Miet Smet: springen, durven en niet bang zijn om te mislukken!

{$items.title}

“Met wie hebt u een afspraak? Miet Smet???… bent u zeker dat het hier is?”. Haar naam zegt de jonge bewakingsagent aan de ontvangstbalie duidelijk niks. Hij kan er misschien niks aan doen, hij is jong en op het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Volkspartij waar we hebben afgesproken, komt veel volk. Maar toch. Deze vrouw heeft ruim jaar 45 jaar politiek achter de rug, wil ik hem zeggen, op Vlaams, Belgisch en Europees niveau, zij is staatssecretaris geweest, minister, senator, minister van staat, zij is ridder en grootofficier in de Leopoldsorde en heeft tal van andere onderscheidingen gekregen … die naam zou je moeten kennen! Maar ik zwijg en wacht braaf zoals me wordt gezegd in de inkomhal tot Miet Smet eraan komt en me meteen hartelijk begroet.

Het is een indrukwekkend en vol leven, het leven van Miet Smet. Al jong de politiek in, op haar zevenentwintigste al voorzitster van  de Lokerse CVP-afdeling, twee jaar later directeur van het Instituut voor Politieke Vorming , daarna in de regering als staatssecretaris voor Leefmilieu en Maatschappelijke Emancipatie… Had ze dan zoveel zelfvertrouwen om telkens die stap te zetten? “ “Ja” , zegt ze, “altijd gehad, van kindsbeen af. Ik dacht nooit 'dit kan ik niet, of dit durf ik niet'. Ik weet niet waar dit vandaan komt. Van thuis denk ik . Mijn vader was senator, dus politiek was een heel bekende wereld voor mij. En mijn moeder was ook een sterke, dappere vrouw, die nooit klaagde, ook niet toen mijn vader op z’n vijfenvijftigste, veel te vroeg overleed, en zij alleen achterbleef met vijf kinderen. Toen mijn moeder werd opgenomen in het bejaardenhuis heb ik meteen aan het personeel duidelijk gemaakt dat ze haar niet met ‘madammeke’ moesten aanspreken, maar met mevrouw. Dat je ook dan en daar je waardigheid behoudt, is voor mij heel belangrijk. Even blijft ze stil, nog even in gedachten bij haar moeder, denk ik. “Achteraf gezien besef je dat je toch alles van thuis uit meekrijgt. Niemand anders van het gezin is in de politiek gestapt. Maar voor mij was het altijd vanzelfsprekend. Pas nu, nu ik zesenzeventig ben en terugkijk, besef ik hoe jong ik feitelijk was. Maar je moet springen, je moet durven, je moet niet bang zijn om te mislukken.”

En ook vaak moeten vechten? “Ja, vaak. En dikwijls tegenstand gekregen, zelfs binnen mijn eigen partij. Mensen die zelf je plaats willen, of die tegen je ideeën zijn. Het is een harde wereld, de politiek. En je wordt zelf ook harder. Dat kan niet anders, anders hou je het niet vol. Maar cynisch ben ik nooit geworden, daar help je niemand mee. Al die jaren begon mijn dag om 7u30 en eindigde die meestal pas ’s nachts, ik zou het nu niet meer kunnen. Je moet ook veel geduld hebben in de politiek en overtuigend kunnen zijn. Maar ik heb ook altijd steun gekregen, van vrouwen én van mannen, al was dat soms enkel achter de schermen. De CVP-vrouwen van de werkgroep Vrouw & Maatschappij, een werkgroep die ik heb opgericht, stonden achter mij.  Ik zie ze nog altijd, nog elk jaar gaan we samen op reis."

Engagement voor vrouwen is één van de rode draden in uw leven, maar toch hebt u als minister ook onpopulaire maatregelen voor vrouwen genomen: de pensioenleeftijd voor vrouwen verhoogd, het stelsel van halftijds werken en halftijds stempelen afgeschaft, nachtarbeid voor vrouwen toegestaan… “ Ik heb daar zelfs betogingen voor aan mijn deur gehad van ACW-vrouwen. Mijn stelling is altijd geweest dat als je gelijkheid wil, je niet de voordelen van de mannen kan hebben zonder de nadelen. Als je dezelfde rechten wil, dan heb je ook dezelfde plichten. Voor mij was dat vanzelfsprekend. Maar ik heb ook veel initiatieven genomen om de zorglast voor gezinnen te verlichten. Nieuwe regels voor ouderschapsverlof ingevoerd, verlof voor medische bijstand,  palliatief verlof,  zowel voor mannen als voor vrouwen. Veertig procent van de vrouwen werkt deeltijds. Dat is veel te veel. Als er dan een echtscheiding komt of de pensioenleeftijd, ben je daar het slachtoffer van. Vooral alleenstaande vrouwen met kinderen zijn sukkelaars hé. Daarom heb ik ervoor gezorgd dat het OCMW alimentatie kon voorschieten als de man niet betaalde, zodat vrouwen na een echtscheiding het geld kregen waar ze recht op hadden, ook als hun man weigerde te betalen. Want mannen willen wel voor hun kinderen betalen, maar vaak niet voor hun vrouw. Die OCMW-tussenkomst is later het alimentatiefonds geworden”.

Wat zou u tegen vrouwen van nu willen zeggen? “Ga werken. Blijf zoveel mogelijk voltijds werken en schakel je man meer in voor het huishoudelijk werk en de kinderen. Als je als vrouw jaren uit het arbeidscircuit bent, heb je een achterstand die je nooit meer kan inhalen. Het is misschien niet sympathiek om te zeggen, maar vrouwen zijn soms te gemakkelijk voor zichzelf en zouden meer ambitie mogen hebben. En tegen jonge meisjes zou ik zeggen: studeer, zoek een job die bij je past, heb geen schrik om leiding te nemen, durf! Je moet ook niet bang zijn van commentaar, dat krijg je toch, dat is niet belangrijk.” Ze maakt een wegwerpgebaar en lacht even, het is duidelijk dat ze dat vaak heeft moeten doen, zich niks aantrekken van commentaar en haar eigen weg gaan.

U bent op heel veel domeinen actief geweest en de lijst van wat u allemaal gerealiseerd hebt is indrukwekkend. Maar waar bent u nu het meest trots op, waar hebt u het gevoel dat u echt verschil hebt kunnen maken?  Ze moet even nadenken, er is ook zovéél! Maar dan antwoordt ze resoluut: “Op het invoeren van de quota in de politiek. Daardoor zijn er nu meer vrouwen in het parlement en daar kunnen ze iets doen. Dat is het belangrijkste. Als je moet wachten tot er op vrijwillige basis meer vrouwen komen, dan kan je lang wachten. Je moet dat bij wet doen. Dat gaat niet vanzelf. Kijk maar naar de financiële wereld, de economische wereld, daar zijn vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd. Bij het bestuur van de Nationale Bank zit geen enkele vrouw meer. Mannen hebben vanzelf quota hé.”                                                                                  

Bent u dan niet gefrustreerd dat er nog zoveel te doen valt? “Nee, gefrustreerd ben ik niet. Ook al zijn er dingen die niet gelukt zijn. Zoals abortus uit de strafwet halen bijvoorbeeld, daar hebben we met zoveel vrouwen voor gevochten, dat is ons nooit gelukt. Ik was vaak te vroeg met mijn ideeën. Dertig jaar geleden al stelde ik de 32-uren werkweek voor. Al zoveel jaren geleden heb ik de campagne opgezet ‘Sex collega-Ex collega’ en veel initiatieven rond verkrachting genomen. En dan hoor je toch nog al die verhalen in de #Metoo-beweging, dat is toch ongelooflijk dat dit nog gebeurt! Dat is voor mij één van de grootste uitdagingen voor de vrouwenbeweging. Maar het zal ook nu nog niet voorbij zijn. Er is echt al heel veel veranderd voor vrouwen, maar er blijft nog altijd veel te doen. In de politiek hebben veel vrouwen schrik om iets voor vrouwen te doen. Want als je in de politiek iets voor vrouwen wil doen, dan moet je alle domeinen kennen en ben je ook altijd afhankelijk van andere ministers. In geen enkel ander domein moet je zoveel van andere domeinen kennen en moet je met zoveel andere ministers samenwerken als in het domein van de vrouwen. Maar je kunt het verschil maken.Toen ik staatssecretaris van Maatschappelijke Emancipatie was, heb ik bijvoorbeeld de fysieke criteria om toegelaten te worden bij de rijkswacht en het leger laten herwerken. Die waren helemaal afgestemd op mannen. Catherine De Bolle, die ondertussen directeur is van Europol, was vier cm te klein om toegelaten te worden tot de opleiding bij de rijkswacht. Door die nieuwe regels heeft zij carrière kunnen maken. Zij is me daar nog altijd dankbaar voor en dat doet me plezier. Maar engagement voor vrouwen was niet de enige rode draad in mijn leven hé, dat was ook leefmilieu, armoede, politieke vluchtelingen, arbeid… dat waren altijd de thema’s die mij nauw aan het hart lagen.

Wat wenst u Femma,  die dit jaar 100 jaar bestaat, verder toe? “Die beweging heeft heel veel goeds gedaan, zij maakt ook deel uit van een grotere beweging en heeft meer middelen. Haar initiatief voor verkorting van de arbeidsduur is een goeie zaak, echt een héél goeie zaak. Maar om de zorglast en de arbeid thuis te herverdelen, is nog een lange weg. Daar zou Femma nog kunnen zoeken naar nieuwe ideeën en initiatieven.”

En wat wenst u zichzelf toe? “Dat mijn familie, mijn vrienden en vriendinnen, ikzelf goed gezond mogen blijven en het goed mogen stellen, dat is toch het belangrijkste. Ik heb gelukkig heel veel vrienden en vriendinnen, goeie banden met mijn familie, daar ben ik heel dankbaar voor”

Uw leven is goed gevuld, nog altijd? “Ik werk nog altijd, niet zoveel als vroeger, dat zou ik niet meer kunnen, maar ik zou niet zonder werk kunnen. Ze toont haar agenda voor de komende week, die staat bijna helemaal vol. Ik zou zelfs graag nog halftijds willen werken. Ik mis een groep, zoals een kabinet, een groep mensen met wie je samenwerkt. Ik heb altijd goede kabinetten gehad. Ik ben niet goed in niks doen. Ik ben nu bijvoorbeeld een pak thesissen aan het lezen (ze toont de bundel papier die ze bij zich heeft) van studenten die in aanmerking willen komen voor subsidie vanuit het Wilfried Martens Fonds van de KU Leuven. Die gaan bijna allemaal over het Oostblok en de relatie met Europa. Ik krijg binnenkort ook een eigen fonds bij de KU Leuven.

Als aan het einde van het gesprek de micro uitstaat, gaat het dan nog even over Wilfried Martens, de man en de liefde van haar leven. Over zijn drie jongste kinderen, die heel goeie studenten zijn en met wie ze een goeie band heeft. Over hun huwelijk waar ze zoveel warme reacties op kregen. Over de pancreaskanker, de euthanasie waar hij uiteindelijk voor koos. “Ik heb hem een heel mooie begrafenis gegeven. Het was een goede man, een grote man. Het is een geluk, om zo’n liefde te hebben gekend. Zoveel vrouwen hebben dat geluk niet. Hij had nog vijf jaar langer moeten leven, dan zou hij tweeëntachtig geweest zijn, dat zou mooi zijn geweest. Maar ja, het is niet anders.

En dan gaat de telefoon, ik hoor Miet Smet snel en zakelijk een afspraak maken over tijd en plaats en contactgegevens. “De zevende dag zegt ze, “ze willen me graag  in het debat zondag. Ik zal de wekelijkse bridge-afspraak moeten afzeggen.”

Wie is Miet Smet?

  • ° 5 april 1943
  • Studies : Sociale Hogeschool Gent
  • Wetenschappelijk medewerker studiegroep Mens en Ruimte
  • Mede-oprichtster Bond Beter Leefmilieu
  • Voorzitter CVP-afdeling Lokeren (1971-1991)
  • Directeur Instituut voor Politieke Vorming IPOVO (1973-1979)
  • Stichter  en voorzitter van CVP werkgroep Vrouw en Maatschappij (1974-1983)
  • Voorzitter Commissie Vrouwenarbeid (1975-1985)
  • Lid Kamer van Volksvertegenwoordigers (1978-1995)
  • Lid van Vlaamse Raad ((1980-1995)
  • Staatssecretaris van Leefmilieu en Maatschappelijke Emancipatie (1985-1992)
  • Minister van Tewerkstelling en Arbeid, belast met Gelijke Kansen beleid  (1992-1999)
  • Europees Parlementslid (1999-2004)
  • Voorzitter Okra (2009-2012)
  • Minister van Staat sinds 2002

Reacties

Mia M. schreef

Krachtige dame.Een echte feministe avant la lettre! Respect!

Reageer