Femma liet me toe mijn weg te vinden

{$items.title}

Rishan Kahsay is 54 en afkomstig uit Ethiopië. Als kind was ze zich al bewust van de verschillen tussen rijk en arm: zij kreeg vaak een nieuw kleedje terwijl haar klasgenootjes zich er maar één per jaar konden veroorloven. Stiekem stal ze maïs uit de zolder om uit te delen. Die inzet voor anderen is gebleven, ook nadat ze met haar Belgische man David in Otegem (Zwevegem) kwam wonen.

Rishan Kahsay: “Ik ben geboren en getogen in Noord Ethiopië, op de grens met Eritrea. Mijn papa was rijk en machtig: hij had een onmetelijk stuk grond, paarden en koeien, knechten en meiden. En kinderen van verschillende vrouwen. Hij liet me veel toe, leerde me paardrijden en pistoolschieten. Mijn mama was streng en rechtvaardig, ze hield van discipline en heeft ons goed opgevoed. De relatie tussen mijn ouders was niet zo best.”

“Zo rijk als wij thuis waren, zo arm waren de kinderen in mijn omgeving. God had het zo gewild, zei mijn papa. Thuis stal ik boter, melk en suiker, kleren en knopen, en deelde alles uit. Ik werd zwaar gestraft, maar ik heb nooit bekend. Arm zijn is vreselijk, zeker in België.”

Liefhebben en sterven

“Tijdens de oorlog in Ethiopië, vluchtten we van het Noorden naar Addis Ababa. Ik ging er werken in een vluchtelingenkamp van Artsen Zonder Grenzen (AZG). Daar gingen mijn ogen nog meer open. Ik kookte en werkte later als magazijnverantwoordelijke. Bij AZG leerde ik David kennen. David vroeg me met hem te trouwen. Ik aarzelde, wou niet dat hij slachtoffer zou worden van mijn engagement of van de grote politieke problemen van mijn familie. Maar David was vastberaden, hij zou me helpen en ik volgde hem naar België.”

“Integreren is niet gemakkelijk. Als je je land verlaat, ben je niemand. Ik voelde me als op een andere planeet: waar ben ik, welke taal spreken ze hier, welke gerechten maken ze hier klaar? Toch is het aan ons, migranten, om de normen en waarden te leren kennen van de plek waar we terechtkomen. Dankzij KAV/Femma, Amber (multiculturele vrouwengroep van Femma) en het migrantencentrum in Kortrijk ging er een deur open. Ik leerde mensen kennen, bleef geen vreemde. Ik was lid van de beleidsgroep van KAV/Femma West-Vlaanderen. Ik vond dat een eer. Femma en het migrantencentrum waren voor mij het licht dat me toeliet mijn weg te vinden.”

“David en ik kregen twee kinderen: Kevin en Steven. Eind juni 1998, toen we zeven jaar getrouwd waren, stapte David plots uit het leven. Hij was een zachte, idealistische man die de harde wereld niet aankon. Hij had gezegd dat er iemand zou sterven, waarschuwde me voor wat de kinderen kon overkomen, nam afscheid van iedereen, maar ik zag het niet of te laat. Ik heb nog altijd heel veel verdriet om zijn dood en kamp nog altijd met gevoelens van schuld en schaamte.”

Een kraamkliniek in Ethiopië

“Jezelf zijn en goed zijn, is het belangrijkste in het leven. Ik wil er zijn voor anderen, voor mensen die arm, ziek en kwetsbaar zijn. Mijn deur staat altijd open. Ik bezoek mensen bij een geboorte, als iemand ziek of als iemand gestorven is. Mijn grootmoeder zei: ‘Kijk nooit naar wie meer heeft, wel naar wie minder heeft.’ Zij was een wijze vroedvrouw. Als er zich een geboorte aankondigde, mocht ik vaak mee. Ik wachtte dan buiten tot het allereerste gekrijs er was. Bij een buurvrouw liep het mis: ze had een enorm dikke buik en na drie dagen van weeën en ondraaglijke pijn stierf ze. Na de dood van David besloot ik een kraamkliniek in Ethiopië te bouwen. De kraamkliniek is er gekomen, mee dankzij de vrijwillige inzet en steun van heel veel West-Vlamingen. De kraamkliniek is mijn kracht, ik ben er heel dankbaar voor.”

Liefde geven

“Senaït, een Ethiopische vriendin, zei eens tegen mij: ‘Rishan, waar haal jij als alleenstaande de kracht om je zo te engageren?’. Ik haal die uit de liefde en vriendschap van anderen, uit mijn geloof en mijn hoop. Zonder mijn (schoon)familie, vriendenkring, Femma, mensen van Otegem was ik levend dood. Elkaar liefde geven, zonder verschil van ras of stand, is onbetaalbaar. Wie geeft, wordt gelukkig. Maar hoe meer je doet, hoe meer problemen de weg naar jou vinden. Mijn kinderen waren het slachtoffer van mijn inzet. Mijn idealisme, gastvrijheid, mededeelzaamheid en drukte, ging vaak voor. Maar ze klagen niet, integendeel. Hoe ze er voor mij zijn, is buitengewoon.”

Geluk en diepe eenzaamheid

“Ik ben alleen, heb geen partner en zoek er ook geen. Ik wil niet nog iemand het slachtoffer maken van mijn idealisme en inzet.  Ik zie veel eenzaamheid, verdriet en wanhoop. Ik kan uitbundig lachen, maar meestal ben ik droevig. Als ik in de spiegel kijk en verdriet voel, laat ik mijn tranen stromen. Tegelijk zeg ik: je moet volhouden. Mijn vrienden helpen me door de moeilijke perioden in mijn leven. Het mooie aan vriendschap is dat je geluk, verdriet, zorgen en angsten kunt delen. Ik ben gelovig: God bepaalt mijn bestemming.”

De dood, een schaduw over het leven

“De dood ligt als een schaduw over mijn leven. Mijn broer was amper 16 toen hij stierf, hij had in giftig water gezwommen. Mijn zus Harek werd ziek in 1994 en werd, dankzij de financiële steun van velen, in België aan haar hart geopereerd. In 2006 werd ze opnieuw ziek, baarmoederhalskanker, ik ben niet meer bij haar geraakt en dat spijt me. Ze was 36 en mama van een zoon. Ook Letegebriël, de moeder van mijn schoonzus, is vroeg gestorven. Ze was een parel van een vrouw die heel veel armen hielp in Ethiopië. In 2003 lieten we haar overbrengen naar AZ Groeninge in Kortrijk voor een operatie van een hersentumor, maar tevergeefs. Ik heb haar met bloemen ontvangen in Zaventem, maar in een kist terug naar huis gestuurd. Haar overlijden heeft me heel zwaar geraakt. De dood neemt je geliefden mee, maar de liefde die je voor hen voelt en de mooie herinneringen kan niemand ooit van je afnemen.”

Woorden als geschenk

“Mijn grootmoeder zei: ‘Als iemand je pijn doet, doe nooit hetzelfde terug.’ Mensen oordelen gemakkelijk, sociale media doen er vaak nog een schepje bovenop. Maar je kreeg een mond om mooie woorden te spreken, niet om haat te zaaien. Laat ons naar onszelf kijken, elkaar kansen geven, verbinden, delen en geven. Luisteren en praten is het grootste wapen om tot liefde en vrede te komen.”

“Naast mijn gezondheid en mijn kinderen is mijn waardigheid het belangrijkste. Arm zijn is heel erg maar je waardigheid verliezen is nog erger. Ik werk in het RVT Sint-Carolus in Kortrijk, op de afdeling dementie. Ik ben blij dat ik kan werken, ben gezegend met heel leuke collega’s. Ik vraag me af hoe dat voelt, niet meer weten hoe je eten smaakt, hoe je gekleed bent, wat er aan je binnenkant zit? En soms vraag ik me af: als ik het ooit zelf niet meer weet, zal er dan iemand zijn die mijn hand vasthoudt? Elkaar liefhebben is het allerbelangrijkste in het leven. Dat lees je ook in de bijbel: al wat je de minsten van de Mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan.”

Reacties

Maria Van Hoofstat schreef

Wat een mooi en helder verhaal. Wij allen kunnen wel iets van haar verhaal leren.

Al het gezeur over immigranten die zich niet aanpassen aan onze gewoonten wordt nogmaals tegengesproken. Het werkt in beide richtingen of nog beter dat zou het moeten doen. Met een kleine inspanning van ons zelf naar anderen komt een wereld binnen die je eerst niet of nauwelijks kende maar je krijgt een en al vriendschap terug. Femma verbindt wel degelijk daarom ga ik graag mee naar verre bestemmingen om steeds met probleemsituaties te kunnen geconfronteerd worden en nadien rijker aan ervaring terug te komen en in mijn hart op te slaan.

Een straffe madam was in dit artikel aan bod.

Reageer