Mirlène is meer dan een dokter bij CPFO

Mirlène is hoofdarts bij CPFO. We spreken haar in het medisch centrum.

De vormingen die jullie geven lijken op het eerste gezicht niet erg in het belang van de werkgevers. Toch slagen jullie erin je werk verder te zetten, hoe doen jullie dat?

Wij zitten hier eigenlijk met het petje van de kliniek. Zo zijn we hier binnengekomen, en dat is nog vandaag nog steeds de perceptie van de werkgevers. Voor hen is dit een ziekenhuis. Het onderdeel vorming en de samenwerking met de vakbonden is een belangrijk onderdeel van onze werking, maar dat realiseren sommige werkgevers zich niet. Eigenlijk doen wij ons werk zonder dat zij er zich helemaal van bewust zijn welke activiteiten we hier hebben. We blijven veilig onder de paraplu van de kliniek.

Je wil zeggen dat ze niet weten wat er zich hier afspeelt ?

Ze zijn niet volledig op de hoogte. In ieder geval zijn ze tegen syndicaten. Die hebben helaas te weinig slagkracht om werkelijk verstoring te veroorzaken, telkens als ze iets ondernemen worden de mensen lastig gevallen, of ontslagen. De werkgevers kunnen het zich niet veroorloven de kliniek te sluiten. Er is een algemeen respect voor ons werk, wat ervoor zorgt dat men ons niet zomaar aan de kant kan schuiven. De werkgevers verkiezen ons te tolereren, in plaats van een rechtstreekse aanval op ons uit te voeren want ruzie kunnen ze wel missen. Er is zo al genoeg instabiliteit en conflict. Ze kunnen best missen dat ook de vrouwenorganisaties zich tegen hen gaan verzetten. Ze hebben de syndicaten al die op hun rug zitten, ze willen daarbovenop niet nog eens met CPFO in conflict komen met het risico ervan beticht te worden vrouwenorganisaties aan te vallen.

En zo blijven jullie buiten schot en krijgen jullie een zekere bewegingsruimte voor de vormingen ?

We kunnen onze activiteiten uitvoeren rond internationale en nationale normen, rond arbeidsomstandigheden, rond uurregeling,… We kunnen zelfs vormingen geven in de fabrieken rond de sociale zekerheid, de ONA en OFATMA. Het gebeurt dat de werkgevers de bijdragen voor sociale zekerheid afhouden maar niet doorstorten. Dat klagen wij aan.
Het is natuurlijk belangrijk te weten dat de loods waarin wij ons bevinden geen eigendom is van de werkgevers, maar van de staat. Het is dus aan de staat dat wij rekenschap verschuldigd zijn, niet aan de werkgevers. De bevoegde ministeries hebben evenmin zin om hun vingers te verbranden.

Hoe zou je de situatie van werkneemsters vandaag beschrijven?

Vreselijk, miserabel. Met een salaris van 300 Gourdes [dd 15/1/2017 = 4,15€] per dag is het inkomen te laag. Dat salaris zou kunnen volstaan als de uitgaven niet zo hoog lagen, maar in vergelijking met de kost van het leven is 300 HTG gewoon veel te laag. Het is onmogelijk om met dit inkomen alle gezondheidszorgen, transport, logement, voedsel en onderdak te betalen. De mensen werken hard, in slechte omstandigheden. Veel mensen krijgen wat extra via de diaspora (=familie die in het buitenland werkt), via informele handel bij hen thuis, de echtgenoot die ook werkt,... zo kunnen ze net de eindjes aan mekaar knopen. Wat ook helpt is dat velen uit het binnenland komen, de families daar sturen vaak landbouwproducten op, dat helpt. Maar door de cycloon (Matthew) zal er binnenkort geen voedsel meer kunnen worden opgestuurd en dat gaat de situatie echt complex maken. De situatie is best uitzichtloos.

Van wanneer dateert de laatste verhoging van het minimumloon voor arbeiders in dergelijke fabrieken ?

De laatste verhoging dateert van 2015, maar toen hebben ze er gelijk aan toegevoegd dat verdere verhogingen niet mogelijk zijn.

En er is de devaluatie van de Haïtiaanse munt, de Gourde?

Exact, aan die 300 HTG heb je gewoon niet genoeg. Eén maaltijd op het werk kost al 100 HTG, en als je acht uur werkt moet je eten. En dan betaal je het transport, water. Laat ons nog zeggen dat ze gemiddeld per dag 100 HTG uitgeven aan transport, eten en drinken, dat wil zeggen dat ze maar met 200 HTG naar huis gaan (2,75€)…

Hoe zie je die omstandigheden evolueren ?

Het is alles behalve evident dat de arbeidsters in de nabije toekomst een beter salaris zullen krijgen. Er is immers meer en meer werkloosheid. Meer mensen zoeken werk, meer mensen uit het platteland komen naar de stad op zoek naar werk. En als je niet akkoord gaat dan sturen ze je de laan uit, zonder problemen, want en er staan meteen tien kandidaten klaar om je plaats in te nemen, die de patroon mogelijk zelfs nog minder moet betalen. In de nabije toekomst zal er geen loonsverhoging zijn. Ik vrees dat het een redelijk somber beeld is dat we moeten schetsen voor 2017. Temeer omdat de politieke situatie het er niet makkelijker op zal maken.

Hoe zie je de toekomst met een zakenman (Jovenel Moïse nvdr) die tot president werd verkozen ?

De politieke situatie gaat zeker niet de richting uit van een mobilisering van een sociale beweging. Ik vrees dat de sociale beweging eerder met repressie te maken gaat krijgen dan dat er een ontwikkeling van de beweging zal komen. Je hebt een parlement, een senaat en (binnenkort) een regering die gecontroleerd wordt door... ik zou het niet rechts noemen, maar door de conservatieven van dit land. Zij zijn aan de macht, samen met de werkgevers.

Het is zelfs een baas die aan de macht is.

(Lacht) Inderdaad. Een werkgever aan de macht en een parlement met een meerderheid die de hand uitreikt naar de werkgevers. Haïti is nu zoals de USA, met Donald Trump (lacht). Het zal niet evident zijn. Zoals de kaarten ervoor liggen voor 2017… er zal veel gevochten worden, de sociale beweging zal van zich moeten laten horen.

Je komt uit een periode van politieke instabiliteit (annulering van de verkiezingen in 2015 die op zich al veel te laat kwamen, nvdr) waar je weliswaar 54 presidentskandidaten had, maar geen enkele duidelijke visie. Met Jovenel Moïse staat de trein terug op de rails, zelfs al is de richting die hij wellicht zal uitgaan niet diegene die jullie hoopten, is er geen perspectief voor constructieve voorstellen uit de oppositie ? 

Er moet een constructieve oppositie zijn, maar die is er vandaag nog niet. Ik denk dat ze vandaag nog altijd niet bekomen zijn van de resultaten, ze waren verrast door die verkiezingsuitslag. Zoals ze zichzelf in de spiegel zagen, was niet hoe men over hen dacht. Op dit moment zijn ze het Noorden helemaal kwijt, ze zijn verloren. Er is een noodzaak om een georganiseerde beweging te hebben. Ze moeten beseffen dat ze zich moeten verstevigen tegenover Jovenel Moïse, die dynamiek zal zich moeten ontwikkelen. Maar het zal even duren. Er zijn teveel breuken ontstaan in het proces van de presidentsverkiezing, de wonden die geslagen zijn moeten helen, misschien dat je binnen een maand of zes terug iets van een georganiseerde oppositie zal horen. In die zes maanden zal Jovenel (Moïse) zich installeren en kijken hoe hij repressie zal uitvoeren op twee of drie van z’n belangrijkste opposanten. Misschien kan dat een boost betekenen voor de oppositie. Er gaat zeker repressie komen. Er gaan rekeningen vereffend worden. Door dergelijke afrekeningen gaat de oppositie zich kunnen herbronnen, de dreiging die zich aftekent tegenover hen gaat hen doen inzien dat ze solidair moeten zijn om te kunnen strijden.

Onder Martelly had je “open for business”. Met Jovenel heb je z’n opvolger die dezelfde weg zal opgaan. Zelfs als je niet akkoord gaat met de richting die ze het land uitsturen, is het niet beter om toch maar een richting op te gaan in plaats van ter plaatse te blijven trappelen ?

Jovenel was de directeur van een bedrijf dat hij zelf uit de grond heeft gestampt. Hij had één doel voor ogen: iets bereiken met dat bedrijf. De vrees die bestaat ten opzichte van Jovenel is dat hij helemaal niet uit een politieke partij komt die al georganiseerd was. Het is de partij die hem gevonden heeft en hem heeft ingeschakeld voor hun zaak. Ik zie niet hoe hij zich gaat kunnen losmaken van de trend van Martelly om z’n eigen trend te kunnen zetten. In Haïti heb je een gezegde dat zegt “Je hebt een ploeg nodig om te winnen”. [se kolon ki bat] maar hij heeft geen ploeg. Alleen de ploeg van Martelly. Hij zal dus dezelfde weg volgen. De minister van Economie Wilson Laleau zit in de commissie die de machtsoverdracht zal organiseren. Een man die gecontesteerd is, zelfs door mensen uit de ploeg van Martelly. Je moet er de sociale netwerken maar eens op nalezen. Mensen hebben voor Jovenel gestemd omdat hij over nationale productie spreekt. Maar de ploeg die daarvoor moet gaan zorgen die zien we niet.

Over welke productie spreken we dan ?

Hij had het over landbouwproductie, maar dan zien we dat het vooral over exportproductie gaat. We hebben het nog niet over voedsel voor de bevolking. Neen, we zijn echt achteruit gegaan.

Een slag in het gezicht ?

Zeker. Stel je voor wat het betekent voor een vrouwenorganisatie om te horen dat Martelly een carnavalsnummer heeft waarin hij zingt dat hij twee keer keer “zijn lading gelost heeft in het gat van Ti Lili”. [de ke nan deyè ti lili]. Ti Lili is Liliane Pierre-Paul, een gerespecteerd journaliste, die kritisch is tegenover het beleid van Martelly. En dat gaan we vanaf nu elke zondag horen. Dit getuigt van vreselijk geweld tegen een vrouw, het is ongelofelijk. Alles is achteruitgegaan. Alles. Met “twee keer” bedoelt hij zijn presidentschap van vijf jaar en nu dat van Jovenel van nog eens vijf jaar. Hoe Jovenel onder de armen van Martelly zal uit raken, dat is de vraag.

Voor jullie in CPFO?

Wij nemen geen politieke positie als organisatie. We blijven mensen ertoe aanzetten zich te organiseren. We blijven hen wijzen op de verantwoordelijkheid die ze als burger kunnen en moeten opnemen. We informeren zodat ze betere keuzes kunnen maken. Keuzes die op de noden van het land gebaseerd zijn.
Ik ben van mening dat we het niet genoeg hebben over de waarden en principes in dit land. We praten veel over het systeem dat moet veranderen, maar we hebben het zelden over wat we samen delen als vertrekpunt, over principes, over dingen waar we achter staan. Het is daar dat we in dit land aan moeten werken: We moeten ons de vraag stellen achter welke waarden, welke moraal wij staan. Dit land heeft principes nodig.

Het zijn die waarden die we als CPFO hoog in het vaandel dragen voor het land. De normen en wetten moeten gerespecteerd worden, maar als de waarden niet gerespecteerd worden, hoe wil je dan dat mensen de wet gaan respecteren ?
We moeten “de Haïtiaan” opnieuw construeren. We moeten op het mens-zijn werken.

Was het altijd zo ?

Neen, het komt door de dertig jaar instabiliteit die we achter de rug hebben. Iedereen is het daar over eens. We hebben zogenaamd Duvalier de laan uitgestuurd, maar in de praktijk bezetten de Duvalieristen nog altijd het staatsapparaat. Het zijn misschien andere gezichten, maar overal in het staatsapparaat heb je Duvalieristen. Het probleem is vooral dat er nooit een duidelijk doel was waar we ons naartoe richtten. We zijn een boot zonder kapitein geworden. Onder Duvalier was er op het platteland een soort van volkswacht, met de “dechoukaj” ontworteling van Duvalier is die plaats leeg gelaten. Er is geen lokale autoriteit die (de volkswacht) vervangt. De bevolking is nu op zichzelf aangewezen. Je hebt de staat aan één kant, de bevolking aan de andere, en geen van de twee is geïnteresseerd in wat de andere kant doet. Die link tussen de staat en de bevolking moet opnieuw gelegd worden.

Kijk, de overheidshospitalen zijn zes maanden in staking en er was niet één enkele manifestatie. Een overheid zou zich niet mogen kunnen permitteren om de publieke hospitalen zes maanden in staking te laten gaan. Zelfs al was de bevolking niet tevreden over de diensten die ze er kregen, niemand uit de bevolking is rechtgestaan om eisen te stellen. Daar zit een probleem. Mensen hebben de moed verloren. Ze geloven dat het geen zin heeft om te manifesteren, want dan komt er gewoon een andere directeur die net hetzelfde doet, zo denkt de bevolking. Of een andere minister, die gewoon een job krijgt, terwijl de situatie hetzelfde blijft. Neen, de mensen hebben de moed verloren. En dan komt er meer geweld. Je hebt een volume aan frustratie die om op het even welk moment kan ontploffen.

Van de 21 % stemgerechtigden die zijn gaan stemmen, heeft 55% voor Jovenel Moïse gestemd. Hoe verklaar je dat ook de sociale beweging geen perspectief kan bieden ?

Sinds 1986 tot vandaag, zijn het de mensen uit de sociale bewegingen die staatsfiguren werden (lacht). Toen de sociale beweging JC Duvalier buiten zette, hebben hun leidersfiguren de machtsposities ingenomen. En ze doen hetzelfde, misschien niet wat betreft repressie, maar wat betreft het gesjoemel en de corruptie is het net hetzelfde. We zijn ook niet met veel in dit land, we hebben een minderheid aan intellectuelen die de posten kunnen bekleden. Vergeet niet, onze inkomsten zijn erg laag. De jongeren verlaten het land dus… je blijft met dezelfde mensen over die telkens terugkeren in het overheidsapparaat terwijl de basis zonder hoofd achterblijft. Op zichzelf aangewezen.

Maar jullie zijn de staat niet.

Klopt, maar wij zijn maar een schakel in de beweging, we zijn niet de beweging. De beweging is gebroken. Velen uit de beweging hebben hun plaats ingeruild voor een post bij de overheid. En daar gaan ze tot praktijken over. Of ze verlaten het land. We moeten opnieuw beginnen. Er is weer een richting nodig. Er is een nieuw leiderschap nodig. Jongeren. Maar het zijn net zij die vooral vertrekken, jammer genoeg. Zo hebben we in CPFO contacten met de syndicaten, je kan niet zonder. We geloven dat we in de fabrieken een syndicale beweging op gang kunnen brengen die tot een federatie kan groeien. De politiek van vandaag verzwakt de syndicale organisatie. Maar we zien dat er uit de fabrieken groepen ontstaan die zich federeren. Op die manier komen er andere waarden binnen.

Welke vonk kan er iets doen veranderen aan die situatie ?

Er zal een vonk komen. Kijk, Haïtianen hebben een manier om te reageren. Dat is meestal als we een slag in ons gezicht hebben gekregen. Orkaan Matthew was er een, maar daar was geen vijand om te bevechten. Er is geen zwart schaap bij Matthew of de aardbeving uit 2010. We zoeken eerder naar een persoon, een stroming die de oorzaak is van het probleem. Zoals ik al zei, binnen zes maanden zal de vijand zich georganiseerd hebben, dan kan men gaan contesteren. De vijand moet concreet zijn. Natuurrampen horen daar niet bij. Je zal zien, de reconstructie zal zich organiseren in de oppositie tegen Jovenel.

Het is opvallend, de beweging kan zich altijd scharen tégen iets, maar nooit vóór iets. Met al die tegenbewegingen, waar zijn jullie eigenlijk voor?

Het is omdat we weglopen. We kunnen nooit zeggen waar we nu eigenlijk voor staan. Omdat we altijd de goedkeuring van iedereen willen. We zijn ergens opportunistisch. Een positie innemen wil zeggen dat sommige mensen niet aan je kant staan. Als je altijd met iedereen goed wil staan, is het altijd een opportunistische positie die je inneemt. Bijvoorbeeld: ik zeg niet dat ik antikapitalistisch ben, want als ik de baas aan m’n kant houd, dan mag hij me best financieren. Ook hulp van de Amerikanen kunnen we aanvaarden, daar gaat het niet om. Het gaat er altijd over dat wat er kan geplukt worden, we niet willen kwijtspelen.

Ik stel hoop in de jongere generatie. Er zal iets anders komen. Binnen CPFO investeren we in de jongeren, in de jongeren in de fabrieken, en die komen uit de krottenwijken. Die moeten we ontmoeten, die moeten we aanmoedigen. Opdat ze zichzelf organiseren. Op die manier kunnen we misschien binnen drie jaar het resultaat zien. Zonder rekening te houden met of ze nu voor of tegen Jovenel zijn. Daar moeten we uit weggeraken om eisen te stellen die doorwegen. De eis moet komen van de arbeidster, zij moet zeggen: “Als arbeidster stel ik dit als eisen, met of zonder Jovenel.” Dat is waar we moeten geraken. Het is een generationele strijd, en het zal niet mijn generatie worden die daarin slaagt.

Je ziet ook aan de jonge dertigers vandaag die de dictatuur niet hebben meegemaakt dat het voor hen doodnormaal is dat er buitenlandse hulp komt, dat de diaspora geld opstuurt. In zekere zin worden ze erdoor gederesponsabiliseerd. Hoe keer je dat ?

We hebben een project in CPFO met sekswerksters om HIV-testen te doen, geweld te bestrijden etc. Kan je je voorstellen dat als we de straat opgaan en hen aanbieden de test te doen, ze ons vragen hoeveel we hen gaan betalen ? Of ze ook eten krijgen ? (pauzeert) We zijn als een klein kind, we zijn echt minderjarig. Iemand maakt vijf kinderen en vraagt dan of je niet kan helpen een opvanggezin te vinden voor een kind. Aan gezinsplanning doet men niet, maar daarna zoekt men mensen om voor hun kinderen te zorgen. Op het platteland is het nog erger. Mensen hebben soms tien kinderen en ze delen ze uit zoals je een ding zou weggeven.

Hetzelfde geldt voor onze leiders. Zie je het (ingestorte) presidentieel paleis? Ze maken er zich niet druk om, ze wachten tot er een buitenlandse donor komt om zelf een commissie te kunnen ontvangen van de reconstructiekost die de donor zal ophoesten. De schuld ligt voor een groot deel ook bij de buitenlandse hulp. Kijk, sinds de aardbeving geeft men de mensen geld om de straat te vegen. Wat de HIV-test betreft hebben we ontdekt dat er organisaties waren die effectief betaalden en eten gaven om de test te doen. De internationale hulp heeft in zekere zin het signaal gegeven dat we zelf niets meer moeten doen, we kunnen gewoon blijven zitten. Ook het geld uit de diaspora veroorzaakt soms hetzelfde effect. De diaspora werkt hard in het buitenland, ze sturen geld op om hun familie te helpen, maar het geld is er op één of twee dagen doorgebrast aan zinloze dingen, aan de laatste nieuwe sportschoenen waarvan ze meer kennen als wijzelf. Kijk, zonder inspanning kunnen mensen luxeproducten krijgen, kleren, schoenen. Dat heeft tot gevolg dat men een afwachtende houding aannemen. Adolescenten van 11 à 12 jaar die een telefoon krijgen, willen een Samsung of een Blackberry. Vergeet maar dat je hen gewoon een telefoon wil geven om hen te kunnen spreken als de school uit is, omdat je bang bent voor kidnapping en gewoon wil horen: “ik ben veilig thuis”. Neen, het moet een Samsung of Blackberry zijn (lacht)… Die dingen hebben geen prijs voor hen.

Dat materialisme is nieuw, dat was er vroeger niet. Het is een gevolg van de mondialisering, we zijn dermate verbonden, een jongere uit Cité Soleil ziet hoe de kinderen van Trump leven. Het is die consumptiemaatschappij die noden creëert. Nu willen ze een PS.  Ik wist niet eens wat een PS was, maar het is een PlayStation. Ze zien het op TV, op Facebook, op Google. De etalage die die nieuwe technologie biedt, is ook te bezichtigen voor mensen die in de modder zitten. Vroeger wist men dat niet.

De kloof tussen arm en rijk is er dus zichtbaarder door geworden ?

Absoluut. Je kan niet verbergen hoe je leeft en tegelijkertijd moedigt de consumptiemaatschappij mensen aan om zo te leven. Mensen komen in opstand. Ze grijpen naar wapens om dingen te bereiken. Soms geef je 25 Gourdes (0,33€) aan een bedelend straatkind en als antwoord krijg je dat het niet genoeg is: “wat kan ik hier nu mee doen ?” Ze kennen de waarde niet, ze weten niet dat we ervoor moeten werken, alsof dat geld gewoon binnenkomt zoals bij de drugshandelaars in de buurt waar ze wonen. Cité Soleil, de getto’s zijn arm, maar er wordt veel geld uitgegeven.

Kijk, je moet nog foto’s gaan nemen. Het zal niet gemakkelijk zijn. Mensen willen er geld voor, want ze denken dat je er fortuinen mee gaat verdienen. Zelfs als je een vorming geeft dan denken ze dat je aan hen verdient. Vroeger maakten we altijd foto’s tijdens onze vormingen, nu kan je dat misschien in de tweede week van de vorming doen, en dan nog.

Hetzelfde met het geld dat mensen hoorden dat was gegeven na de aardbeving, 2 miljard dollar. Al is dat natuurlijk nooit in de schatkist terecht gekomen, mensen hebben zich dat wel zo voorgesteld. Dat is de keerzijde van de nieuwe technologieën. Om die werkelijk ten volle te laten bloeien zou de ongelijkheid kleiner moeten worden, iedereen zou moeten kunnen eten. Veel erger dan de armoede is de ongelijkheid. Je zal altijd armoede hebben. Maar zelfs in armoede kan je leven, maar die ongelijkheid… Echt, we wandelen op een koord, op eieren. Op elk moment kan het ontploffen in dit land. Het zal geen etnische strijd zijn, maar een strijd van de krottenwijken, het getto die de middenklasse zal koud maken, de miljardairs zitten immers in hun gepantserde voertuigen. Dat wil zeggen dat ze ons, die dagelijks met hen in contact staan, gaan kapotmaken. (Kijk naar Jérémie, na de arrestatie van Guy Philippe zijn er verschillende buitenlanders aangevallen, verantwoordelijken van een weeshuis bijvoorbeeld. Ze zijn vertrokken.)

Waar is die Haïtiaan of Haïtiaanse die een visie heeft om dit land uit deze situatie te halen? Een visie waar mensen in geloven?

Die is nog niet opgestaan. Maar er is een nood aan. Meestal komt zo’n figuur opdagen op de moment dat je het niet verwacht. Toch is er een dynamiek, de sociale beweging zit in een dieptepunt, maar zal opstaan en naar iets positiefs toewerken. We hebben veel tegenslagen gekend, maar we zijn er ons van bewust dat we achteruit zijn gegaan. Het is tijd dat we analyseren wat ons heeft doen achteruitgaan. Dat is ook wat we doen met onze vormingen. We hebben veel veerkracht en strijdlust. Maar zoals het nu is zal het niet kunnen blijven duren. We komen uit een moeilijke situatie maar ik geloof dat we in een beter georganiseerde stroming gaan terecht komen. We zitten nog altijd in de nasleep van 1986 (de val van de dictatuur). Toen was er een grote beweging die zich verzette tegen de Duvalieristen. In 2010 zijn de Duvalieristen terug aan de macht gekomen, en een nieuwe ploeg Duvalieristen komt aan de macht in 2017. De hele sociale democratische beweging heeft z’n tanden gebroken – en ze verdienden het – nu is het tijd dat ze een bilan opmaken.

Het interessantste, het meest positieve, is dat er 80% van de bevolking niet is gaan stemmen. De meerderheid heeft besloten zijn stem te bewaren, ze heeft de Martelly-beweging niet aangehangen, en tegelijkertijd getoond aan de leiders van de sociale beweging uit 1986 dat ze het beu zijn. Die zullen er hun lessen uit moeten trekken. Kijk, je kan pas stoppen met strijden als je sterft.

De internationale hulp heeft de bevolking ‘verkleuterd’. Ze heeft ons weer kinderen gemaakt die om iets te doen, met geld moeten aangemoedigd worden. Als ik jong was gingen we te voet naar vergaderingen van sociale bewegingen. Nu willen ze een budget voor transport en water ! Neen. Het engagement is zoek. Het bilan is negatief. Er zijn teveel elementen die verantwoordelijk zijn voor die achteruitgang. Vergeet ook niet de staatsgreep uit 1991 en de druk die (door het buitenland) op Aristide is uitgevoerd om hervormingen uit te voeren zodat hij zou kunnen terugkomen. Dat zijn dingen die de economie helemaal aan de grond hebben gebracht. Het is alsof de internationale gemeenschap een oorlog voert tegen Haïti. Maar wij als Haïtianen hebben ook niet voldoende moeite gedaan om uit die situatie te geraken. En daar moeten we aan werken.

Zij helpen vrouwen in Haïti leven.  Jij ook?

Wereldwijd zijn het vrouwen die het hardst worden geraakt door ongelijkheid, ziekte en armoede.
Zeker in Haïti, één van de armste landen ter wereld, dat nog eens extra getroffen is door de verwoestingen aangericht door orkaan Matthew.
De vrouwen en meisjes vormen de spil van het gezin en werken keihard om in eten, water en kleren te voorzien. Vaak kloppen ze extreem lange dagen in de fabrieken in Port-au-Prince voor een hongerloon van minder dan vijf euro per dag.
Het is voor die vrouwen dat de lokale partnerorganisatie van Wereldsolidariteit, CPFO - Centre de Promotion des Femmes Ouvrières, zich inzet. Ze bouwden een gezondheidscentrum en opleidingslokalen dicht bij de fabrieken. Ze maken de vrouwen weerbaar, zowel in hun gezin als op het werk.
Deze vrouwen zijn de motor van de heropbouw. Hun veerkracht is indrukwekkender dan de verwoestende kracht van de natuur.

Ook jij kan deze vrouwen steunen door een gift* op rekening van Wereldsolidariteit IBAN BE 41 8900 1404 3510 met vermelding “Femma voor Haïti”

* voor een bedrage van 40 euro of meer op jaarbasis krijg je een fiscaal attest.

Foto's en interview:  Joris Willems

Reageer