Het doet zeer als een held sterft

{$items.title}

‘Vrouwen gaan pas echte gelijkheid bereikt hebben wanneer mannen met hen de verantwoordelijkheid delen om de volgende generatie op te voeden.’

Het zijn de woorden van Ruth Bader Ginsberg, opperrechter in de Verenigde Staten van Amerika. Ze overleed op 18 september, op haar 87ste. Ze zag eruit als een klein, frêle dametje, maar was een internationaal icoon voor de vrouwenbeweging en werd door vriend en vijand gezien als ‘een kracht waar rekening mee moest gehouden worden’. Als briljante advocate timmerde ze immers haar leven lang aan het wegwerken van ongelijkheden tussen mannen en vrouwen. Met groot succes.  

Haar uitspraak zou de onze kunnen zijn. Femma heeft als ambitie om het evenwichtig (en ook kwaliteitsvol) combineren van betaalde en onbetaalde arbeid voor mannen en vrouwen te realiseren. Die evenwichtige verdeling is er nog lang niet. Onze beeldvorming van hoe mannen en vrouwen horen te zijn, wat ze horen te doen en wat hen typeert, heeft op die ongelijke verdeling een grote invloed. Het zijn denkbeelden die we, als een soort van gif, van jongs af aan inademen en niet zomaar afgeschud krijgen.

In 1957 startte Ruth aan de rechtenfaculteit van Harvard, een topuniversiteit,  als één van de negen vrouwelijke studenten (op een totaal van 500). De decaan nodigde hen uit voor een etentje en vroeg waarom ze het in hun hoofd haalden later de banen van 9 mannen weg te kapen? Zo liep het nochtans niet. Geen enkel advocatenkantoor wilde haar aanwerven, ondanks haar uitmuntende studieresultaten. Na een loopbaan als docent en professor, bepleitte ze zes zaken bij het Hooggerechtshof die de genderongelijkheid van de Amerikaanse samenleving aan het licht brachten. Ze won er vijf. Daarover zei ze: 

‘We mogen niet tegengehouden worden om onze talenten volledig te ontplooien, om bij te dragen wat we kunnen aan de samenleving, omdat we in een bepaalde mal passen, omdat we tot een groep van mensen behoren die historisch gezien altijd het voorwerp van discriminatie hebben uitgemaakt.’

Ruth Bader Ginsberg heeft geregeld onderstreept hoe belangrijk haar man Marty, zelf ook een succesvolle advocaat, voor haar carrière is geweest. Hij waardeerde haar voor haar indrukwekkende stel hersenen, stimuleerde en ondersteunde haar carrière, nam evenveel zorg voor hun twee kinderen op en zei daarover al lachend: ‘Zij geeft mij geen advies over het koken en ik geef haar geen adviezen over rechtspraak en dat werkt prima.’ 

In 1993 stelde president Clinton haar aan als één van de negen opperrechters van het land. Ze was pas de tweede vrouw ooit die deze benoeming kreeg. Vanop die stoel beoordeelde ze of op staatsniveau uitgesproken rechtspraak overeenkwam met wat de Amerikaanse grondwet voorschrijft. Toen haar werd gevraagd hoeveel vrouwen er volgens haar in het Hooggerechtshof moesten zetelen om haar tevreden te stellen, antwoordde ze: negen. Ze begreep niet waarom haar antwoord zoveel heisa veroorzaakte. Van 1789 tot 1981 had dit college immers uitsluitend uit mannen bestaan. Daar had geen haan naar gekraaid. 

In 1996 schreef ze het uiterst belangrijke vonnis dat de met staatsteun gesponsorde militaire academie in Virginia niet langer mocht weigeren om vrouwen toe te laten. Ze brak daarmee een lans voor gelijke kansen voor vrouwen om ‘de ambitie te hebben, deel te nemen en bij te dragen aan de samenleving, gebaseerd op wat ze kunnen’. Alleen zo zou gendergelijkheid gerealiseerd worden, tot op het hoogste niveau, want:

‘Vrouwen horen thuis op alle plekken waar beslissingen genomen worden.’

Het federaal beklonken recht op abortus, bekrachtigd door het Hooggerechtshof, staat in de Verenigde Staten al jaren onder druk. Bader-Ginsberg, haar bescheiden Joodse afkomst uit Brooklyn nooit vergeten, trok hierin resoluut de vrouwenkaart: 

‘De beslissing om al dan niet een kind te dragen, staat centraal in het leven, het welzijn en de waardigheid van vrouwen. Dit is een beslissing die ze zelf moet nemen. Wanneer de overheid die beslissing neemt, dan worden vrouwen behandeld als minder dan volwaardige en volwassen levende wezens, verantwoordelijk voor hun eigen keuzes.’

Haar oordeel was mee ingegeven door het besef dat abortus, wanneer verboden in een staat, feitelijk toch toegankelijk zou zijn voor bemiddelde vrouwen, die desnoods wel een vliegtuigreis konden maken om elders een abortus te ondergaan. Minder bemiddelde vrouwen zouden op zoek gaan naar onveilige en onhygiënische ingrepen die hun leven in gevaar konden brengen.  

Hiermee raakte Bader-Ginsberg de gevoelige snaar van privileges. De discriminerende behandeling door politie en rechtspraak van mensen die geen wit vel hebben, zet het land al maanden in vuur en vlam #blacklivesmatter. Ruth Bader-Ginsberg was zich bewust van de taaiheid van privileges. Die hebben de neiging onzichtbaar te blijven voor diegenen die er van genieten. Ze verdedigde vol vuur ongelijke maatregelen om net die gelijke behandeling van mensen, ongeacht hun huiskleur, te bevorderen. Vooral de aanhoudende (her)tekening van kiesdistricten in het voordeel van rechts-conservatieve krachten was een doorn in haar oog.  Met een beeldende vergelijking maakte ze haar punt:

‘Zoals je huizen in Californië anders moet bouwen omdat ze meer risico lopen door aardbevingen, zo moeten we op plekken waar raciale spanningen het hoogst zijn, meer positieve maatregelen nemen om doelbewuste discriminatie de kop in te drukken.’

Ruth Bader Ginsberg was een ongelofelijk straffe vrouw. Onbevreesd, rustig, doordacht en moedig brak ze hinderpaal na hinderpaal af, waar ze als vrouw, als Joodse, als advocate, als moeder en als kind van bescheiden komaf, mee te maken kreeg. Ze zette haar fenomenale juridische brein in om de Amerikaanse samenleving voor vrouwen een prettigere plek te maken. Ze effende daarmee het pad voor vele vrouwen om voluit hun rol te spelen in de samenleving en ze inspireerde er nog veel meer, over de hele wereld. Wat een vrouw! 

Het doet zeer als een held sterft. 
We zetten je werk verder. Beloofd.

 

Bron afbeelding:  Shutterstock

Reageer