Basisinkomen is geen vergoeding voor zorgarbeid

<br />
<b>Notice</b>:  Undefined index: items in <b>/home/femma/apps/production/releases/20190805082358/frontend/cache/compiled_templates/7f6f1d63cd823f409c63dea54b7cfbfb_detail.tpl.php</b> on line <b>99</b><br />
{$items.title}

Het basisinkomen. Goed voor alles: het lost de armoede op en waardeert zorgarbeid. Het is je kinderbijslag, je tijdskrediet, je werkloosheidsuitkering en pensioen, lezen we vandaag in de kranten.  De aanleiding is het boek en bijhorende petitie van Kamerlid Nele Lijnen (Open VLD).

Lijnen pleit voor een basisinkomen voor iedereen die niet werkt van 1.100 euro per maand. Dat bedrag staat bekend als de armoedegrens voor een alleenstaande. Het vervangt je tijdskrediet, je pensioen, je  werkloosheidsvergoeding, en je kinderbijslag.

‘Mensen hoeven niet meer tegen hun zin te werken en kunnen loopbaan, werk en leven zelf in handen nemen. En werkgevers krijgen gemotiveerde werkkrachten, die ook goedkoper zijn. Want het is niet de bedoeling dat het basisinkomen boven het loon uit betaald werk komt,'

schetst Lijnen de veelbelovende effecten van 1.100 euro per maand.

Eerst en vooral dit: het basisinkomen dat Nele Lijnen voorstelt, is eigenlijk geen basisinkomen.

Althans niet volgens dè promotor van het basisinkomen, professor Philippe Van Parijs. Volgens zijn definitie moet het basisinkomen onvoorwaardelijk aan iedereen worden gegeven, dus ongeacht of je rijk of arm bent, werkt of niet.

Los van de illusie dat 1.100 euro per maand je de vrijheid van je leven biedt, heeft het basisinkomen weinig impact op de positie van vrouwen en de verhouding tussen mannen en vrouwen in de samenleving.

Een voldoende groot basisinkomen lijkt vooral een positief effect te hebben voor vrouwen die vandaag de dag geen inkomen of een zeer klein inkomen hebben. In bepaalde gevallen zou het ook de onderhandelingspositie van vrouwen in het gezin en op de arbeidsmarkt verhogen.

Het argument dat het basisinkomen ook een grotere waardering betekent voor onbetaalde arbeid is niet zo sterk als de voorstanders beweren. Ook personen die niet arbeiden in de ruime zin van het woord genieten namelijk van het basisinkomen. Er is geen ‘sociaal contract’ dat stelt wat er van je verwacht wordt in ruil voor het basisinkomen. Ook wie wel arbeidsactief is en zijn loopbaan tijdelijk onderbreekt om te zorgen, ervaart door de invoering van het basisinkomen geen waardering voor die onderbreking.

Het grote probleem vandaag is de genderverdeling op de arbeidsmarkt en in het huishouden.

De invoering van het basisinkomen op zich zal niet voldoende zijn om gendergerelateerde keuzebeperkingen en de huidige genderverdeling van arbeid  adequaat aan te pakken. Sterker nog, het kan die genderverdeling in bepaalde gevallen net gaan versterken (statistische discriminatie, beeldvorming,...).

Femma staat terughoudend ten opzichte van het basisinkomen. Andere maatregelen en voorstellen die wel specifiek inspelen op de genderverdeling van arbeid krijgen onze prioriteit. Femma mikt op het combineerbaar maken van betaalde arbeid en zorg door concrete voorstellen te doen met betrekking tot kinderopvang, zorgverloven, het bestrijden van stereotiepe beeldvorming en arbeidsduurvermindering. 

Meer lezen over basisinkomen en feminisme? Klik op deze link.
 

Deze blog is geschreven door Ilse de Vooght

Reageer