Femma en individualisering in de sociale zekerheid

Individualisering in de sociale zekerheid? Een verhaal van kansen en verantwoordelijkheden

Schijnwerpers op de rechten in de werkloosheidsverzekering

Op 15 december 2008. organiseerden de Nederlandstalige Vrouwenraad, het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en het Comité de Liaison des Femmes een studiedag over de individualisering van de rechten in de sociale zekerheid. Zij kregen deze opdracht van vice-eerste minister Joëlle Milquet, bevoegd voor Werk en Gelijke Kansen. Bedoeling was om een uitgebreide genderanalyse te voeren over de voorzieningen van de sociale zekerheid en in het bijzonder armoederisico's en werkloosheid te belichten.

De Europese richtlijn 79/7/EEG over de gelijke behandeling van vrouwen en mannen in de sociale zekerheid is hierbij het uitgangspunt. Naast een overzicht van de kosten (en ook opbrengsten) van het  systeem van afgeleide rechten, werd ook ingezoomd op de verschillende takken van de sociale zekerheid: de pensioenen, de ziekte- en invaliditeitsverzekering en de werkloosheidsverzekering.

De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening belichtte twee aspecten in het debat van individualisering in deze laatste tak, namelijk de werkloosheidsverzekering. Enerzijds maakten ze een (positieve) balans op van het recent aangepaste activeringsbeleid van (vrouwelijke) werklozen. Anderzijds boden ze een 'reality-check' aan van de 'gezinsmodulering' van de werkloosheidsverzekeringen die niet langer aangepast lijkt aan de huidige context. Aan Femma werd een kritische reflectie gevraagd bij de vaststellingen en conclusies van de RVA. In het eerste luik maken we enkele bedenkingen bij deze schijnbaar positieve activeringsbalans en bij de huidige gezinsmodulering. Vervolgens stellen we vanuit Femma enkele bedenkingen voorop in het ruimere debat van individualiserig van rechten in de sociale zekerheid. Voor ons is dit een verhaal van kansen én verantwoordelijkheden.

Individualisering vereist meer dan activering alleen! Gelijkekansenbeleid en randvoorwaarden zijn daarbij geen holle slogans
Bij een analyse van het activeringsbeleid moeten we de hoofddoelstelling in rekening brengen. Het stimuleren van het zoekgedrag van werklozen is de prioriteit. Op het eerste gezicht lijkt het alsof we volmondig kunnen instemmen met de positieve balans die de RVA afleidt uit de evolutie van het aantal schorsingen van abnormaal langdurig werklozen en het dalend aantal werklozen. Er is wel degelijk een vermindering van de werkloosheidsgraad bij werkzoekende vrouwen door de ingevoerde procedures. Meer mensen - en in het bijzonder meer vrouwen - gaan blijkbaar gerichter op zoek naar (en vinden) werk. Hierdoor bouwen ook meer mensen eigen rechten op waarvoor ook bijdragen betaald zijn (=contributieve-eigen rechten). Dit is een positieve tendens. Het lijkt erop dat hierdoor de gapende werkloosheidsval succesvol bestreden wordt. Enkel voor relatief kortdurig werkloze vrouwen mag deze conclusie echter zo ongenuanceerd weerklinken. Het blijft moeilijk langdurige werklozen te activeren.

Daarenboven vertoont de curve van het recente aantal sluitingen een stijgende lijn. Het groeiende aandeel (oudere) vrouwen bij schorsingen mag echter niet tot de conclusie leiden dat zij gewoonweg niet 'werkwillig' zijn of 'nog actiever moeten zoeken naar werk'. Men moet daarom meteen het debat opengooien en een globale discussie opstarten waarbij ook alle (!) wettelijke wijzigingen, bijvoorbeeld in het kader van mogelijke vrijstellingen, mee in rekening worden gebracht. De cijfers moeten daarom zuiver geïnterpreteerd worden zodat we de realiteit die schuilgaat achter de statistieken en grafieken juister kunnen analyseren. Dan stoten we onmiskenbaar meteen op de noodzaak van betere 'randvoorwaarden'. Het activeringsbeleid en het aanmoedigen van de zoekgedrag van de federale overheid is immers geen 'naakt, geïsoleerd beleid'. De cijfers van prof. Cantillon over de kortgeschoolde vrouwen staven deze vaststelling. Vrouwen en mannen moeten optimale en 'op maat gemaakte' kansen krijgen om aan de slag te gaan op de arbeidsmarkt en zoveel mogelijk eigen rechten op te bouwen. Hulpmaatregelen voor werkloze werkzoekenden zoals kinderopvang of mobiliteitspremies - als typevoorbeelden van de realisatie van deze randvoorwaarden - zijn eerder regionale materies. Hier zien we dan ook een verschillende aanpak in de gewesten. Inspanningen van de verschillende beleidsniveaus moeten daarom nog beter op elkaar afgestemd zijn om de effecten te versterken.

De recente studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen lijkt alvast de gemaakte conclusie te sterken dat 'wie werkt, netto meer overhoudt'. Of anders geformuleerd: financiële werkloosheidsvallen lijken beter bestreden waardoor het netto beschikbaar inkomen bij tewerkstelling hoger ligt dan bij niet-tewerkgestelde personen (uitkeringstrekkers).

Personen die van een werkloosheidsuitkering of van een leefloon over kunnen schakelen naar het statuut van voltijdse loontrekkers, voelen dat ook in het bedrag dat ze maandelijks ontvangen. Opnieuw een zeer positieve trend. De meeropbrengsten van halftijdse tewerkstelling blijven echter zeer laag! We willen vanuit Femma en samen met het ACV hierbij het probleem van de onvrijwillige deeltijdse arbeid opnieuw op de agenda zetten, ook - of net in het bijzonder - in dit debat over individualisering van rechten in de sociale zekerheid. In vele sectoren, zoals de verkoop en schoonmaaksector worden enkel deeltijdse contracten aangeboden. Hierdoor kunnen werknemers enkel deeltijdse - en dus kleine of onvoldoende - sociale rechten opbouwen. Het bestrijden van de werkloosheidsval vormt voor deze grote groep werknemers een immense uitdaging. Daarnaast is het tewerkstellings- en activeringsbeleid nog onvoldoende afgestemd op de noden van alle groepen of op 'alle vrouwen'; in het bijzonder de noden van eenoudergezinnen of kortgeschoolden blijven vaak onbeantwoord of ongezien.

We vinden het daarom broodnodig om enkele kanttekeningen te maken bij een veelal eenzijdige good-news-show. Het debat over individualisering, ook in de tak van de werkloosheid, moeten we eerlijk én volledig voeren. Het activeringsbeleid alleen is onvoldoende om de eigen opbouw van rechten in de sociale zekerheid waar te maken. Vandaag zijn noodzakelijke randvoorwaarden nog onvoldoende vervuld. Betaalbare, inkomensgerelateerde en beschikbare kinderopvang is bijvoorbeeld onvoldoende aanwezig.

Femma stelt daarom de eis voorop om het gelijke kansenbeleid op de arbeidsmarkt verder uit te bouwen en te verankeren alsook een geïntegreerd werkgelegenheidsbeleid te voeren. Op alle beleidsniveaus moeten we kwaliteitsvolle tewerkstelling stimuleren en de ontwikkelde maatregelen moeten bovendien positief scoren op een gender-proof-test.

Vanuit Femma stimuleren wij ook zelf de opbouw van 'eigen rechten' van mannen en vrouwen via het betalen van bijdragen op eigen verrichte arbeid. Verschillende motieven hebben ons hiertoe geleid. Afgeleide rechten bij de pensioenen gelden bijvoorbeeld enkel voor gehuwde partners en zijn dus discriminerend voor niet-gehuwde individuen. Bovendien bieden ze geen garantie op leefbare uitkeringen (bij echtscheidingen zijn 'afgeleide' rechten enkel geldig voor de duur van het huwelijk). Eigen rechten opbouwen is uiteraard ook bevorderlijk voor de economische zelfstandigheid. In één adem met het aanmoedigen van de eigen verantwoordelijkheid voor de opbouw van sterke sociale rechten, noemen wij echter de nood van de uitbouw van een sterk (gelijke)kansenbeleid. Een beleid dat randvoorwaarden schept die verder gaan dan hol klinkende slogans. Je zou het als volgt kunnen stellen: 'Je moet kunnen gaan werken, in alle levensfases en leefsituaties'. Dit impliceert ook dat de arbeidsmarkt zelf moet aangepast worden, zowel bij toegang, de doorstroming als bij de opleidingskansen. Het wegwerken van de hardnekkige loonkloof is een heel concreet voorbeeld van de acute noodzaak van meer gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Een genderkloof in de sociale zekerheid, zoals vandaag pijnlijk voelbaar bij de verschillende pensioenbedragen van mannen en vrouwen, wordt immers veroorzaakt door de ongelijke opbouw van rechten via arbeid. 'Kleine loopbaan, klein salaris, klein pensioen' is hierbij geen slogan - gescandeerd door duizenden vrouwen op de Wereldvrouwenmars - die in dovemansoren mag vallen. We hebben meer dan ooit nood aan een geïntegreerd beleid, en een gendervriendelijk tewerkstellingsbeleid dat obstakels wegwerkt.

Gezinsmodulering voorbijgestreefd? Leefbare uitkeringen zijn een prioriteit
De RVA stelt ons een zeer interessante 'foto' of close up van de werklozen voor. Vandaag zijn de uitkeringen gemoduleerd volgens gezinssituatie: hoogste uitkeringen voor gezinshoofden, lagere voor alleenstaanden en nog lagere voor samenwonenden. De vraag moet gesteld welke feitelijke situaties achter deze indelingen schuilgaan: de invulling die de RVA gebruikt, verschilt immers van de realiteit. Een heikel punt is dat de effectieve gezinslast of het beschikbare inkomen in een gezin of huishouden nu niet in de categorieën van de RVA zijn vervat. Zo is het niet omdat je door de RVA als samenwonende (zonder gezinslast) beschouwd wordt, dat je ook geen gezinslast draagt. Men kan zich ook de terechte vraag  - zoals Paul Pasterman deed (GOMG november 2008) - stellen of we de categorie 'alleenstaanden' niet moeten open trekken naar allen die 'ongeacht hoe ze wonen' alleen moeten instaan voor hun bestaanszekerheid. Of waarom samenwonenden steeds moeten inboeten omwille van hun concrete leefsituatie. Het kostwinnersmodel is, zoals aangetoond, in de feitelijke leefsituatie aan het verdwijnen. Slechts 8 % van de uitkeringstrekkers behoort nog tot de categorie 'koppel met kinderen waarbij de man de enige kostwinner is'. De cijfers leren ons ook dat het grootste aandeel van de categorie gezinshoofden de eenoudergezinnen zijn. De close up onthult dat slechts 32 % van de mannelijke werklozen in een huishouden met kinderen leeft, tegenover 62 % van de vrouwelijke werklozen. Bovendien mogen we niet blind zijn voor de blijvende werkloosheidsval bij partners van uitkeringstrekkers met een hogere uitkering als gezinshoofd.

We ondersteunen en stimuleren de sterkere individualisering van rechten in de werkloosheidsverzekering
We zijn dan ook erg blij met de stappen die recent gezet zijn in het interprofesssioneel akkoord. Zo wordt voortaan éénzelfde vergoedingspercentage (dit van de gezinshoofden, namelijk 60 %) toegekend tijdens een eerste periode (12 maanden).

Ook de gelijkschakeling van de uurtoeslag voor de inkomensgarantie-uitkering van onvrijwillig deeltijdse werknemers op het niveau van de gezinshoofden is een recente positieve evolutie. We gaan bovendien akkoord met de conclusie dat de context fundamenteel gewijzigd is en dat de reële noden onvoldoende worden aangepakt door de huidige reglementering. Een afschaffing van het hanteren van verschillende bedragen van de uitkeringen op zich, werkt echter niet automatisch emancipatorisch. Volgens ons is de vraag veeleer hoe - of waar - we voortaan wel nog rekening kunnen houden met de reële gezinslast en het beschikbaar inkomen bij het bepalen van de uitkeringsbedragen. In welke mate is het verzekeringsprincipe hier bepalend?

Wij willen bovenal leefbare uitkeringen als hoofddoel vooropstellen. Werkloosheidsvallen moeten nog meer weggewerkt worden waarbij dan ook echt de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sociale zekerheid - waar het debat en deze studiedag omtrent individualisering  ook om draait - wordt waargemaakt.

Individualisering niet zonder beleidsmodel: evenwichtig en kwalitatief combineren 'moet kunnen'
Voor Femma is het uitgangspunt in dit debat omtrent individualisering dat iedereen, mannen en vrouwen, voldoende kansen moeten krijgen om eigen rechten op te bouwen. Naast voldoende opleidingskansen is er ook een globale visie nodig die beleidsmakers hierbij centraal moeten stellen. Voor ons is dit al jaren een evenwichtig en kwalitatief combinatiemodel. Hierbij besteden mannen en vrouwen gemiddeld evenveel tijd in het gezin, het huishouden en op de arbeidsmarkt. Voor mannen en vrouwen moet het dus mogelijk zijn een band met de arbeidsmarkt op te bouwen en te versterken wat dan ook de beste garantie biedt voor de opbouw van sterke rechten in de sociale zekerheid. Wij willen dus dat mannen en vrouwen gedurende hun hele levensloopbaan de kans hebben en deze ook grijpen om verantwoordelijkheden op te nemen in de samenleving, in het gezin, in het huishouden, op de werkplek... en dus ook in het mee in stand houden van ons sterk en solidair systeem van de sociale zekerheid.

Velen van ons liggen in de knoop met de combinatiepuzzel. Wij willen dat bepaalde vanzelfsprekendheden in vraag worden gesteld. Denk maar aan de norm van een 38-uren week. Belangrijk hierbij is ook dat extra kansen aanwezig zijn voor zij die vandaag nog al te veel de boot missen. Herintreding moet actief gestimuleerd worden, onder andere door de verdere erkenning van 'elders verworven competenties', bijvoorbeeld in het verenigingsleven. Volgens onze visie is een volledige vrije keuze ook een utopie. In dit debat over individualisering moet (!) je het ook over solidariteit hebben. Ieders vrije keuze wordt immers begrensd door de verantwoordelijkheid van elk individu voor het in stand houden van een gemeenschappelijk stelsel van sociale zekerheid. Met onze sensibiliseringsactie Broed op je Keuze willen we deze uitgangspunten actief uitdragen en als vrouwenorganisatie mee realiseren. We roepen jonge ouders op om ons hun geboortekaartje te bezorgen. Zij krijgen dan van ons een verrassingspakket en een informatiebundel. We willen hen daardoor ondersteunen bij de uitdagingen van het combineren en roepen op om 'bewust keuzes' te maken in hun levensloopbaan om zo sterk mogelijke rechten in de sociale zekerheid te creëren. Wij pleiten door middel van deze actie voor het behouden of opbouwen van een band met de arbeidsmarkt als beste garantie voor zelfontplooiing, zelfvoorziening en sterke sociale rechten. Parallel hiermee formuleren we eisen naar de beleidsmakers over betere verlofstelsels, het waarmaken van de informatieplicht en het belang van betaalbare en kwalitatieve kinderopvang. Kansenongelijkheden moeten immers op alle domeinen worden weggewerkt. Combineren moet haalbaar en leefbaar gemaakt worden.

Debat van de toekomst?
Afbouw van afgeleide rechten en het stimuleren van de opbouw van eigen rechten in de sociale zekerheid is een emancipatorische beweging die wij mee ondersteunen, zonder hierbij afbreuk te doen aan verworven of beloofde rechten uit het verleden. Om deze emancipatorische beweging te bevorderen, moet de aandacht allereerst gaan naar het verstevigen van de arbeidsmarktposities van vrouwen. Het al dan niet afschaffen van afgeleide rechten in de sociale zekerheid is immers maar één deelspect van het debat van de toekomst van de sociale zekerheid. Veelal verglijdt de discussie omtrent individualisering dan ook in een 'vals' of alleszins onvolledig debat of zelfs strijd. We moeten werken aan een stelsel met een nieuw en rechtvaardig 'evenwicht' tussen de basisprincipes van solidariteit en verzekering. Het juiste uitgangspunt moet hierbij zijn dat iedereen sterke(re) rechten kan opbouwen én genieten in de sociale zekerheid. Deze rechten moeten zoveel mogelijk gebaseerd zijn op eigen bijdragen. Ieder van ons heeft hier een verantwoordelijkheid op te nemen. Om dit doel te bereiken is een aanpassing van het stelsel van sociale bescherming zélf vereist, aan de hedendaagse noden van mannen én vrouwen en van alle groepen. Zo moeten de toegangs- en berekeningsvoorwaarden van het pensioen herbekeken worden, in bijzonder om de loonkloof hier dan recht te trekken. De sociale zekerheid zelf moet aangepast worden, maar de arbeidsmarkt is nog sneller aan een opknapbeurt toe. Voorwaarden - zoals gelijk loon voor gelijk(waardig) werk - moeten dringend worden vervuld opdat iedereen eigen sterke rechten kan opbouwen. Waarop wachten we? Kansen zijn een aanzet... dan kunnen we ook allemaal nog beter onze verantwoordelijkheid opnemen.

Kirsten Peirens
directeur studienst Femma

Reageer