen een overgangsuitkering moet worden waarvan de duur afhangt van de leeftijd, het aantal kinderen en het aantal jaren van wettelijk samenwonen of huwelijk.

Femma en de sociale partners: de verschillen
De sociale partners deden de federale minister van Pensioenen, Alexander De Croo, eind november een voorstel aan de hand (4) . De kern van hun voorstel: een overgangsuitkering van één jaar (twee jaar als er kinderen zijn) die gecombineerd mag worden met een arbeidsinkomen. Voor wie ouder is dan 45 jaar en zijn/haar partner verliest, blijft de oude regeling behouden.

Voor Femma is de transitieperiode in het voorstel van de sociale partners te kort. Tot het jongste kind de leerplichtleeftijd heeft bereikt, zou de overlevende partner de transitievergoeding moeten krijgen. Boven die leeftijd kan er tijdelijk een aanpassingsvergoeding worden uitgekeerd. Een vergoeding die ook geldt voor overlevende partners zonder kinderen en die, zoals hierboven geschetst, de herintrede op de arbeidsmarkt of de overschakeling van een deeltijdse naar een voltijdse baan te vergemakkelijken. Een aanpassingsvergoeding van drie jaar lijkt verantwoord omdat de gemiddelde zoektocht van herintreedsters naar werk lang duurt (5) .

De sociale partners zijn van mening dat voor de 45-plussers de oude regeling behouden moet blijven. Dit betekent dat de inactiviteitsval voor de grootste groep vrouwen die een overlevingspensioen geniet, blijft. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de positie van éénoudergezinnen bijzonder precair is (6) . Relatief weinigen slagen er in hun volle verdienpotentieel te realiseren, vooral niet als er jonge kinderen zijn. Het lijkt Femma wenselijker te investeren in een nabestaandenregeling die de combinatie arbeid-gezin goed ondersteunt – en het voorstel van de sociale partners weegt hiervoor te licht- dan in een regeling die voor het grootste deel van de gebruikers de status-quo handhaaft. Een regeling die, zo lijkt, ook van de weinig emanciperende gedachte uitgaat dat er met herintredende 45-plussers op de arbeidsmarkt nog maar weinig aan te vangen valt.

_____________________________________________________________________________________________

(1) De sociale zekerheid in een oogopslag. Kerncijfers 2011, federale overheidsdienst Sociale Zekerheid

(2) Het overlevingspensioen voor jonge weduw(e)n(aars): naar een sociale bescherming zonder deactivering. Taelemans, A., Peeters, H., Curvers, G. & Berghman, J. 2007. In Over-Werk Tijdschrift van het Steunpunt WSE, 2/2007

(3) De houdbaarheid van compenserende uitkeringen in geval van verlies van kostwinner door overlijden (overlevingspensioen) en na echtscheiding (recht op alimentatie) in het ‘adult worker model’: incorporatie van nieuwe sociale risico’s, Elisabeth Alofs en Renaat Hoop, in: Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid, 4e trimester 2009

(4) Nieuw weduwepensioen slechts twee jaar toegekend, De Standaard, 29 november 2012

(5) Herintredende moeders: motivatie, voorwaarden en drempels, Ellen De Beleyer, scriptie UGent, academiejaar 2007-2008

(6) De werkende armen in Vlaanderen, een vergeten groep?, Ive Marx, Gerlinde Verbist, Pieter Vandenbroucke, Kristel Bogaerts, Josefine Vanhille, Centrum Sociaal Beleid UA, mei 2009

Reageer