Femma reageert op voorstellen ‘werkbaar’ en ‘wendbaar’ werk

{$items.title}

Nog dit jaar mogen we ons aan een wet ‘Werkbaar en wendbaar werk’ verwachten.  De wet mag niets kosten. Voor de rest zijn er geen taboes.  Maatwerk en flexibiliteit zijn de toverwoorden.  ‘Iedereen moet werkbaar werk hebben’, is de ambitie van de wet. Wat een mooi doel! Werkbaar werk voor iedereen. Dus ook voor alle werklozen?

De Stichting Innovatie en Arbeid definieert ‘werkbaar werk’ als werk dat voldoende leerkansen biedt en motiverend is. Werk dat niet te veel stress oplevert en goed combineerbaar is met je privéleven.  Diezelfde stichting  stelt dat 17,9% van de Vlaamse werknemers een job heeft die goed scoort op alle aspecten van werkbaar werk.

Laten we eens even kijken wat onze regering al gedaan heeft en nog van plan is om ons werk werkbaarder te maken.

  • De 45-urenwerkweek weer mogelijk maken, zoals in de jaren ’50.
  • De variabele uurroosters bij deeltijds werk hoeven slechts één dag op voorhand bekend gemaakt te worden aan de werknemers. Probeer dan maar eens kinderopvang te vinden.
  • Het ongemotiveerde tijdskrediet afschaffen, de zorgverloven uitbreiden, maar met verscherpte controle en verstrengde motieven.  Zo kunnen nog minder mensen er gebruik van maken. Een budgettaire ‘meevaller’, maar bijzonder vrouwonvriendelijk.
  • Verlofdagen schenken aan een collega wiens kind ziek is: pure liefdadigheid die de overheid niets kost. 
  • Het loopbaansparen invoeren: individueel tijd en geld sparen voor wie tijd en geld te veel heeft: kost de overheid niets. Maar wie heeft er tijd op overschot?
  • Occasioneel telewerken mee op te nemen in het wettelijk kader voor plaats- en tijdonafhankelijk werken: alleen zinvol voor wie occasioneel kan en mag telewerken, opnieuw budgettair  neutraal.

Minder stress? Een beter work-life balance? Voldoende leermogelijkheden? Motiverend werk? Deze overheid wil helemaal niet investeren in werkbaar werk met minder stress en een betere combinatie arbeid en gezin voor iedereen. Langer en meer werken, dat wel. Het vroegere kostwinnersmodel, maar nu met z’n tweeën.

Deze voorstellen zijn voor veel mensen moeilijk of niet haalbaar. Dit vrouwonvriendelijke model houdt  veel te weinig rekening met onbetaalde arbeid: zorgen voor je naasten, vrijwilligerswerk… Alleenstaande ouders blijven weeral in de kou staan.

Het lijkt erop dat het werk vooral ‘wendbaarder’ moet .  Een definitie van ‘wendbaar werk’ vind je niet bij de Stichting Innovatie en Arbeid. Ook de ministeriële uitgangsnota voor de wet ‘werkbaar en wendbaar werk’ definieert het begrip niet. Wel stelt de nota dat ondernemingen ‘zeer flexibel’ moeten zijn en ‘snelle leveringstermijnen’ moeten kunnen respecteren. ‘Een hoge productie-efficiëntie’ is essentieel.  Blijkbaar kunnen we dit alleen realiseren via overuren, nacht-, avond- en weekendwerk en een 45-urenwerkweek.  Voor wie is die economie eigenlijk?

In haar boek ’51 mythes over wat goed zou zijn voor de economie’ ontmaskert auteur Mirjam de Rijk dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt goed zou zijn voor de economie (mythe 10).  Er is geen verband tussen een flexibele arbeidsmarkt en een hoge economische groei.  Je zal ook niet méér  of betere producten maken. 

Flexibilisering is zelfs slecht voor de innovatie. Personeel dat zich ondersteund voelt en het bedrijf goed kent, zal beter weten wat mogelijk is. En dus creatievere ideeën hebben. Personeel wordt dus niet productiever door langer te werken, meer overuren te presteren en op atypische tijdstippen te werken (mythe 9).

Innovatie en werkbaar werk? Niet met dit beleid.

Reageer