Naaiatelier voor duizend-en-één culturen

{$items.title}

Bij vrouwennetwerk IVCA in hartje Antwerpen volgen elke week drie groepen op vaste dagen de naaicursus. Het lokaal op de derde verdieping is er helemaal voor ingericht.

Alles staat klaar. Ik zie 8 naaimachines op mooi gerangeerde tafeltjes en open kasten vol met restjes stof, een schoorsteen met een oude klok. Het voelt meteen gezellig aan.

Coach Sissi hoeft niet veel materiaal uit te pakken. Het zit mooi in dozen, die ze op tafel zet. Voor de les begint, heb ik kans om even met haar te babbelen.

 

Gordijnen en zorgenvriendjes

“Vroeger was er op de bovenste verdieping ook een crea-lokaal”, vertelt Sissi, “maar dat is nu ingericht als huiskamer. Het is een ruimte waar je op je gemak kan zijn. Veel vrouwen komen er graag even tot rust. Het heeft een speciale warmte. Ze voelen er zich veilig. Voor dat lokaal hebben we hier in de cursus de gordijnen gemaakt.”

Geven voelt als krijgen, weten deze vrouwen. “Even geleden hebben we 20 zorgenvriendjes voor het ocmw gemaakt. Je weet wel: zo’n pop met een rits als mond. Ze eten de zorgen op die je op een briefje schrijft en in hun mond stopt. Het moment van de overdracht was ontroerend. De cursisten zijn dankbaar voor wat ze hier mogen doen. Regelmatig maken ze een cadeautje voor iemand die bij IVCA werkt.”

Met andere ogen

“Wat heb je zoal gezien, wanneer vrouwen hier naar de cursus komen?”, vraag ik. “Zijn er dingen die anders gaan dan je had verwacht?” Sissi knikt met een lichte twijfel. “Meestal gaat het eigenlijk erg vlot. Wat mij direct opviel, is dat vrouwen die nooit naar school zijn geweest, vaak geduld missen. Als ze iets af hebben, duwen ze dat onder je neus, ook al ben je met iets of iemand anders bezig. Wachten tot het jouw beurt is, is een vaardigheid die je in de kleuterklas leert. Soms wordt er ruzie gemaakt over een naaimachine. Ze snappen het uiteindelijk wel als je even de puntjes op de i zet.”

“Als ze iets af hebben, duwen ze dat onder je neus”

Ook keek Sissi verbaasd op toen sommige vrouwen materiaal uit de kasten mee naar huis wilden nemen. “Voor hen betekende ter beschikking voor gebruik, dat je die dingen ook gewoon mag hebben. Deze vrouwen hadden geen kwade intentie, ze zagen er niks verkeerds in. Het leert je met andere ogen te zien.”

Om zich zekerder te voelen in haar omgang met zo veel verschillen, deed Sissi een aantal sociale bijscholingen, onder andere rond verbindende communicatie. “We hebben in elke groep een mix van vrouwen met heel uiteenlopende achtergrond, ook Belgische. Soms moet je stilstaan bij wat de beste reactie is.”

Interesse in elkaar

Tussen de vrouwen, van welke cultuur ook, groeit automatisch een emotionele band in de lessen. “Onlangs was er een vrouw met drie kleine kinderen, wiens man was overleden. Ze knoopte met moeite de eindjes aan elkaar. Op een dag kwam ze zingend binnen. Ze mocht gaan wonen in een appartement van het ocmw, ergens op de 20e verdieping. Ze was dolgelukkig. Iedereen zong met haar mee.”

“Iedereen zong met haar mee”

“Luz, nog een andere vrouw, droomde van haar eigen fiets. Na lang sparen had ze hem eindelijk. Ze liet hem aan iedereen zien en ze maakte er meteen een zadelhoesje voor. Maar na amper drie weken werd haar fiets gestolen terwijl ze in de Nederlandse les zat. Dat was echt een drama. De hele groep was van slag.”

“Van een vrouw uit Somalië weet ik dat ze haar kinderen al 4 jaar niet heeft gezien. Ze komt hier herbronnen, kracht putten om door te gaan.”

Geen blad voor de mond

Qua houding zie je ook grote verschillen. “Er zijn bijvoorbeeld extraverte, vaak Afrikaanse, vrouwen die zonder aarzeling hun mening geven. Of ze stellen een heel directe vraag, zoals: Hoe kun je dat dragen, met zo’n weer?”. Niet om die persoon aan te vallen, maar omdat ze nieuwsgierig zijn en over alles willen praten.” Sissi heeft timide vrouwen zien openbloeien doordat ze mee in een gesprek werden getrokken. “Ze nemen er geen aanstoot aan, maar delen hun verschillen op een toffe manier, en ze vergroten zo hun wereld.”

Ze leren hier om zelf een broek van bv. Primark in te korten, ze krijgen inzicht in patronen, leren knippen. Iedereen hetzelfde laten maken is niet haalbaar, want er is veel verschil in vaardigheid. Wie het handigst is, hebben ze snel gezien. En dan blijkt de mondigheid van sommigen niet altijd een goede zaak. “Met een haast vanzelfsprekende Kun jij dat niet voor mij doen? krijgen de betere cursisten direct vragen om dingen voor anderen te verstellen. Sommigen kunnen dan moeilijk nee zeggen. Op den duur waren die vrouwen nog enkel bezig met reparaties voor anderen.” Sissi moest ingrijpen. “Nu spenderen we één afgesproken les aan herstellingen, maar daarbuiten maakt iedereen haar eigen, creatief werkstuk.”

“Sommigen kunnen moeilijk nee zeggen”

Gina ‘la maravillosa’

Af en toe komen er doelgroepvrijwilligers van IVCA een handje toesteken. Dat zijn vrouwen die een verantwoordelijkheid willen nemen, maar nog geen job konden vinden. “Vaak zie je moeders helpen in de crèche, zodat andere vrouwen kunnen deelnemen aan een activiteit. In ruil kunnen zij dan een andere keer meedoen, en past iemand anders op hun kinderen.” Gina is ook een zo’n vrijwilliger. Zij komt vandaag helpen bij de naailes. “Ze spreekt Spaans en je zal het misschien zien: ze heeft een klein boekje, waarin ze nieuwe Nederlandse woordjes schrijft.”

“Hoeveel cursisten zullen opdagen, weet je nooit”, zegt Sissi. Vandaag maken ze een stoffen mandje. Er staat een voorbeeld op de tafel.

De eerste die arriveert, is Shukri uit Somalië. Ze is heel open en vriendelijk, maar wil liever niet op de foto. Wat later volgt Safiya, ook uit Somalië. Zij begint in alle stilte aan haar werk, en wil wel graag dat ik haar fotografeer. Ze roept me en poseert fier bij haar naaimachine. Shukri en Safiya hebben elkaar op de cursus leren kennen.

Gina doet haar intrede met veel bravoure. Vol vuur stelt ze de twee vrouwen voor die ze heeft meegebracht: Blanca uit Colombia en Amelia uit Peru. Een Zuid-Amerikaans trio, want Gina zelf komt uit Chili. Ze woont al 21 jaar hier.

De dames kiezen elk twee passende stoffen voor hun mandje, en knippen volgens het patroon. Als een echte docent legt Gina stap voor stap aan Amelia uit hoe een naaimachine werkt. “No no, minder hard op de pedaal duwen, je moet de snelheid doseren.” Amelia is gefocust en ondergaat de instructies in stilte. Gina wijkt niet van haar zijde.

Blanca is al beter thuis in de naailes, ze weet zich te beredderen. Tot voor kort woonde ze bij haar dochter op het Kiel, om op de kinderen te letten. Nu die naar school en de opvang gaan, is Blanca bij haar andere dochter in Antwerpen Noord ingetrokken, alweer om er te zijn voor haar kleinkinderen.

Aan de achterste naaitafel zit Fatima, een jonge Marokkaanse die in Frankrijk is opgegroeid. “Zij is heel goed en snel”, weet Gina me te vertellen. Fatima lacht bescheiden. “Ik heb chemie gestudeerd en ben nog niet zo lang in België. Nu ben ik volop Nederlands aan het leren.”

Sissi komt kijken, beantwoordt vragen en geeft advies. Het is verbazend hoe vlot de mandjes in elkaar geraken, en welke mooie stoffencombinaties er zijn gekozen. Shukri zoekt alweer volop tussen de stoffen. Ze wil graag een broek maken voor zichzelf, maar de lappen zijn niet groot genoeg. “We hebben altijd stoffen te kort”, vertelt Sissi. Het zijn vaak kleine restjes, niet genoeg voor een kledingstuk.”

Ik denk aan mijn kindertijd, toen ik mijn oma en mijn moeder vaak achter de naaimachine zag zitten. Ik beloof dat ik wat restanten die ik thuis heb liggen, zal binnenbrengen. Ze krijgen een mooie bestemming.

Het project Tijd voor mij ligt in het hart van ons bewegingswerk. We gaan aan de slag met vrouwen die zich in een socio-economisch kwetsbare positie bevinden. Onze coaches geven hen een kostbaar goed: vrije tijd en me-time. De vrouwen nemen deel aan laagdrempelige activiteiten. De verbinding met andere vrouwen en hun zelfontplooiing maakt hen sterker. Zo krijgen ze kansen om uit de vicieuze cirkel van isolatie en kansarmoede te treden.

Steun Tijd voor Mij

De werking voor vrouwen in een socio-economische kwetsbare positie is actief in heel Vlaanderen en geeft jaarlijks 500 workshops aan mama’s die met kansarmoede te maken hebben.

We zouden graag nog meer mama’s die broodnodige energie-boost willen aanbieden.

Reageer