De sociaal-economische positie vrouwen blijft minder goed dan die van mannen

Brussel, 17 oktober 2012. De sociaal-economische positie van vrouwen blijft minder goed dan die van mannen. En dit ondanks het feit dat vrouwen het qua opleiding en vorming al enige tijd beter doen dan mannen. Dat blijkt uit de 20ste editie van de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND), een overheidspublicatie.

Vrouwen zijn minder aan het werk, werken meer deeltijd en tijdelijk. Ze werken in minder kwaliteitsvolle en minder leidinggevende jobs. Zij stappen veel meer dan mannen uit de arbeidsmarkt om te zorgen voor hun kinderen. Ook hun inkomenssituatie is minder goed dan die van mannen.

Vrouwen zijn wel gezonder dan mannen. Ze eten gezonder, en roken en drinken minder vaak en kampen veel minder met overgewicht. Op sportief gebied moeten vrouwen de mannen wel laten voorgaan. Veel vrouwen halen de dagelijks aanbevolen bewegingsportie van 30 minuten niet. Vrouwen sporten ook minder. Meer vrouwen dan mannen kampen ook met depressies. Bij mannen ligt het zelfdodingscijfer dan weer hoger.

Mannen zijn meer dan vrouwen actieve leden in het verenigingsleven, maar dit verschil verkleint als de sportclubs niet meetellen. Vrouwen doen vaker zelf aan cultuur en zijn meer actief in het sociaal vrijwilligerswerk.

Over het algemeen zijn vrouwen iets minder tevreden over hun leven dan mannen, en dan geldt dit vooral voor hun gezondheidssituatie, inkomen en beschikbare vrije tijd. Ze maken zich meer zorgen, behalve over de politiek. Maar: ze scoren ook hoger qua politieke machteloosheid dan mannen.

Ten slotte zoomt de publicatie in op de man-vrouwverhoudingen binnen de Vlaamse en lokale overheden. De Vlaamse overheid streeft naar 33% vrouwen in haar top- en middenkader tegen 2015. Hier is nog een forse inspanning nodig, leren de cijfers. Voor het topkader stagneert het aandeel de jongste jaren rond de 24%, voor het middenkader staat de teller op 28%.

In de lokale besturen zijn er iets meer vrouwen dan mannen aan de slag. Maar er zijn grote verschillen. Bij de OCMW’s en OCMW-verenigingen is 4 op 5 een vrouw. Bij de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de politiezones en de autonome gemeentebedrijven is slechts 1 werknemer op 4 een vrouw. Vrouwen werken ook veel vaker contractueel en deeltijds. In de OCMW’s wordt zelfs meer dan de helft van de werktijd ingevuld door deeltijds werkend personeel.

Reageer