Huisarbeid is waardig werk

<br />
<b>Notice</b>:  Undefined index: items in <b>/home/femma/apps/production/releases/20190805082358/frontend/cache/compiled_templates/7f6f1d63cd823f409c63dea54b7cfbfb_detail.tpl.php</b> on line <b>99</b><br />
{$items.title}

Foto: Dominique Coopman

Zuster Jeanne Devos (85), Pia Stalpaert (58) en Julie Hendrickx (42) in één ‘Femma-100’-portret. Straffe madammen. Bondgenoten en vriendinnen. Gedreven in hun doen en laten. Geen tafelspringers, tenzij het moet. Wat ze gemeen hebben? India en huisarbeid. “Het gaat ons om de waardigheid, de rechten en het empoweren van huisarbeid(st)ers,” klinkt het helder en luid. En over de kracht van vrouwen samen. De kracht van verbondenheid.

Jeanne Devos werd op 9 januari 1935 geboren. Net 85 dus. Ze  groeide op in een gezin met negen kinderen, in Kortenaken. Toen ze 12 was, droomde ze ervan naar India te gaan. En zo geschiedde. Ze werd Zuster van de Jacht en woonde en werkte meer dan vijftig jaar in India. Ze richtte er in 1984 de National Domestic Workers Movement (NDWM) op: een beweging van, voor en met huisarbeiders. Ter info: ‘huisarbeiders’ is de algemene term. Meer dan 90% van de huisarbeid gebeurt door vrouwen én kinderen, soms wel dienstmeisjes genoemd.

Jeanne

“Het begon in Mumbai met een meisje van 13 jaar,” vertelt Jeanne Devos. “Sunita kwam elke morgen melk halen in ons klooster. Ik zag ze overgeven. Meneer had haar verkracht, madame ging met haar naar de dokter voor een abortus. Toen verzamelden we zoveel mogelijk huisarbeiders. Eerst waren er zeven, daarna tientallen, honderden. Ik hoorde er vrouwen ruzie maken rond de honger van hun kinderen, terwijl ze zich van ’s morgens tot ’s avonds uitsloofden. Als vrouw raakte me dat enorm. Ik zei: ‘Dit kan niet meer.’ Kinderen in huisarbeid, soms duizenden kilometer van huis, moesten keihard werken en mochten hun gevoelens niet tonen. Ik zei: ‘Lach maar. Ween maar. Schreeuw maar!’  Vanuit onmacht en verontwaardiging groeide er een beweging. Ik wist: de huisarbeiders eten geven, is onvoldoende, we moeten hun situatie aanpakken. Wat de NDWM doet, draait rond drie sleutelwaarden: waardigheid, rechten en empowerment. Huisarbeiders voelden zich niemand, de dalits of kastelozen werden zelfs niet beschouwd als mensen. Door hen te laten dromen over wie ze echt wilden worden, ontdekten ze hun eigen, unieke waardigheid en het belang van hun werk. Iemand had twintig jaar gewerkt maar nooit loon ontvangen, dus trokken we naar de rechter. Die zei: ‘Mevrouw heeft geen papieren, ik kan niets doen.’ We gaven ook vorming, wat aanzette tot actie. En een andere tactiek. Viel er nu een ontslag, dan gingen onze vrouwen massaal in staking. Zo ontdekten ze: hoe meer we samenspannen, hoe meer er wordt geluisterd.”

“Jezus vraagt de lamme niet: ‘Wil je een betere matras?’ Neen: ‘Sta op en hervind je waardigheid,’ dat is wat Hij zegt.”

Op vandaag is de National Domestic Workers Movement (NDWM) actief in heel India en ver daarbuiten. Wat in 1984 begon met een klein groepje breidde zich snel uit. “We brengen kind-slaven samen, werken samen met scholen, hebben coöperatieven voor alleenstaande weduwen, stappen naar de media maar werken op hoog politiek niveau. In 1999 mochten we de Verenigde Naties toespreken. In 2014 startte onze kinderrechtenbeweging. In 2011 onze vakbond. Grote doorbraak voor alle huisarbeiders ter wereld, was in 2010-2011, toen de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Genève het thema huisarbeid op haar agenda plaatste. De IAO was opgericht in 1919 en paritair samengesteld uit werkgevers, werknemers en overheden.

Pia

Het is in het Genève van 2010 dat Pia Stalpaert en Jeanne Devos elkaar ontmoetten. “Toen Luc Cortebeeck me in 2010 vroeg om ACV-onderhandelaar te worden op een conferentie van de IAO over huisarbeid, was ik dolblij. Zo’n kans,” zegt Pia Stalpaert (58), voorzitter van ACV-Voeding en diensten.  “Zuster Jeanne en ik kenden elkaar niet maar begrepen elkaar meteen,” vertelt Pia. Pia kreeg het vakbondswerk met de paplepel mee. “Mijn vader was vakbondsdelégée. Hij kwam thuis met verhalen over het werk, sprak over mensen die ontslagen waren en de werkgever die een enorm gebrek aan respect had voor zijn werknemers. En ik wist van mijn grootvader langs moederskant, die wekenlang in de steenovens in Noord-Frankrijk ging werken, dat ze daar niet eens een ‘stortbad’ (een douche) hadden. De verhalen van mijn grootvader en vader, zetten mij er later toe aan, in het ACV te gaan werken. Via een omweg in Familiehulp, kwam ik bij ACV-Voeding en diensten terecht. Ik knijp nog elke morgen in mijn wang, dat ik dit werk kan en mag doen, hoe moeilijk het soms ook is, zeker als vrouw in zo’n harde wereld. Ik ben ook blij, de onderhandelingen in de sector van de dienstencheques te mogen doen. Dat zijn zeer moeilijke onderhandelingen. Het gaat om een loonsverhoging van 1,1 euro/uur, en toch, springt het gesprek af, zijn we in staking moeten gaan… Het gebrek aan respect vanwege politici, werkgevers en klanten tegenover de dienstencheque-poetshulpen, is vaak enorm. Ik vind het wraakroepend, de prijs van de kuisproducten slaan op, en we betalen dat, terwijl er voor de mensen die zo hard werken, die vier uur aan een stuk poetsen opdat je huis proper zou zijn, aan dezelfde lage verloning moet blijven werken.”

“Ik, een klein meisje uit West-Vlaanderen, had aan iets meegewerkt waardoor miljoenen vrouwen erkenning zouden krijgen. “

Maar terug naar de IAO in Genève. Pia Stalpaert: “Jeanne en ik hebben daar, vanuit de vakbondsdelegatie, uren samen onderhandeld. We zijn er vriendinnen voor het leven geworden. De inbreng van Jeanne was ook van onschatbare waarde.” Resultaat? De IAO erkende het begrip ‘huisarbeider’ en de term ‘huisarbeid’ als arbeid. De conventie werd door 183 landen goedgekeurd. ‘Toen heb ik geweend,’ vertelt Pia, “Ik, een klein meisje uit West-Vlaanderen, had aan iets meegewerkt waardoor miljoenen vrouwen erkenning zouden krijgen. Het is één van de hoogtepunten van mijn leven.” 

“Ik ben, namens de NDWM van India, en de miljoenen huisarbeidsters,” Pia en het hele ACV, bijzonder dankbaar om wat ze gerealiseerd hebben,” zegt Jeanne Devos. “Blij ook dat ze ons gesteund hebben om vanuit de NDWM een vakbond op te richten. Dit is van enorme betekenis voor de jonge generatie en voor het vrijwaren van onze sociale zekerheid.” Jeanne Devos is een heldin in India. “Moeders tonen er fier hun kinderen. Ik voel er kracht en hoop,” zegt Pia Stalpaert die sinds Genève in 2010-2011 meerdere keren in India was.

Julie

Geen twee zonder drie: wie de strijd van Jeanne Devos om erkenning voor de huisarbeiders in India ook meemaakte, maar dan vanuit het knusse Leuven, is Julie Hendrickx (42). Julie is één van de vier Indische adoptiekinderen van Marc Hendrickx (+2002) en Agnes Devos (77), de zus van Jeanne. “Ik had het grote geluk in een heel warm nest, een klein paradijsje, te kunnen opgroeien en ontplooien. Maar eens 16 stelde ik me vragen: wie ben ik, van waar kom ik? Toen gingen we met ons gezin naar India, op zoek naar onze roots. Ik voelde me er al snel thuis. Dat Mumbai druk is en dat het er ruikt, merkte ik nauwelijks. In die tijd schreef ik ook veel brieven aan mijn tante, zuster Jeanne, en maakte zo bijna van op de eerste lijn, het ontstaan en de groei van de Beweging mee, én de grote doorbraak toen de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) huisarbeid als arbeid erkende.” Enkele jaren geleden sprak ik – die leerkracht ben geworden - mijn tante aan en zei: ‘Die geschiedenis staat nergens te boek.’ ‘Schrijf jij dat op,’ zei tante Jeanne kordaat, en zo is mijn boek ‘Alsof de Weg ons zocht’ er gekomen.”

“Ik wil meer mildheid voor mensen die minder kansen krijgen. Zolang niet iedereen het gemaakt heeft, heeft niemand het gemaakt.”

In het lied van Huub Oosterhuis ‘Groter dan ons hart’ staat: ‘Voor hen die weerloos zijn in de handen van mensen…’ Als kind kon ik dat niet begrijpen.  Maar toen ik, wat ouder dan, het huispersoneel in India leerde kennen, zag ik dat het wel kon. Ik ben die tegengekomen, kinderen waar het bloed uit droop, mishandeld door de huisbaas. En dan denk ik aan Remco Campert: ‘Verzet begint niet met grote woorden, maar begint met het stellen van een vraag aan jezelf, en dan die vraag aan iemand anders.’ Dat heb ik bij Jeanne gezien.”

“Voor mij is tante Jeanne een brugfiguur, mijn toegangspoort tot India, een verlengstuk van mezelf. Zij is India hier. Wat ik van haar heb? Ik doe mijn mond open als ik onrecht zie, zelfs in kleine dingen. Recentelijk zag ik een chauffeur van een vuilniswagen een blikje weggooien. Ik dacht: die man doet mooi werk, hij haalt ons afval op, maar hoe spijtig dat hij daar niet trots op kan zijn. Ik wil een lans breken, voor meer mildheid, voor mensen die minder kansen kregen. En solidariteit kan je leren! Tijdens de oorlog stond bij tante Jeannes ouders op de koer van de boerderij een zak met graan: wie er nodig had, kon er scheppen. Zo probeer ik ook mijn dochtertje Noa, en mijn leerlingen, dag na dag, te oefenen in delen. Until all of us have made it, none of us has made it. Tot zolang niet iedereen het gemaakt heeft, heeft niemand het gemaakt.”

Samen rond de tafel

Wat een voorrecht drie zo’n straffe dames te kunnen interviewen. Het stuk hierboven, schreef ik vanuit drie aparte interviews, eerst met Jeanne, dan Pia, dan Julie. Voor het stuk hieronder had ik ze samen rond de tafel. En stelde drie bijkomende vragen… Of het een verschil maakt vrouw te zijn, hoe belangrijk Genève tot op vandaag is en wat Pia, Jeanne en Julie aan elkaar hebben…

Maakt het een verschil vrouw te zijn?

Pia: “Het maakt zeker een verschil vrouw te zijn. Als vrouw is het veel moeilijker au serieux te worden genomen. Men appelleert je niet zo snel op je kennis en ervaring. Als vrouw is het zwaarder zo’n verantwoordelijkheid op te nemen, ook binnen de arbeidersbeweging.
Julie: “Ik ben de pen van het verhaal, merk weinig verschil.”
Pia: “Zou je hetzelfde boek geschreven hebben, als je de neef van Jeanne was?”
Julie: “Nee. No way. 90% van de huisarbeiders zijn vrouwen. Ik kan me, omdat ik vrouw en mama ben, beter verplaatsen in hun situatie, wanneer ze hun kinderen met honger te slapen leggen.”
Jeanne: “In India maak je zeker een verschil, Julie. Omdat je én vrouw én Indisch bent. Je kunt gemakkelijk mee naar de slums. In India overheerst in grote mate de mannelijke superioriteit, en is het vaak alsof de Indische vrouw niet werkt. Werkt niet? Ze slooft zich uit, van ’s morgens tot ’s avonds. In België is het al voor een groot stuk normaal, dat mannen hun deel doen in het huishouden.

Hoe belangrijk is Genève tot op vandaag?

Jeanne: “Enorm belangrijk, voor de waardigheid van onze vrouwen. Die zeiden van ‘zie je wel, onze politici luisteren niet naar ons, maar de wereld luistert.’ Ze zijn zo trots. Men kent en waardeert de NDWM ook veel meer. Dat huisarbeid erkend werd als arbeid, is ook wettelijk enorm belangrijk. Nu kunnen we tenminste een minimumloon vragen. En al heeft India de conventie rond huisarbeid nog altijd niet geratificeerd, er zijn wel lokale staten die dat beginnen toepassen, en parlementsleden die de regering beïnvloeden.”
Pia: “Voor mij persoonlijk was Genève belangrijk omdat ik er Jeanne Devos heb ontmoet, een turning point in mijn leven. Dat huisarbeid er als arbeid werd erkend, was natuurlijk het allerbelangrijkste. Dat an sich, maar ook, wat vrouwelijke arbeid is. In die zin zeg ik: de IAO heeft boter op zijn hoofd. Opgericht in 1919, had de organisatie 90 jaar lang bijna alleen aandacht voor mannelijke werknemers in de fabrieken. Maar vrouwen die thuis werkten? De opvatting was: eten maken, poetsen… iedereen kan dat, dat is geen beroep. Nu wel. Intussen zijn er van de 183 landen die de conventie getekend hebben, 26 die deze ook hebben geratificeerd. Veel? Niet veel? Ik merk dat geen enkel land deze erkenning opzij kan schuiven. Bovendien zijn er heel veel staten, en niet alleen in India, die zich aansluiten. De Verenigde Staten hebben nog geen enkele conventie geratificeerd, maar de staat New York heeft zijn eigen wetgeving, daar is huisarbeid arbeid, en er komt inspectie aan huis, om te zien dat er geen misbruik is. Dat zijn reuzenstappen. Maar ook voor de vakbonden, betekende deze conventie een ommekeer. Weet je dat het in 2010-2011 de eerste keer was dat de werknemers niet alleen door de vakbonden, maar ook door ngo’s en andere organisaties werden vertegenwoordigd?
Julie: “Straf gedaan. Jullie hebben op de deur van de geschiedenis geklopt. Maar het werk is nog niet af.”

Wat hebben jullie aan elkaar?

Julie: “Voor mij is er een hele wereld opengegaan. Wat een luxe, gelijkgestemden te ontmoeten. Ik heb in mezelf een drive ontdekt, die ik tot hiertoe niet kende. En ik krijg de kans daar een stuk bij jullie drive aan te haken. Ik heb enorm veel aan Jeanne en aan Pia.”
Pia: “Ik had eerst schrik van Jeanne, maar het klikte onmiddellijk. Jeanne heeft mijn leven veranderd. En ook hoe je als vrouw leiding kunt geven in een grote organisatie. Ik zie ons nog zitten, aan een tafeltje in Genève, hoe we elkaar een spiegel voorhielden. De kans om naar Genève te gaan, Jeanne leren kennen: dat was een turning point in mijn leven. En bij Julie, zie ik dezelfde drive.”
Jeanne: “voor mij is de samenwerking met Pia een enorme steun geweest. Tot dan toe, had ik België vooral financiële steun gezocht. En dan ineens, was er ACV Voeding en diensten, en vooral Pia, die met haar ervaring, een enorme input heeft gedaan. En die samenwerking wordt almaar steker. Dat Pia en Julie er zijn, is ook een geruststelling. Tien jaar geleden heb ik in India de leiding van de NDWM overgelaten aan Christie Mary, een Indische zuster. Ik whatsapp of telefoneer nog elke morgen met haar en de ploeg ginder, ter ondersteuning. Maar dat zo’n jonge dames als Pia en Julie er zijn, maakt me heel blij en hoopvol voor de toekomst. Alsof de Weg ons zocht.”

In Alsof de Weg ons zocht vertelt Julie Hendrickx (41) over haar tante, zuster Jeanne Devos (85), en over de Indiase beweging van huisarbeidsters van wie zij aan de wieg stond. Het gaat van het overlijden van zuster Jeannes kleine zus Josée in 1941, tot de erkenning van huisarbeid door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in 2012. Prijs 29,99 euro.

Reacties

Hilde Van Parys schreef

Graag gelezen!

Mensen als jullie drie maken het verschil, hebben dat ook al gemaakt en daarop kunnen anderen voortbouwen. Het is mooi om zien hoe vanuit onmacht en verontwaardiging een hele beweging op gang is gekomen, klein begonnen maar met wijdvertakte wortels. Iets doen waar anderen beter/sterker van worden geeft zin en ook inspiratie.

Drie kleine held(inn)en van vandaag die erin geloven... Buiten-gewoon is dat. Bedankt voor jullie inzet en moed. Blijf maar delen en vragen stellen!

Reageer