Het recht om adem te halen

{$items.title}

Foto: Siege Dehing

We maken afspraak in het Centraal Station in Antwerpen. Voor Amina Belôrf (30) is dat la gare, de plek waar haar vader als gastarbeider zijn eerste voet op Antwerpse bodem zette. Migranten waren nog welkom toen. Amina’s vader werkte in de mijnen,  haven en fabrieken. Het was hard labeur, maar om een gezin met zeven kinderen in leven te houden, moest dat wel. Amina’s moeder was blij om de kansen. Geen kwaad woord over dit land, ook al ondervindt ze nog elke dag uitingen van racisme. Voor sociaal werker en schrijfster Amina Belôrf geeft dat een dubbel gevoel: “Mijn ouders waren mild en begripvol, maar vooral onderdanig naar het gastland toe. Ik voel me (ook om anderen vooruit te helpen) verplicht te reageren tegen elke vorm van racisme, discriminatie en sociale ongelijkheid.”

Amina heeft veel meegemaakt. Ze was de op één na jongste van de zeven. Toen haar vader in de mijnen werkte, vertelde hij ’s avonds aan haar moeder over de gruwel onder de grond, en later over het ’s nachts  bij vriestemperaturen laden en lossen in de Antwerpse haven. Maar het was slikken en doorgaan, want er waren monden te voeden en de huur moest worden betaald. Op de lagere school was Amina heel timide en gesloten. Ze moest de leerkrachten gehoorzamen, ook al gaven ze fout studieadvies en deden ze kwetsende uitspraken. Ook door haar klasgenootjes werd ze afgerekend op het aftandse schoolgerief dat ze meehad. “Op school heb ik me altijd diep eenzaam gevoeld,” vertelt ze, “al waren mijn schoolresultaten goed en was ik leergierig.”

Dal van verdriet

Als Amina twaalf is, wordt haar vader ziek. Het alzheimerbeest maakt zich traag meester van hem. “Als kind was ik vaak beschaamd over ons gezin, over het anders zijn dan anderen. Maar als puber ging ik naast mijn vader zitten en voelde een enorm mededogen.

Op een koude januaridag in 2010, ik was toen 20, sloot hij zijn ogen voor de laatste keer. Ik hield zijn hand vast en doe dat nog altijd.

Net zoals we op zondag samen uit één bord de couscous van de mama zijn blijven eten. Mijn mama verdient een standbeeld, omdat ze zo goed voor mijn vader heeft gezorgd. Ze zag hem doodgraag, mist de man die haar dagen kleurde, de vader van haar kinderen, haar kaart en kompas, de andere helft van haar hart. Maar beetje bij beetje is ze uit het dal van verdriet geklommen.”

Burn-out

Net zoals Amina uit een dal van verdriet klom. Op haar dertiende geraakte ze in een diepe depressie, toen ze 21 was verloor ze haar beste vriendin en zielsverwante, Ornella, na zelfdoding, en vijf jaar later een andere beste vriendin, Sophie. Jonge mensen die wilden leven, net als Amina. Vraag is: hoe kom je zoiets te boven? “Ornella stuurde me als laatste een afscheidsbericht,” vertelt Amina. “Haar plotse dood gaf een enorme knauw. Woorden stokten, gevoelens raakten verdoofd. Wat te zwaar is, valt niet te dragen. Ik heb me nachtenlang in slaap gehuild. Maar overdag verdrong ik mijn verdriet door hard te studeren en te werken. Ik schreef, trad op als dichteres en vond een uiterst boeiende job bij Variant vzw waar ik nieuwkomers en Antwerpenaars met elkaar mocht verbinden. Maar in de ratrace van het leven geen tijd maken om te rouwen is nefast, en uitgeput crashte ik en liep tegen een burn-out aan.”

Verdriet kan je niet uitstellen, het komt altijd terug.

Zonder het licht te breken

“Eén voordeel: ik ben altijd blijven schrijven. In de lente van dit jaar heb ik ‘Zonder het licht te breken’, mijn eerste poëziebundel, uitgebracht.” Een bundel vol tedere, breekbare verhalen, die uiting geven van wie Amina is: een  zelfbewuste jonge vrouw die anderen wil helpen, en niet kan zwijgen over wat er verkeerd gaat in onze samenleving. Ongelukkig genoeg kon ten gevolge van de lockdown de boekvoorstelling niet doorgaan. “Ik heb dan maar van de nood een deugd gemaakt, en liet mensen het boek rechtstreeks bij mij bestellen. Dat ze daarbij de tijd namen om me hun eigen persoonlijk verhaal toe te vertrouwen, raakte me echt intens. Nu sta ik elke dag op met het idee van: ik moet die brieven beantwoorden en ik moet mijn verhaal verder schrijven. En ik doe dat, deels via de sociale media. Voor mezelf maar ook omdat ik iets in beweging kan zetten. Het is mijn roeping. Woorden zijn mijn rots in de branding, mijn zekerheid.

“Mijn dichtbundel heeft me geleerd hoe ik door mijn talent – het schrijven – van betekenis kan zijn voor anderen.”

Een man stuurde me een gedachtenisprentje. ‘Mijn lieve echtgenote is vijf jaar geleden heengegaan,’ schreef hij. De liefde voor en het verdriet om zijn overleden vrouw spatten er zo van af. Over je eigen kwetsbaarheid schrijven, maakt veel los bij mensen. De hartverwarmende brieven die ik krijg, stellen ook mijn wereldbeeld bij, en geven me hoop. De coronacijfers vormden een doembeeld voor de toekomst , maar de reacties op mijn dichtbundel waren echt hoopgevend. Ik stond in het sociaal werk maar een burn-out haalde me onderuit, ik kon lange tijd niets meer doen. Maar mijn dichtbundel heeft me geleerd hoe ik door mijn talent – het schrijven – van betekenis kan zijn.”

Jongeren op hun talent gepakt

“Een vroegere leerkracht gebruikte mijn gedicht Deporteerbaar om allerlei termen over migratie, politiek én poëzie te ontleden. Ze koppelde dat terug naar het leven van haar leerlingen. Wat doet dit gedicht met jou? Hoe zie je dit in de samenleving? Ik was ontroerd door de brief die ze me schreef omdat die aangaf hoe ik, een vrouw met migratieachtergrond, zich niet alleen probeert te engageren, maar ook mooie poëzie kan schrijven. Tijdens de hele coronacrisis is er weinig aandacht geweest voor de jongeren, en zeker niet voor zij die in precaire omstandigheden de lockdown moesten doorbrengen. Maar nu zei die leerkracht: ‘Amina is een oud-leerling van ons. Uit onze buurt. En nu schrijft ze poëzie.’ Mijn gedicht, als deel van de leerstof: het klinkt banaal, maar voor jongeren zonder perspectief is zoiets enorm belangrijk. ‘Als zij dat kan, kan ik ook muziek maken of een boek uitbrengen,’ denken ze nu. Ik heb als studente weinig of geen van zulke voorbeelden gehad, maar kan jongeren nu wel zeggen: ik zie je, ik hoor je en je staat er niet alleen voor. Ik vertel mijn levensverhaal puur en rauw, zonder franjes, en ik buig het om tot een positieve kracht. Doe mee en maak, waar je ook vandaan komt of wat je ook hebt doorstaan, van jouw machteloosheid of frustratie iets constructiefs en geef dat door. Doe iets dat je zuurstof geeft.”

Hoofd, handen en adem: het is tijd om op te staan

“Het coronavirus heeft mij, en velen met mij hoop ik, meer dan ooit doen inzien dat mensen nood hebben aan woorden als gebaar van aanmoediging en troost. Ik doe een warm pleidooi mensen te vragen hoe het gaat, hoe het echt gaat. Er zijn nog veel taboes in de Vlaamse en Marokkaanse gemeenschap. Veel verborgen tranen die doodgezwegen worden. Ik denk aan het taboe rond psychische kwetsbaarheid, dat ik wil doorbreken. Ik denk aan het taboe rond racisme, en alles wat onder de mat wordt geveegd. Mijn ouders waren mild. ‘Wees blij dat we onderdak hebben,’ cijferden ze zichzelf weg. Maar intussen lopen zoveel dingen mis, dat ik wel moét praten. Leonard Nolens zei ‘maak van je pijn een stok om op te staan, een oog om te gaan zien.’ Ik probeer dat te doen, door mijn verhaal te vertellen en te schrijven.

“Ik maak van mijn pijn een stok om op te staan, ik vertel mijn verhaal, en ontdek dat ik zo anderen inspireer en aanmoedig om over hun kwetsbaarheden te vertellen.”

Ik ben diep geraakt door de dood van Adil, die jongen uit Anderlecht die de dood vond nadat hij werd opgejaagd door de politie. Ik ben diep geraakt door de dood van Georges Floyd in de Verenigde Staten. ‘I can’t breathe. Ik krijg geen adem meer. They will kill us. Ze doden ons,’ waren zijn laatste woorden. Hij had het over heel het systeem.  Racisme, discriminatie, sociale ongelijkheid zitten helaas nog altijd heel diep ingeworteld in onze samenleving. Daarom ben ik mee opgestapt in de manifestaties tegen racisme. We waren met 10.000 die geweldloos actie voerden. En we vragen niet veel. Onze enige vraag aan het beleid is: luister even naar ons, jongeren met een migratieachtergrond wiens dromen te vaak gefnuikt worden. Luister even naar ons, net zoals je moet luisteren naar blanke zorgverleners die maandenlang, 24/7,  het beste van zichzelf hebben gegeven om mensen te redden. Het is niet of/of, maar en/en. Maar luister. Wat mij ontspant, vraag je? Er is een onrust diep in mij, die mij dwingt om te schrijven. Om op te komen voor de onhoorbare stemmen.  Wat ik zie, hoor, meemaak, voel, dwingt mij tot engagement. Black lives matters. Zwarte levens doen ertoe.”

Boek: Zonder het licht te breken

Bij EPO verscheen ‘Zonder het licht te breken’, debuut van de Antwerpse dichteres Amina Belôrf. Een poëziebundel vol tedere, breekbare verhalen en teksten, geschreven met een vederlichte pen die zindert van verontwaardiging. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel en kost 15 euro. Je kan het ook rechtstreeks en gesigneerd bij Amina Belôrf bestellen. Je betaalt dan 4 euro extra voor verzending.

Bestellen kan via:

aminabelorf@gmail.com

facebook

instagram

 

Reacties

Geva Deraeck schreef

Lieve Amina, jouw verhaal raakt me fel. Ik wil je graag beter leren kennen via je dichtbundel. En ik schenk je dichtbundel ook graag aan Magda, mijn Ubuntu-vriendin die vandaag 71 wordt. In onze groep Ubuntu Intercultureel Tervuren genieten wij van de rijkdom van zoveel verschillende culturen. Wij spelen oa samen toneel, helemaal samen gecreëerd. Ik ben ook lid van Femma en van Wereldvrouwen. Zó mooi en hoopvol dat deze 2 verenigingen binnenkort de weg samen gaan.

Ik kijk heel erg uit naar je dichtbundel Amina.

Iris Demesmaeker schreef

Lieve Amina

Wat een pakkend verhaal en hoe sterk verwoord! Er staan zo veel mensen achter jouw levensvisie.

Jouw zachte toon doet mij de mond snoeren ...

Iris

Reageer