Het ABC van Champagne, 7 gouden tips

{$items.title}

Vaak wordt er heel wat verteld over het doen en laten van champagne. Maar kloppen die weetjes ook? Hieronder staan zeven gouden tips voor wie de kurken wil laten knallen tijdens deze eindejaar periode.

  1. Champagne moet je opdrinken. Laat een fles niet te lang liggen in de wijnkelder.
  2. Bewaar je flessen liggend. Het is van belang dat de kurk vochtig blijft
  3. Bewaar je fles ook op een donkere plek. Licht zorgt ervoor dat de smaak uit de fles verdwijnt.
  4. Serveer je champagne niet te koud. Bewaar de flessen geen uren in een ijsemmer. De smaak verdwijnt op deze manier uit de fles. Serveren doe je bij een temperatuur van ca. 10 graden.
  5. Was je champagneglazen met kokend water, zonder afwasmiddel. In de kristal fabriek maken ze microscopische krasjes in de glazen. Die krasjes maken extra bubbels in je champagne. Wanneer je detergent gebruikt, dan verdwijnen de krasjes uit de glazen en worden de bubbels minder sterk.
  6. Een rosé schuimwijn is geen dessertwijn. Deze wijn past beter bij charcuterie.
  7. Het is een fabeltje dat je een geopende fles kunt bewaren door een lepel in de fles te stoppen. Een geopende fles drink je liefst zo snel mogelijk leeg. Toch een overschotje? Sluit de fles goed af met een speciale flessensluiter.

Laat het ook dit jaar knallen!

Reageer