Een week vol kleine ontmoetingen

{$items.title}

Onlangs had ik eens een week met toevallig veel superdiverse ‘kleine ontmoetingen’.

Het begon al vroeg op maandagmorgen aan de brievenbus. Een vrouw liep zenuwachtig heen en weer en vroeg of ik wist waar ‘die’ buren waren. Ze kwam poetsen, maar er was niemand thuis. Ze had het koud. Ik vroeg haar om binnen te komen. We dronken samen koffie en praatten even. Ze belde naar de buren en even later kon ze aan haar poetswerk beginnen.

Op dinsdag hielp ik een zwarte vrouw die met haar baby in de buggy wou opstappen op de bus. Niet simpel. We babbelden over het vrolijke jongetje dat de eerste maanden heel moeilijk sliep en at, maar er nu blijkbaar door was.

Op donderdagmorgen stond ik in de pijpenstelen-regen te wachten op de bus, samen met buren waaronder een mama met twee kleuters. Omdat de bus vastzat in het verkeer hadden wij tijd om te praten. Ze vertelde hoe ze 7 jaar geleden uit Irak vluchtte en hier haar man vervoegde. Ze kregen drie kinderen en ze verhuisden recent naar onze straat. Ze had de indruk dat er in België veel meer vrouwen dan mannen zijn. ‘De dokter, de leerkrachten op school, het winkelpersoneel, ... het zijn hier allemaal vrouwen.’  En verder: ‘Ik ontmoet graag vrouwen, maar ik heb hier nog niet zoveel contacten.’ ‘Waar woon jij? Ik zal eens Irakees koken voor jou, lekkere dolmades en zo.’ We beloofden mekaar op te zoeken; we wonen amper 300 meter van mekaar.

Op vrijdag kwam een vervangster van onze vaste poetshulp die al een tijd ziek is. Met de verschillende vervangsters  én vervanger, komt de wereld bij ons binnen. Ze komen uit Irak, Somalië, de Dominicaanse Republiek... Op de vlucht, hun geliefde achterna, op zoek naar geluk en een betere toekomst voor hun kinderen.

Een nieuw leven

Ze gaan hier aan de slag, willen een nieuw leven uitbouwen. Vaak komen ze, mét of zonder een diploma op zak, terecht in erkende  poets- en andere logistieke diensten. Mits ‘papieren’, inburgering en werk zijn ze wettelijk helemaal in orde.

Maar daarmee is de kous niet af. Het werk is zwaar en soms ook echt vies en vuil en het loon is aan de lage kant. Huishoudelijke poetshulpen moeten het vaak stellen met deeltijdse contracten. Verder moeten ze veel flexibiliteit aan de dag leggen: steeds wisselende dagen,  uren, plaatsen en klanten.

De waardering voor het werk is lang niet altijd in verhouding. ‘Op ons werk én op ons als persoon wordt vaak neergekeken’ zei  een jonge poetshulp me eens. En ze vervolgde: ‘Ik wil graag mensen helpen, hen verzorgen, maar ik kan meer dan poetsen. Ik zou graag als verzorgende of als verpleegster werken, maar dan moet ik eerst een diploma halen. Hoe moet ik dat doen? Ik heb een inkomen nodig voor mezelf en m’n kinderen. Daarvoor moet ik heel veel uren poetsen. Ik heb geen tijd en ook geen energie meer over om te studeren.’ Voor mij zit M., een jonge vrouw die iets van het leven wil maken. Ze heeft een levensverhaal mét ‘rugzak’. Maar daar tegenover staat zoveel meer:  levenservaring, intelligentie, veerkracht en een enorme positiviteit.

Hoeveel vrouwen (en mannen) als M. werken wekelijks in Vlaamse huisgezinnen? Doen de poets, de was en de plas terwijl wij elders (al dan niet) ‘de job van ons leven’ hebben? Min of meer in lijn met onze talenten, ons diploma en onze ambitie

Een gesprek met Jeanne Devos

Daarover zou ik zo graag eens praten met Jeanne Devos. Decennia lang trok deze zuster, afkomstig uit  het Hageland, zich in India het lot van huispersoneel aan. Ze organiseerde dienstmeisjes, zorgde voor vorming en voerde samen met hen actie voor respect en betere loon- en arbeidsvoorwaarden. De Beweging van huispersoneel maakte onzichtbare problemen (want in privé, binnenskamers) zichtbaar en bespreekbaar. Dat resulteerde in concrete verbeteringen en wetten, ook al  blijft er werk aan de winkel.  Tijdens een inleefreis van Wereldsolidariteit maakte ik kennis met Zuster Jeanne en ‘haar Beweging’. Sindsdien ben ik méér dan ooit overtuigd van de noodzaak van sociale bewegingen en  wereld-solidariteit.

Vorige woensdag kwam ik Jeanne Devos toevallig tegen op een activiteit van Beweging.net. waar  nieuwe sociale projecten werden voorgesteld. Het was een fijne ontmoeting. We praatten over de Beweging van huispersoneel en kinderen in India én over de situatie van huispersoneel hier bij ons.
Met inzichten en methodes van bewegingen hier, vertrok zuster Jeanne jaren geleden naar India en bouwde daar de Beweging van huispersoneel uit. Intussen is zij 84 jaar en woont in het klooster in Heverlee. Van hieruit blijft ze de Beweging in India volgen, steunen en helpen. Tegelijk ziet ze dat er hier ook werk aan die winkel is;  huispersoneel heeft het niet onder de markt. Ook een aantal vakbondsmensen en wetenschappers hebben dat gezien  en samen met zuster Jeanne,  met haar ervaring en bezieling uit India, onderzoeken ze wat ze kunnen doen. Dat sensibilisering belangrijk is, daar zijn ze het alvast over eens.

'Ik geef niet op!'

Theater kan op een laagdrempelige manier zichtbaar maken wat onzichtbaar is.  ‘Ik geef niet op!’,   georganiseerd door vzw Paljas (klik hier voor de speellijst) en vertolkt door Muriel Bats, is een aanrader.

Een idee om er met je poetshulp, met superdiverse vrouwen uit de buurt, een vriendin, je Femmagroep naar te gaan kijken?  

Dit uitje opent wellicht het gesprek en geeft goesting naar meer contact en samenwerking. Als Femma, een feministische vrouwenbeweging, kan je niks beters wensen want: ‘Je bent geen feminist als je niets doet om de positie van alle vrouwen te verbeteren’.

Ik kocht deze rode anjers na Valentijn, ze waren toen niet verkocht geraakt. Ze zien er vandaag nog altijd fris uit. Ik zocht ‘rode anjer’ op wikipedia op.  Deze bloem staat symbool voor eerlijkheid, rechtvaardigheid, toewijding, doorzettingsvermogen en arbeidersbeweging. Speciaal voor Jeanne Devos en voor alle huispersoneel in India en hier bij ons: rode anjers tegen een helle hemel.

Reageer