Kookexperiment in het asielzoekerscentrum

{$items.title}

Het is een stralende dag. De zon schijnt over het groene domein van het asielzoekerscentrum in Arendonk. Samen met Gerd, coach van Femma, loop ik het domein binnen. Ze draagt zware tassen vol groenten, kruiden en vlees.

De gebouwen van het centrum liggen als eilanden in het domein verspreid. Hier en daar lopen jonge mannen, sommige alleen, andere in gesprek. Kinderen zie je bijna niet. “Die zijn naar school”, zegt Sabine, verantwoordelijke van de dagactiviteiten, “tenzij ze nog te jong zijn, of ziek.”

“We doen hier vooral creatieve activiteiten”, vertelt Gerd. “Maar vandaag willen we uitproberen of samen koken de vrouwen aanspreekt.”

De grote poorten van het keukengebouw doen denken aan een brandweerkazerne. Enkele staan open om zon en zuurstof binnen te laten. Het is middag. Een paar vrouwen en een man bereiden er elk hun potje.

Privacy

Sabine legt me uit hoe belangrijk het is om de privacy van de bewoners te respecteren. Dit betekent dat foto’s met herkenbare gezichten enkel mogen als de mensen hier expliciet toelating voor geven. Ik krijg formulieren in meerdere talen mee, die ik daartoe moet laten ondertekenen.

“Ik doe hier nu drie jaar activiteiten”, zegt Gerd. “Het is altijd een raadsel wie er gaat komen. Meestal ga ik voor onze cursussen op pad om de vrouwen uit hun kamers te halen. Je moet ze bijna letterlijk over de drempel trekken, maar eens de workshop bezig is, amuseren ze zich te pletter. Als je er een paar hebt, komen er makkelijker andere bij. Ik ben benieuwd of een kookworkshop zal aanslaan. We zullen zien.”

“Je moet ze bijna letterlijk over de drempel trekken”

We passeren het gesloten gebouw waar de meest kwetsbare vrouwen en kinderen verblijven. Het zijn alleenstaande vrouwen, vaak slachtoffers van geweld. Er mag geen man naar binnen. “Het is nog veel moeilijker om deze vrouwen te bereiken. Vroeger hadden we activiteiten in een aanpalend gebouw. Dan lieten we de deur openstaan en kwamen ze weleens nieuwsgierig kijken. Maar het keukengebouw ligt 50 m verderop. Zo ver komen ze niet.”

Zomer en winter

“Je voelt dat de mensen hier bij mooi weer vrolijker zijn dan in de winter. De kou speelt op hun gemoed”, weet Gerd. “In de winter doen we dingen zoals wenskaarten maken, schriftjes pimpen... en handwerksessies zoals haken en breien. Dan maken we kleine tasjes, gsm-hoesjes... Vrouwen uit Kosovo, Servië, Azerbeidzjan kunnen dat zeer goed. Maar Afrikaanse vrouwen moeten van nul beginnen.” Logisch denk ik, als je uit een warm klimaat komt. “Twee Armeense vrouwen deden me ooit sokken cadeau die ze hadden gebreid met gekregen wol.”

“Twee Armeense vrouwen deden mij ooit sokken cadeau”

Traag op gang

Een medewerker van het centrum zet mee drie tafels klaar. Gerd verdeelt tomaten, wortelen, aubergines, courgettes, rijst, couscous, pasta over de eerste twee. De derde tafel laat ze nog leeg. Eerst kijken hoeveel vrouwen er opdagen.

Ze spreekt de jonge Afghaanse vrouw aan die met haar peuter in de keuken aan het koken is. Haar moedertaal is Dari, maar ze begrijpt een klein beetje Engels. De peuter loopt binnen en buiten. Ze heeft er de handen aan vol. Hij heeft zus van vier, vertelt ze. Die zit nu op school. Hun vader is op de kamer. Zodra haar kookpotje klaar is, zal ze hem vragen om op de kleine te letten, zodat ze met ons kan meedoen.

Gerd is ondertussen verdwenen, op zoek naar deelnemers. Het plein is leeg. Aan de overkant zit een jongeman. De luide muziek van zijn smartphone brengt de typisch Vlaamse gebouwen en de groene bomen in een oriëntale sfeer. De jonge vrouw is met de kleine teruggekomen van de kamer. Ze blijft ze zoekend in de verte kijken, hopend dat haar man er nog om zal komen.

Ze blijft ze zoekend in de verte kijken

Ze zet zich aan de eerste tafel, zoekt er een stoel bij voor haar zoontje, en begint wortels te snijden. ‘Vader komt niet’, zegt ze schouderophalend. De kleine krijgt een stukje wortel om op te bijten.

Gerd is terug, samen met enkele vrouwen. Wie komt koken, mag haar potje meenemen voor het gezin. Dat helpt natuurlijk. Een paar Afrikaanse dames dagen op, maar houden zich op de achtergrond en verdwijnen weer. Ook een man wil meedoen. Gerd stelt hem teleur.

Tafel twee: Armenië en Wit-Rusland

Centraal in de keuken staat een muur met genummerde kluisjes. Daarin kunnen bewoners persoonlijke keukenspullen en voeding bewaren. Maar niet iedereen maakt er gebruik van. Rosanna vertelt me dat ze meestal het eten op de kamer voorbereiden om zo kort mogelijk in de keuken te zijn. Ze vraagt naar dunschillers voor de wortels, maar die zijn er niet. Ze haalt dan maar haar eigen mesjes.

Iets later sluit Alina uit Wit-Rusland zich bij het Armeense groepje aan. Ook zij mengt zich vlot in de conversatie. Alina spreekt vlot Nederlands. “Dat komt omdat ik lerares ben”, zegt ze, “Ik leer snel”. Pas wanneer ze opstaat, zie ik haar buikje. Ze is bijna 8 maanden zwanger. “Het is een meisje”, glimlacht ze.

“Ik leer snel, omdat ik lerares ben”

Tafel drie: Syrië en Irak

Wanneer drie Arabische vrouwen aansluiten, wordt ook tafel drie in gebruik genomen. Er zijn groenten genoeg. Het zijn Feriya en Kahadra uit Syrië, en Samah uit Irak. Samah kan zich beredderen in het Engels en tolkt voor de anderen. Ze helpt hen ook met het formulier, want ze willen graag op de foto.

“Is er ook vlees? En is het halal?” vraagt Samah.

“Jazeker”, bevestigt Gerd. Er is kip, lamsvlees en gehakt. Ze is er speciaal voor naar een gekende halal beenhouwerij in Turnhout gereden. En ze toont het kasticket om het te bewijzen.

“Is er ook vlees? Is het halal?”

Pret en chaos

Ik zie wat Gerd bedoelde: de ambiance bij de tafels is top. Er wordt gepraat, gelachen, rondgekeken en gevraagd.

Drie tafels, drie kookeilandjes met vrouwen uit een andere regio. Gerd beweegt zich van de ene tafel naar de andere en probeert de vragen te begrijpen.

De Arabische dames krijgen zelfs de slappe lach. Oeps, daar valt rijst op de grond, is er een veger in de buurt? Gerd gaat op zoek.

 

Een pot gaat op het vuur. Het begint heerlijk te ruiken. Meer en meer passanten komen kijken. Stemmen en talen, messen op snijblokken en lepels in potten... het lawaai vermoeit als je het overzicht probeert te houden.

Rond halfvier wordt het plots stiller. De vrouwen beginnen schijnbaar gehaast op te ruimen. “Onze kinderen komen van school”, zeggen ze. Gerd haalt plastic potjes uit haar tas, die ze gretig aanpakken om de gerechten in mee te nemen. Het restje van het busseltje kruiden en het overschot van groenten en vlees worden verdeeld. De chaos en het lawaai lossen zich aan ijltempo op.

Het lawaai vermoeit als je het overzicht probeert te houden

Voor ik vertrek, zoek ik naar de Afghaanse vrouw en haar peuter, die de hele middag met z’n tweetjes aan de eerste tafel hebben gezeten. Ze zijn verdwenen. Ook zij zal zich hebben gehaast voor de schoolbus. De twee rode paprika’s die ze achterliet, worden geclaimd. De leegte die ze achterlaat, overvalt me.

 

Het project Tijd voor mij ligt in het hart van ons bewegingswerk. We gaan aan de slag met vrouwen die zich in een socio-economisch kwetsbare positie bevinden. Onze coaches geven hen een kostbaar goed: vrije tijd en me-time. De vrouwen nemen deel aan laagdrempelige activiteiten. De verbinding met andere vrouwen en hun zelfontplooiing maakt hen sterker. Zo krijgen ze kansen om uit de vicieuze cirkel van isolatie en kansarmoede te treden.

Steun Tijd voor mij

De werking voor vrouwen in een socio-economische kwetsbare positie is actief in heel Vlaanderen en geeft jaarlijks 500 workshops aan mama’s die met kansarmoede te maken hebben.

We zouden graag nog meer mama’s die broodnodige energie-boost willen aanbieden.

 

Reacties

Femma schreef

Beste Karin,

Dit bezoek dateert van vóór de coronacrisis. Ook binnen de Tijd voor Mij-werking worden alle maatregelen opgevolgd.

Met vriendelijke groeten

Reageer