Het gezicht achter je spijkerbroek

{$items.title}

Chantan werkt hard, breit sjaals in haar vrije tijd en droomt over een mooiere toekomst. Het liefst een toekomst voorbij de jeansbroeken die zij voor weinig geld maakt en wij aan de andere kant van de wereld voor veel geld kopen. Als kledingarbeidster en vakbondsleider in een Cambodjaanse kledingfabriek ijvert ze voor verandering.

Chantan groeide op in een Cambodjaans gezin van zes kinderen. Ze was een goede studente en droomde van een doktersopleiding, maar moest door slechte gezondheid van haar vader die plannen opbergen.  Om haar gezin te onderhouden trok ze naar Phnom Penh om te werken in één van de vele, grote kledingfabrieken die de hoofdstad rijk is. ‘Ik doe alles wat ik kan om voor mijn ouders en jongere broer en zussen te zorgen. Als hard werken betekent dat zij wel de kans krijgen om te studeren, dan doe ik dat. Ik wil gewoon niet dat zij worden als ik.’

Hard werken blijkt een understatement voor de omstandigheden waarin kledingarbeidsters als Chantan leven en werken. Samen met acht mensen woont ze in een piepklein kamertje van 5 vierkante meter. Elke morgen gaat om half 5 s‘ ochtends de wekker en haast ze zich naar de fabriek. Komt ze te laat, dreigt ze een deel loon te verliezen. Chantan verdient maandelijks ongeveer 158 euro. In de fabriek heersen barre omstandigheden. ‘We mogen tijdens het werk niks tegen elkaar zeggen. Wie langer dan twee minuten op het toilet durft te zitten, krijgt bezoek van de manager. Overuren moet je altijd accepteren, want anders dreig je ontslagen te worden. ‘We werken hard, maar we krijgen daar niet veel voor terug.’

Het is die optelsom die Chantan deed besluiten om zich er tegen te verzetten en om zich aan te sluiten bij de vakbond. ‘Sommige vrouwen zijn bang voor de managers, maar ik niet. Ik voel me sterk en ben boos omdat we soms 24 uur lang op een dag moeten werken. Ik ben bij de vakbond gegaan omdat ik de Cambodjaanse arbeiderswet wil leren kennen zodat ik weet wat wel en niet is toegestaan. Het is okee als werknemers willen overwerken, zolang het maar hun eigen keuze is.’

Vakbondswerk blijkt in Cambodja niet altijd zonder gevaren te zijn. Chantan is al meermaals bedreigd geweest. Toch heeft haar dat nooit doen twijfelen om te stoppen. ‘De bewakers hebben wel eens een pistool op mij gericht en ook heeft iemand mij eens met een bedreiging heel veel geld aangeboden om te stoppen met vakbondswerk. Steeds voelde ik mij niet bang. Zelfs als ik dood ga, weet ik dat ik de werknemers heb beschermd. Iemand moet het doen. Op de overheid kunnen we niet vertrouwen.’

Wil je kledingarbeidsters zoals Chantan ondersteunen? Dan kan je dit jaar een retouchbar organiseren of Femma thee kopen. Meer info vind je hier

Foto: Jos Verhoogen

Reageer