Mia Schreurs, bijna 75 jaar, zet de eerste stap voor Jong Femma Opglabbeek

{$items.title}

In Opglabbeek bestaat sinds kort naast de ‘gewone Femmagroep’ een nieuwe groep met jonge vrouwen, Jong Femma Opglabbeek. Hoe die groep is ontstaan, lees je hier .

Wij waren heel benieuwd naar ‘het teamlid’ dat de jonge vrouw aansprak en daarmee de eerste stap naar de jonge groep zette. Dus belden we haar op. Mia Schreurs is bijna 75 jaar, ex-voorzitster en nog steeds enthousiast kernlid bij Femma Opglabbeek.

Hoe zijn de eerste stappen naar de jonge groep gezet?

Mia: Tijdens het ‘tasje troost’ in september zag ik een jonge vrouw, Carmela Catalano, heel vriendelijk kijken. Ik wou haar aanspreken, maar net op dat moment was ze weg. Ik ben haar achterna gegaan naar buiten en gevraagd of ik eens met haar mocht komen babbelen over een jonge groep bij Femma. Ze was verrast en vereerd. We maakten een afspraak waarop ik, samen met de huidige voorzitster, Iris Bergen, ons voorstel uitlegde.
Ze twijfelde toen nog, maar beloofde andere jonge vrouwen aan te spreken bij de voetbalclub van haar zoon. Bij een volgende bijeenkomst (met de nodige cava en hapjes) waren al 13 jonge vrouwen aanwezig. Uiteindelijk zijn er 5 van hen die de stap hebben gezet.
Op dat moment heb ik het los gelaten. Mijn taak zat erop. Toen ze hun eerste activiteit organiseerden (een kaasavond) was ik toch heel nieuwsgierig en omdat ik in de buurt was, ben ik eens gaan piepen. Wat ik daar zag, was hartverwarmend. 80 vrouwen waren aanwezig, zowel leden als niet-leden. Die avond zijn er 30 vrouwen lid geworden! Ondertussen zijn ze gelanceerd en hebben ze 4 succesvolle activiteiten gehad.

Hoe was het voor jou om deze jonge vrouw aan te spreken?
Mia: Het is als oudere vrouw wat moeilijk om jonge vrouwen aan te spreken omdat je angst hebt dat het zal mislukken. We probeerden ook al jaren om jongere kernleden te zoeken, maar telkens lukte het niet. Maar deze vrouw keek zo vriendelijk en ik had het gevoel dat ik het moest proberen. Want als je het niet probeert, dan weet je het niet.
Vroeger beslisten wij, de kernleden, in de plaats van de jonge vrouwen ‘dat ze toch wel geen tijd zouden hebben’. Maar eigenlijk weet je dat niet op voorhand. Je moet het eerst vragen!

Welk effect heeft deze jonge groep op jullie team?
Mia: Wij werken al lang met verschillende werkgroepen. De jonge vrouwen zien we ook als werkgroep. Eén van hen komt maandelijks hun werking toelichten op onze vergadering. Onze voorzitster gaat naar die van hen. De jonge vrouwen nemen ook deel aan onze activiteiten die hen interesseren.
De jonge groep geeft ons, vrijwilligers, een goed en gerust gevoel. Als we hen niet hadden gehad, had onze groep een eindpunt. En dat is nu niet meer het geval. We weten dat Femma Opglabbeek zal blijven voortbestaan. Het geeft ons een soort ruggesteun.
Het geeft ook mij een heel goed gevoel. Mijn moeder was één van de stichtsters van deze afdeling in 1938. Ik ben blij dat ik ervoor heb kunnen zorgen dat de groep zal blijven bestaan.

Heb je nog tips voor andere Femmagroepen en –vrijwilligers?
Mia: Durf mensen aanspreken! Beslis niet in hun plaats of mensen daar wel tijd voor of zin in hebben. Je kan dat enkel weten door het te vragen. Persoonlijk contact werkt nog altijd het beste.
We hebben die jonge vrouw niet overvallen met een vraag. We vroegen of we eens konden afspreken om alles rustig uit te leggen. We hebben ook nooit over onze eigen kern gesproken, maar meteen over een aparte jonge groep. En het is gelukt!

Ook een sterk verhaal in je groep? Laat het ons weten op mien.quartier@femma.be.

Reageer