Blijft de academische wereld een mannenbastion?

Het is enkel via de invoering van quota, en daaraan verbonden sancties dat je echte verandering teweeg brengt.

Brussel, 3 mei 2013. Met de nakende rectorverkiezingen in Gent en Leuven verplaatste het genderdebat zich van de ‘raden van bestuur’ naar de universitaire aula’s. Net zoals in de bedrijfswereld kom je bij het opklimmen van de ladder in de academische wereld steeds minder vrouwen tegen. De academische wereld is er nog steeds eentje waar mannen de plak zwaaien, waar mannen baas zijn. En dat baas zijn mag je letterlijk nemen. In het tweehonderdjarig bestaan van de universiteit in Gent schopte geen enkele vrouw het tot rector of vicerector. Enkel de VUB kende al eens een vrouwelijke rector.

Hoewel vrouwelijke afgestudeerden met meer dan 60% in de meerderheid zijn, vormen ze 50% van de doctoraatstudenten, 30% van de postdoctoraatstudenten en slechts 20% van het zelfstandig academisch personeel. Nog een stapje hoger zien we dat in Gent slechts 7 % en in Leuven slechts 12% van de hoogleraren een vrouw zijn. Met deze cijfers hoort België bij de slechtste leerlingen van Europa en zal het nog 70 jaar duren tot er sprake is van gelijkheid.

De reden voor de ondervertegenwoordiging is niet een gebrek aan ambitie of capaciteiten bij vrouwen. Maar wel het feit dat de academische wereld gedurende eeuwen een exclusieve mannen aangelegenheid was. Die erfenis weegt anno 2013 nog te zeer door in de wijze waarop de universiteiten functioneren en bestuurd worden. Zo bestaan de beoordelingscommissies, zij die de sleutel tot promotie in handen houden, hoofdzakelijk uit mannen. Net zoals de mannen uit de raden van bestuur staan zij, de mannelijke hoogleraren, ten opzichte van ‘gelijken’ meer positief en zullen mannen sneller groen licht krijgen voor promotie dan vrouwen. Een tweede gelijkenis met de bedrijfswereld, is de heersende opvatting dat wie carrière wil maken, (meer dan) fulltime beschikbaar moet zijn. Een eis die moeilijk te combineren valt met het gezinsleven en het opvoeden van kinderen. Tenzij je een partner hebt die zich daar voor inzet, maar die ‘luxe’ hebben vrouwen meestal niet. Zij zijn bovendien nog steeds diegenen die verantwoordelijk gesteld worden voor het huishouden en de zorg voor kinderen. Wat maakt dat wanneer de combinatie moeilijk verloopt, zij ook als eersten een stap terug zetten.

Begin volgend jaar moeten de universiteiten een genderplan voorleggen aan de Vlaamse overheid, waarin ze hun plannen en maatregelen bekendmaken om meer vrouwen te laten doorstromen naar de positie van hoogleraar. Gezinsvriendelijke maatregelen, aangepaste beoordelingsprocedures zijn enkele van de voorstellen die op tafel liggen. Van quota wil minister Lieten, en met haar enkele rectoren en kandidaat-rectoren, nog niet spreken, wel van resultaatsverbintenissen.

Als er nu één les is die we dienen te trekken uit het genderdebat in raden van bestuur, dan is het dat goede voornemens en softe maatregelen niets veranderen. Het is enkel via de invoering van quota, en daaraan verbonden sancties dat je echte verandering teweeg brengt. Uiteraard geflankeerd door bijkomende maatregelen die vrouwen ondersteunen in het beklimmen van de ladder. Pas dan schrijven we een nieuwe geschiedenis, die van meer vrouwen en diversiteit binnen de hogere kader van de unief. Omdat niet alleen vrouwen, maar ook de universiteiten, het waard zijn…

Eva Brumagne, algemeen directeur Femma

Reageer