De rol en betekenis van het feminisme, vroeger, nu en in de toekomst.

{$items.title}

Foto: Michiel Devijver

Het feminisme is wellicht nog nooit zo hip geweest. Tien jaar geleden was Internationale Vrouwendag vooral van betekenis binnen de vrouwenbeweging zelf. Vandaag kan niemand er nog om heen. De strijd om gendergelijkheid wordt breed maatschappelijk gedragen, ook door mensen die geen deel uitmaken van die beweging.

De vrouwenstrijd loopt al sinds de 18de eeuw als een soort van basso continuo doorheen de geschiedenis, met af en toe een piekmoment, zoals #MeToo. Eerst wilden feministen de vrouwonvriendelijke wetgeving veranderen en ijverden ze voor vrouwenstemrecht. Het algemeen stemrecht voor vrouwen kwam er in België pas rijkelijk laat, in 1948. En de maritale macht van de man over de vrouw werd pas afgeschaft in 1958.

Het feminisme komt dus in golven. Hoewel elke golf een eigen karakter heeft, zie je steeds weer opnieuw dezelfde bezorgdheden opduiken. De burgerrechten van vrouwen raakten stilaan verworven, maar die rechten werden niet automatisch in de praktijk gebracht. Vrouwen mochten studeren en werken, maar toch zag je hen zelden opduiken in besturen.

Tijdens de tweede golf lag de klemtoon behalve op seksuele emancipatie ook daarop, en op economische onafhankelijkheid. Nu, 50 jaar later, moeten we vaststellen dat het strijdpunt van toen, 'gelijk loon voor gelijk werk', nog steeds niet gerealiseerd is. Intussen weten we dat die loonkloof vandaag voor een groot deel is blijven bestaan omdat vrouwen gemakkelijker een professionele stap opzijzetten of halftijds gaan werken zodra ze kinderen hebben.

De klemtonen die men vandaag legt zijn dus anders, de bekommernissen zijn nog steeds dezelfde. Bovendien leert de geschiedenis ons dat geen enkel recht verworven is. Net daarom is het belangrijk dat we het feminisme blijven heruitvinden, en dat we benadrukken dat die rechten er niet vanzelf zijn gekomen of inherent zijn aan de westerse cultuur.

Gita Deneckere, hoogleraar geschiedenis UGent

Bio: Gita Deneckere

Gita Deneckere (1964) is gewoon hoogleraar bij de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent en sinds 2018 decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van haar alma mater. Ze promoveerde in 1993 tot doctor in de geschiedenis met een proefschrift over sociale geschiedenis en collectieve actie in de negentiende en twintigste eeuw. Haar lopend onderzoek staat in het teken van de geschiedenis van macht en emancipatie. De geschiedenis van de vrouwenbeweging en het feminisme vormt een belangrijke onderzoekslijn. Deneckere is sinds 2013 lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België (KVAB), Klasse Menswetenschappen.
In 2011 verscheen bij de Bezige Bij Leopold I. De eerste koning van Europa, in 2013 bekroond met de driejaarlijkse Henriëtte de Beaufortprijs voor de beste literaire biografie in de Nederlanden en in 2014 met de driejaarlijkse Prix Jean Stengers van de Académie Royale de Belgique. Deneckere staat bekend als een geëngageerde historica, die wetenschappelijke diepgang combineert met een beeldrijke, verhalende schrijfstijl. Haar recentste werk Uit de ivoren toren. 200 jaar Universiteit Gent (Tijdsbeeld, 2017) is een must voor al wie geïnteresseerd is in de rol van de universiteit in de huidige samenleving.

 

 

 

Reageer