10 tips bij het kiezen van een crèche

{$items.title}

Als jonge vader en moeder werk je het lekkerst als je je kind met een gerust hart bij de kinderopvang kunt achterlaten. Je zoekt dus de beste plek, maar waarop zoek je die nu uit?

Een goed ijkpunt is het scoreformulier 2011 dat het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) gebruikt om de crèches te beoordelen. Het NCKO is een samenwerkingsverband van de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit Leiden, en doet ongeveer elke vier jaar een groot onderzoek naar de pedagogische kwaliteit van de Nederlandse kinderdagverblijven.

10 dingen om op te letten bij de keuze voor een crèche.

A Verzorging

1. Brengen en halen
Het bestaat nog, kinderen die opeens blijken opgehaald zonder dat de leidster het heeft gemerkt.
Wel goed: een ontspannen begroeting, een uitgestoken hand als het afscheid je kind zwaar valt, en bij het ophalen niet alleen een overdracht over eten, slapen en luiers, maar ook over ontwikkeling en activiteiten.

2. Eten en drinken
Mooi als er een warme lunch is, helemaal als die biologisch is. Dat maakt de prijs wel iets hoger. Er is altijd wel een beleid op volkoren producten, verse groente en fruit, geen snoep. Sommige crèches bieden extra’s, zoals een broodmaaltijd om half vijf zodat je kind (in combinatie met die warme lunch) eigenlijk al avondeten gehad heeft en voldaan mee naar huis kan.

3. Dagritme
Voorspelbaarheid is belangrijk. Een vaste afwisseling van rust en actie, van spelen en verzorging (eten, slapen, verschonen) geeft houvast en een veilig gevoel. Goed als er ook een pedagogische visie achter zit. Bijvoorbeeld dagelijks afwisseling van vrij spelen en (creatieve) activiteiten die de leidster organiseert (en waar je kind ook onderuit mag). Hoe meer variatie hoe beter: van dansen op Marokkaanse muziek tot soep maken in de keuken.

B Cruciale randvoorwaarden

4. De ruimte (binnen en buiten) en inrichting
Licht, schoon en luchtig spreekt voor zich, net als genoeg bedjes en stoelen. Let op aanwezigheid van kindermeubels, lage wc’tjes en speelgoedkasten op kinderhoogte, voor stimulering van de zelfstandigheid.
Kijk ook of er en knutselwerkjes en foto’s van kinderen en hun familie aan de muur hangen. Die geven de kinderen een vertrouwd gevoel. Een kakofonie aan kleuren is weer het andere uiterste.
Ook heel belangrijk: een goede buitenruimte. Kunnen baby's kruipen en kinderen klimmen zonder door fietsjes omver gereden te worden? Is er zand, water? En geen toegang voor onbevoegden?

5. Speelmaterialen
Als ze maar kunnen rammelen, bouwen, puzzelen, tekenen, verven, rollen spelen en zich verkleden. Genoeg van alles - dat maakt ruzie overbodig - en ordelijk maar toegankelijk opgeborgen. Toch gebeurt het nog wel dat knutselmateriaal giftig of onveilig is (scherpe scharen, glitters, acryl- of olieverf).

6. Groepssamenstelling
Gangbaar is per leidster vier baby’s, of zes grotere kinderen.
Er zijn horizontale groepen (0-2 jaar, 2-4 jaar) waarin kinderen veel speelvriendjes hebben van dezelfde leeftijd. Bij twee jaar moet een kind naar een nieuwe groep - weer wennen. In verticale groepen (0-4 jaar) heeft een kind idealiter vier jaar lang dezelfde leidsters. Als baby wordt hij wel omringd door rennende kinderen die soms wat onhandig papa en mama willen spelen. En de groep bevat minder 'oudere' kinderen, en soms zit een driejarige tussen bijna alleen kinderen van twee. Oordeel zelf.

C) Activiteiten en communicatie

7. Activiteiten en programma
Goed als de leidsters vaak muziek maken en dansen met de kinderen, maar niet als ze te harde muziek draaien zodat kinderen daar overheen moeten schreeuwen (het gebeurt). Wel vaak knutselen, maar hen niet dwingen om mee te doen, of iets na te maken. Vaak rustig voorlezen. En rollenspel stimuleren. Kok spelen in het keukentje, prinsessenjurken aan (ook de jongens, moet kunnen!) En papa en mama spelen moet ook kunnen met een babypop met donkere huidskleur.

8. Spelen en leren
Dagelijks de natuur ervaren is belangrijk voor kinderen: naar de regen kijken, bloemen ruiken, plantjes water geven. Telspelletjes met blokken en schijven: goed. Niet goed: tv voor baby’s, en (te lang) computeren.

9. Omgang met kinderen
Medewerkers moeten niet (meer) autoritair dreigen, streng zijn en negatieve gevoelens benadrukken, maar alles ombuigen naar het positieve en toch orde, structuur en veiligheid bieden. Het is goed als ze op ooghoogte met kinderen praten. Bij baby’s op de grond zitten zodat die naar hen toe kunnen kruipen. Benaderbaar zijn, ingaan op vragen van kinderen, persoonlijk contact hebben en zelfstandigheid stimuleren (smeer je boterham maar zelf). En ze moeten snel ingaan op communicatiepogingen, dus ook op huilen.

10. Taal
Praten de medewerkers veel en begrijpelijk? Benoemen ze wat ze doen? Hebben ze veel gesprekjes met de kinderen? Dat alles bevordert de taalontwikkeling.

D) En wat is nu het allerbelangrijkst?

Niet de kleuren op de muur, de soort boterhammen of de hippe kinderstoelen. Het zijn de mensen, zegt emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio (UvA, en NCKO) nog maar eens. Hun interactie met de kinderen drukt een enorme stempel op hoe de kinderen onderling met elkaar omgaan, én hoe ze de ruimte en alle spelmaterialen ervaren.

Slechte crèche, weet je nu? Blijf vooral niet afwachten maar switch. De hersenontwikkeling van baby’s wordt sterk bepaald door de emotionele zorg en aandacht die ze krijgen. Maandenlang hopen dat het beter wordt, is alleen maar zonde.

Bron: www.intermediair.nl

Reacties

Sanne schreef

Bedankt voor de tips. Het is lastig om een crèche uit te zoeken. Vooral van je eerste kind. Dan moet het zo perfect mogelijk. Deze tips zijn zeker handig bij het maken van een keuze.

Reageer