Slechts helft vrouwelijke werknemers heeft kwaliteitsvol werk

Standpunt gender en werkbaar werk

Brussel, 11 oktober 2012. Slechts de helft (53%) van de vrouwelijke werknemers heeft kwaliteitsvol werk. Kwaliteitsvol betekent: voldoende leermogelijkheden, een gezonde balans tussen werk en privé, geen noemenswaardige werkstress en dito motivatieproblemen. Dat blijkt uit onderzoek van de Stichting Innovatie en Arbeid.

De Vlaamse regering en de sociale partners hebben in het Pact 2020 afgesproken dat in 2020 minstens 60% van de werknemers een kwaliteitsvolle job moet hebben. Concreet betekent dit dat de werkbaarheidsgraad – die de kwaliteit van de job meet- elk jaar met een half procentpunt moet stijgen. Tussen 2004 (de eerste meting) en 2010 (de derde meting) is de werkbaarheidsgraad voor vrouwelijke werknemers met 1,7 procentpunt gestegen, van 51,4% naar 53,1%. Sociale partners en overheid zullen dus een tandje moeten bijsteken want aan dit tempo haalt Vlaanderen de ambitie van ‘minstens 60%’ niet.

Voor 31 procent van de vrouwen is de werkdruk problematisch. Ruim een vijfde (22%) ervaart een zware emotionele belasting in bijvoorbeeld de contacten met klanten, patiënten of medewerkers. Voor een kwart van de vrouwen is de job onvoldoende afwisselend. 18% geeft dan weer aan dat ze zelfstandigheid missen in de organisatie en de planning van hun werk. Ruim één op tien vindt dat ze onvoldoende ondersteuning krijgt van de baas. En voor eenzelfde aantal zijn de arbeidsomstandigheden lichamelijk te belastend.

Grote man-vrouwverschillen
De Stichting geeft ook informatie over de sectoren waarin vrouwen en mannen werken, de aard van de functies die ze bekleden, het soort contracten waarmee ze tewerkgesteld zijn en de bedrijfsgrootte.

Ruim 40% van de vrouwen werkt in het onderwijs en de welzijns- en gezondheidssector, bij de mannen is dat 11,2%. Vrouwen zijn ook sterker vertegenwoordigd in kleinere bedrijven of organisaties. Bijna 40% van de vrouwelijke werknemers werkt in bedrijven met minder dan 50 werknemers. Bij de mannen is dat 32,1%. Verhoudingsgewijs hebben veel meer mannen (36,5%) dan vrouwen (16,6%) een leidinggevende functie. Veel meer mannen dan vrouwen werken ook voltijds: 91,6% versus 52,1%. En meer mannen hebben vast werk: 97 % tegenover 93% van de vrouwelijke werknemers.

Ongewenst gedrag op het werk
In 2010 werd 8,6% van de vrouwelijke en 6,3 procent van de mannelijke werknemers geconfronteerd met lichamelijk geweld op het werk. Ongewenst seksueel gedrag werd gesignaleerd door 4,6 procent van de vrouwen en 1,2 procent van de mannen. En 14 procent van de mannen en de vrouwen werden gepest.

Conclusie
De gegevens bevestigen volgens Femma (nogmaals) de grote genderkloof op de arbeidsmarkt. Een kloof die te maken heeft met diepgewortelde opvattingen over man-vrouwverhoudingen. Opvattingen als ‘zorgen is voor vrouwen’ en ‘buitenshuis werkende vrouwen zijn minder goede moeders’, leven nog in vele mannen- en vrouwenhoofden. De combinatie ‘mannen en zorgen’ en ‘vrouwen en leidinggeven’ is daarentegen veel minder evident. Wil de situatie op de arbeidsmarkt veranderen, dan moeten onze overheden via campagnes sterker inzetten op het doorbreken van die stereotype ideeën over mannen en vrouwen. Daarnaast moeten ze maatregelen nemen die de heersende evenwichten doen kantelen. Een goed begin is het verplichten van het vaderschapsverlof en het belonen van ouders als ze beiden ouderschapsverlof opnemen.

Eva Brumagne, Algemeen directeur Femma

Reageer