Of we nu willen of niet, we moeten samen leven

{$items.title}

Ze zitten al gezellig met elkaar te babbelen in een zaaltje op de hoofdzetel van Femma in Brussel: R’Himo Assecoum en Greet De Ceukelaire, met wie ik een afspraak heb. Allebei zijn ze actief rond diverse vrouwengroepen bij Femma: R’Himo in Brussel en Greet in Aalst. Ze kennen mekaar niet goed, dus dit interview is niet enkel voor mij maar ook voor hen een kans om mekaar beter te leren kennen.

De sacochen madammen

Hoe zijn jullie ooit zelf bij Femma beland? "Ik ben industrieel ingenieur chemie, ik heb gewerkt in de rubber industrie, altijd tussen mannen," vertelt Greet. "Maar na ons derde kind was dat niet meer te combineren met het werk van mijn man en ben ik thuisgebleven. Het was de bedoeling om dat enkel voor een tijdje te doen, maar ik ben nooit meer buitenshuis gaan werken. Het gezin alleen en het huishoudelijk werk, dat was voor mij toch niet alles. Ik wou iets meer voor mezelf en ik wou graag samen met vrouwen dingen doen. Op een dag zag ik een aankondiging voor een activiteit van de KAV en ben daarop afgestapt. Maar die eerste ervaring was niet zo positief, want dat was nog in de tijd van de ‘sacochen madammen." De wàt?? "De sacochen madammen…" Ze grinnikt. "Ik was blijkbaar op de vaste plaats gaan zitten van iemand die er nog niet was en ze vroegen me om ergens anders te gaan zitten. Ze deden in die groep vooral activiteiten die oudere dames graag deden. Ik heb me in die groep toch wel eenzaam gevoeld. Daarom heb ik later het initiatief genomen om een jong KAV groep op te richten. Daarna ben ik gevraagd om in de provincie mee te draaien en nog later nationaal. Zo is van ‘t  één ’t ander gekomen… En ondertussen ben ik voorzitter van Femma!" Ze zegt het met enige trots, maar ook met iets van verwondering.

"Als ze me dat toen, zeventwintig jaar geleden hadden gezegd, dat ik ooit voorzitter zou worden, dan zou ik dat nooit geloofd hebben. ’t Is niet dat dat op mijn verlanglijstje stond!"

Schrik voor bekering

En jij R’Himo? "Ik ben al tweeëntwintig jaar actief als groepsbegeleidster bij Femma. Mijn ouders zijn vanuit Marokko naar België gekomen toen ik twee was. Ik ben hier naar school gegaan maar ben afgehaakt toen ik vijftien, zestien jaar was. Ik deed al vakantiewerk in een fabriek en die baas zei: 'als je wil kan je hier blijven, dan moet je niet meer naar school'. En ja, wat weet je als je vijftien bent over je toekomst? Ik dacht alleen 'dan moet ik geen huiswerk meer maken' en ben gaan werken. Dat was een hele dag bandwerk, in een koekjesfabriek. Nu wordt bij jongeren die afhaken van school meteen de link gelegd met de moslim achtergrond, maar dat kwam gewoon door de sociaaleconomische situatie van mijn ouders. Zij begrepen het schoolsysteem hier niet zo goed. Mijn vader heeft altijd hard gewerkt, mijn moeder was analfabeet, er was toen nog niks van begeleiding en ondersteuning. Maar na een tijd had ik zoveel spijt dat ik gestopt was met de school! Want ik was wel een goeie leerling hé, mijn droom was verpleegster worden. Dat is er dus nooit van gekomen. Pas toen ik al getrouwd was en kinderen had, besefte ik: ik kan meer dan met mijn handen werken. Niet dat ik daarop neerkijk, maar ik wist dat ik meer kon doen. Ik ben dan terechtgekomen in het Jobhuis om een secretariaats-opleiding te volgen. Daar zagen ze dat ik een sociaal geëngageerd mens ben en hebben ze me een job aangeboden. Uiteindelijk heb ik nog mijn diploma van middelbaar onderwijs gehaald via de Midden Jury en terwijl ik al voltijds werkte bij Femma zelfs nog een bachelor maatschappelijk werk via de 'Bijzondere Leerroute', een deeltijds programma voor volwassenen. Dat was niet gemakkelijk! Ik werkte overdag, we hadden drie kinderen, dus pas als die in bed lagen kon ik beginnen studeren, soms tot twee, drie uur ’s nachts… vijf jaar aan een stuk, dat was echt zwaar! Gelukkig kreeg ik 100% steun van mijn man. Ik ben dan ook heel fier dat ik dat gehaald heb. Toen ik bij Femma begon te werken dacht ik: 'oei, de KAV, dat is kristelijk, straks gaan ze mij nog proberen te bekeren, want ik ben moslim.'" Ze moet er voluit om lachen. "Maar dat is super goed meegevallen."

Super diverse groepen

Greet heeft in Aalst een superdiverse Femma groep mee opgericht, waar vrouwen uit heel veel verschillende culturen en uiteenlopende achtergrond – sommige hoogopgeleid, andere in armoede of vluchteling - mekaar kunnen ontmoeten. R’Himo is actief binnen de ‘Femma Quartier’ groepen, die specifiek gericht zijn op kwetsbare vrouwen in achtergestelde wijken. Zo zijn er nu veertien in Brussel.

"Ik heb altijd moeite met die term 'achtergestelde wijken', zegt R’Himo." Dat is zo negatief. Ik spreek liever over volkse buurten. Daar zit ik weet niet hoeveel talent! Bij ons gaat het vooral om het versterken van die vrouwen, zodat ze meer en meer hun stem laten horen, hun rol kunnen opnemen in de samenleving en mekaar ondersteunen. Je ziet daar zo’n mooie dingen gebeuren! We zien vrouwen echt groeien en zich engageren, ook bij andere organisaties of in het oudercomité. Zo kunnen we de diversiteit in die wijken op een positieve manier naar voor brengen. Want tegenwoordig komt die vooral op een negatieve manier in het nieuws. Die polarisering, het mensen in een hokje duwen, het focussen op het ànders zijn, zelfs door mensen die het land hier besturen.…dat maakt mij echt bezorgd. Ik lig daar soms van wakker. Hoe er soms wordt gereageerd op vluchtelingen, op vrouwen met een hoofddoek! Onder die doek zit wel een hoofd hé, een persoon met een hart. Ik heb zelf drie dochters en twee kleinzonen. Je wil toch niet dat die zo’n dingen te horen krijgen! Iedereen wil toch hetzelfde, elke vrouw is toch bekommerd om haar kinderen en wil dat die een goed leven hebben. We moeten allemaal samen de vrouwenstrijd voeren om de positie van de vrouwen te verbeteren. Meer dan ooit moeten we dat samen doen." Ze zegt het vol overtuiging.

"Want of we dat nu willen of niet, we moeten samen leven, we kunnen daar niet onderuit."

Is dat iets dat je ook in de groep in Aalst merkt, dat vrouwen meer gemeenschappelijks hebben dan dat ze van mekaar verschillen? "Dat is waarmee we gestart zijn," zegt Greet, "we zijn allemaal vrouw, we kunnen allemaal van elkaar leren. Je ziet in zo’n groep nieuwsgierigheid naar mekaar ontstaan, veel gesprekken en veel solidariteit. Een Italiaanse vrouw uit onze groep bijvoorbeeld, die in een service club zit, heeft ervoor gezorgd dat er voor een andere deelneemster, een vluchtelinge uit Syrië, een kappersopleiding kon betaald worden. Dat zijn zo van die mooie dingen die gebeuren.  We proberen heel laagdrempelig te werken, zodat élke vrouw kan deelnemen. Elk jaar organiseren we bijvoorbeeld in de eerste zomerweek een picknick in het stadspark van Aalst. Iedereen brengt een dekentje mee, hapjes en drankjes, super gezellig. Vorige zomer waren we met honderd! Dat is zo’n moment dat je de samenhorigheid tussen de vrouwen voelt." "Dat is zo belangrijk, vult R’Himo aan, dat de vrouwen uit hun isolement worden gehaald, dat ze samen komen, tijd voor zichzelf krijgen. Zo maken ze vriendinnen en voelen zich daardoor ook sterker."  "Het lukt wel niet om zo’n groep te vormen door flyertjes te gaan ronddelen," voegt Greet eraan toe, "je moet echt gaan aanbellen, de vrouwen persoonlijk aanspreken op straat, in de winkel, of aan de schoolpoort ." "Ja, dat doen wij in Brussel ook," zegt R’Himo, "je moet in het begin wel extra moeite doen om de vrouwen te bereiken."

Het is niet altijd verschil in cultuur of geloof

Wat is jullie grootste uitdaging? "De mensen buiten krijgen", zegt Greet, "de inspanning doen om ze ernaar toe te krijgen. En in sommige culturen zijn ze ook niet gewoon om met een agenda te werken, dat is niet zoals bij ons." R’Himo komt meteen tussenbeide: "Voor mij heeft dat niet zozeer met cultuur te maken maar wel met de sociaal-economische situatie van mensen. Een 'Belgo-Belgische' vrouw, ik noem die nu maar zo,  die in armoede leeft, die dag na dag te probeert te overleven, die heeft ook geen agenda. Ik vind dat een beetje gevaarlijk om dat meteen te verbinden met de cultuur of geloofsovertuiging. Mijn moeder had ook geen agenda. Had dat te maken met haar cultuur? Nee, omdat ze niet kon lezen en schrijven."

"Eerlijk gezegd ben ik dat beu,  hoe alles meteen in verband wordt gebracht met de moslim cultuur en het geloof… Als je op sociale media al die bagger leest, eerlijk gezegd, ik ben daar soms niet goed van! Omdat ik dan ook denk aan mijn dochters. Zij hebben alle drie gestudeerd en diploma’s behaald, zij doen zo hun best om hun kinderen een goeie toekomst te geven. En die moeten dan het hoofd bieden aan dat soort reacties en hun kinderen proberen te beschermen tegen dat soort uitspraken, dat is toch niet normaal!" Ze zegt het met verontwaardiging en met iets van wanhoop in haar stem. "Daarom zijn die superdiverse groepen zo belangrijk," bevestigt Greet, "dat de vrouwen uit al die culturen en die Vlaamse vrouwen merken dat ze allemaal dezelfde bekommernissen hebben en dat al die verschillende vrouwen ook maar gewoon vrouwen zijn zoals zij. Als ze met mekaar babbelen, mekaar leren kennen, begrip en respect voor mekaar krijgen, dan gaan die zo’n dingen niet zeggen. Mekaar leren verstaan en nieuwsgierigheid naar mekaar tonen, dat is zo belangrijk." "We moeten natuurlijk ook kritisch blijven voor onze eigen cultuur en gemeenschap," preciseert R’Himo, "maar men mag niet alles reduceren tot een bepaalde geloofsgemeenschap of afkomst. Aan de andere kant zijn er gelukkig nu ook veel initiatieven die tegenwind bieden, dat maakt mij heel blij."

Blijven dromen!

"Weet je," vertelt Greet, "eigenlijk  komt het door mijn opvoeding dat ik met die superdiverse vrouwengroep in Aalst ben gestart. Mijn ouders hebben altijd een blik op de wereld gehad. Ze zijn bijvoorbeeld jaren bezig geweest met projecten in Haïti, we hadden elk jaar kinderen uit de bidonvilles van Parijs die bij ons kwamen, ik heb een geadopteerde zus uit Haïti, mijn broer is als dokter naar de Filipijnen geweest… we zijn als kind opgegroeid met een open blik op de wereld en de overtuiging dat iedereen gelijk is. Dat zit er bij mij ingebakken. Daarom wou ik zo’n superdiverse groep in Aalst oprichten."

"Er is een Marokkaans spreekwoord", zegt R’Himo, "als je een vrouw versterkt,  versterk je de hele wereld. Je brengt een beweging op gang die zo mooi is om te zien. De grootste uitdaging voor de vrouwenbeweging voor mij is dat alle vrouwen, vanuit welke overtuiging of afkomst, hand in hand samen strijden. Ik hoop van harte dat elke vrouw zich goed voelt en er voor elke vrouw een plaatske is in de samenleving. Dat is een ideaalbeeld en misschien wat melig om te zeggen, maar dat is mijn droom."

Maar we moeten misschien dromen, niet? "Ja, dat moeten we blijven doen, dromen." knikt R’Himo. "En ik doe het met veel plezier" zegt Greet. "Ja, ik ook" zegt R’Himo.

"Soms ben je zelf moe, maar als je dan die stralende gezichten ziet van de vrouwen, dan weet je je dat je een steentje hebt bijgedragen aan een menselijker samenleving. Dat geeft voldoening."

Reageer