Expo HALLO BABY, Sarah Kaerts

{$items.title}

Een kip, een ei, zout, een partje colanoot, een beetje mosterdolie, bruin bier, een draadje … Met de meest eenvoudige ingrediënten, maak je vaak de beste gerechten … of een expo waar velen iets van zichzelf in herkennen. HALLO BABY was er zo eentje.
In tegenstelling tot huwelijks- en begrafenisrituelen, zijn rituelen die met de geboorte te maken hebben heel erg onopvallend. Zo onopvallend dat je je afvraagt (lees: dat ik me afvroeg) hoe je daar in godsnaam een expo over maakt die stand houdt binnen de contouren van een statig en majestueus museum, zoals BELvue én die opweegt tegen de verpletterende grootsheid van een kerk, zoals de H. Magdalenakerk in Brugge. We zijn er in geslaagd*.

Op verhaal komen

Met een geboortekoffer, die steeds meer materiaal bevatte om mensen op verhaal te laten komen, trokken we langs verschillende verenigingen. Vrouwen en een occasionele man, deelden op basis van deze en eigen objecten, hun geboorterituelen met elkaar. Een aantal mensen werden geïnterviewd. Verhalen over ‘toen’ en ‘ginder’ en over ‘hier’ en ‘nu’.
Wie wilde werd betrokken bij de concrete uitwerking van de expo.

Foto: Philippe Debroe

Materiaal verzamelen

Wat volgde was een spannende periode van verzamelen, teksten schrijven en -vooral- van teksten laten nalezen tot elke geïnterviewde er zich volledig in kon herkennen. De expo werd thematisch en scenografisch uitgedacht. Zo flexibel als mogelijk. Want ondertussen zocht Tatzari haar amber oorbellen bij elkaar, bezorgde Georgette ons het zelfgehaakte doopkleed dat menig kind en kleinkind gedragen had en zorgden enkele dames van FMDO voor ‘sfouf’, een heerlijke bereiding die zwangere vrouwen als krachtvoer te eten krijgen en waarvan een potje in mijn bureaulade er in die tijd voor zorgde dat ik de nodige dosis suiker en vet binnenkreeg om de laatste slopende voorbereidingsdagen door te komen.
Tijdens de gesprekken bleek dat inbakeren een wijdverspreide praktijk is, met best wat varianten. Dat zorgde voor heel wat uitwisseling. Met enkele vrouwen werd daarop een filmpje over inbakeren gemaakt.
Maman Rose stuurde haar zoon op pad in Kinshasa, op zoek naar raffia, kauri-schelpjes, rammelaars en andere objecten die belangrijk zijn bij een geboorte.

Foto: Sarah Kaerts

Na bang afwachten -De Matongé-wijk in gedachten als back-up, geraakte het pakketje gelukkig tijdig in Brussel. Ondertussen stroomden geboortekaartjes binnen en werden babynageltjes, navelstrengen, kleertjes en ‘doudou’s’ verzameld. Tijdens de opstelling van de eerste expo legden we samen met enkele deelnemers hun materiaal en teksten in de vitrinekasten. Hier en daar hielpen zij ook bij de algemene opstelling.

Lood smelten

Vertelde ik net dat het tot de laatste moment spannend zou blijken?
Verschillende vrouwen vertelden me over een ritueel met gesmolten lood in water. De vorm die het lood aanneemt wanneer het stolt, vertelt je heel wat over het kwade oog, de jaloezie, de slechte energie, die om je heen hangt. Maar heel typisch aan veel rituelen is… dat bijna niemand je er echt het fijne over kan vertellen. Het geheim van een ritueel zit hem in het doen, het wordt (vaak collectief) herinnerd en opnieuw vorm gegeven als de tijd rijp is en het is eigenlijk maar te vatten, wanneer het uitgevoerd wordt. Althans dat is mijn kijk hierop. Vier maanden duurde het vooraleer mijn contactpersoon me groen licht gaf: ja de vrouw die hierin gespecialiseerd was, wilde me komen helpen om zo’n gesmolten loodvormpje te maken om tentoon te stellen. Alleen… kwam dat nieuws de dag voor de opening. Dus werd er halsoverkop nog naar de Brico gesneld voor een campinggasvuurtje. Bleek dat we niet zomaar eventjes lood zouden smelten, maar dat het hele ritueel ‘Kurşun dökmek’ zou uitgevoerd worden. Uiteindelijk werd het lood gesmolten en in een kom water boven mijn bedekte hoofd tot stollen gebracht. (someone got to do the job …) Het geheel werd in zeven haasten gefilmd aan de entree van het museum. Ik geef toe, na de initiële paniekpiek die het ritueel me bezorgde, voelde ik me de rest van de dag extreem zen. Dat vervormd stukje lood, dat net als het ritueel een stevige indruk op me maakte, bewaarde ik na de expo. Het ligt nog altijd in mijn kast.

Foto: Fabienne Pennewaert

Drijfveer

Ken je dat gevoel dat de cirkel rond is? Dat je een doel hebt bereikt? Toen ik twaalf jaar geleden als (Hoge)school-buurtcoördinator aan de slag ging in de Brabantwijk in Brussel, was dat om bruggen te slaan tussen mensen die elkaar normaalgezien wel kruisen, maar niet tegenkomen. Later, werkend bij het Minderhedenforum, werd de erfgoedwereld het speelveld van ontmoeting. Erfgoed, en zeker immaterieel erfgoed, dat levende praktijken, zoals ambachten, rituelen en sociale gebruiken centraal zet, kan een dankbaar middel zijn om mensen samen te brengen. Alleen … hoe krijg je een dergelijk project de drempel over zodat het niet in de wachtruimte, aan het onthaal of in de vestiaires een plaats krijgt, maar gewoon het centrum van de expo vormt? Wanneer worden tentoonstellingen inherent divers en vormt het diversiteitsverhaal geen annex meer op de eigenlijke expo, bedoeld om al wie zich hierin niet herkent toch mee te nemen, maar zonder aan de kern te moeten raken?

HALLO BABY werd een expo die -in de mate van het mogelijke- de samenleving weerspiegelde, zowel wat de inhoud betreft als de bezoekers. Elkeen vond er aanknopingspunten, een laagje in de expo of bijhorende activiteiten die herkenning of nieuwsgierigheid opriepen. De cirkel is rond, het gestelde doel bereikt.

Recept

Het geheim? Een kip, een ei, zout, een partje colanoot, een beetje mosterdolie, bruin bier en een draadje. De ingrediënten zijn extreem eenvoudig, maar het is de bereidingswijze en toewijding die belangrijk zijn.

Wat is dan het recept? Volgens mij:

  • Tijd, tijd en tijd nemen voor mensen. Een persoonlijke band opbouwen werkt altijd beter. Als individu heb je echter slechts een beperkte slagkracht en tijd voorhanden. (Die kan je wel wat uitrekken, maar toch…) om burn-out te voorkomen en voor een blijvend resultaat is het beter dit te dragen met een team, als organisatie.
  • Tijd, tijd en tijd om partnerschappen op te bouwen. Al te vaak gaan nieuwe  samenwerkingen uit van de eigen verwachtingen over de rol, taak en functie van de partners. Het vraagt tijd -die vaak niet voorhanden is- om een partnerschap uit te diepen, en het is belangrijk dit te doen van bij de start. los van je verwachtingen en los van wat op papier staat, is het altijd zoeken naar welke rol een partner voor zichzelf ziet en kan en wil opnemen. Soms minder en anders dan je hoopt, soms meer en anders dan je dacht. Misschien kan er in projectaanvragen tijd ingebouwd en gehonoreerd worden om je partners nog beter te leren kennen en op elkaar af te stemmen?
  • Deelnemers op handen dragen. Voor mij betekent dit: elke tekst voorleggen voor akkoord. Als mensen me vertellen: ‘Het zal wel ok zijn’, dan haal ik enkele passages aan, waarvan ik niet zeker ben of ze uiteindelijk ‘echt’ wel ok zijn. ‘Mag ik dan in de brochure schrijven dat ….’ Om dan te horen: ‘Ah neen, dat niet’. Het gaat er vaak om nuances te zoeken die voor de deelnemers ‘kloppen’ en met hen pingpongen tot tekst en foto ok aanvoelen. Vaak is het op je tanden bijten en weten dat je de mooiste of meest interessante verhalen niet kan brengen. Maar het doel is dat je deelnemers met plezier deel uitmaken van de expo, dat die (een stukje) een gedeeld verhaal wordt.
  • Stel je verwachtingen bij. Niet iedereen is even betrokken en dat hoeft ook niet. Soms bereik je dat moment waarop een ultieme mix van mensen elkaar vindt, vaker ben je al blij als verschillende groepen interesse tonen, zonder verder echt met elkaar in contact te komen.
  • Schep een kader en laat de rest los. Zorg ervoor dat de opstelling flexibel genoeg is om zich aan te passen aan wat het participatieve proces oplevert. Soms is dat inboeten op de kwaliteit die je voor ogen had. Maar over wiens kwaliteitseisen spreken we hier eigenlijk? Juist, over de mijne en over die van de scenograaf. Misschien zijn er andere manieren om kwaliteit te definiëren.
  • Laat (Etnisch-culturele) diversiteit weg. Je vindt in deze tekst amper woorden die op diversiteit wijzen. Ik schrap het vaak uit teksten, niet omdat het niet belangrijk is, maar omdat het een evidentie zou moeten zijn. Maar dat is het nog al te vaak niet, zelfs voor mij niet. Diversiteit zit niet in de grote woorden en methodieken. Het zijn de kleine dagdagelijkse daden die echt het verschil maken.

Samen het verschil maken

HALLO BABY werd bezocht door leden van Femma. Wereldvrouwen organiseerde een groepsuitstap voor haar leden. Ik ben er zeker van dat elk tot andere gesprekken kwam in de opstelling, dat andere accenten gelegd werden, maar het was een thema dat beide vrouwenorganisaties kon boeien.
Ik hoor dat beide organisaties het experiment en proces aangaan om samen te bouwen aan een inclusieve vrouwenvereniging. Ik wens dat ze kunnen inzoomen op wat hen verbindt en dat ze samen een (ver)nieuw(d) kader kunnen scheppen dat flexibel is en zichzelf steeds weer herdenkt om zoveel mogelijk vrouwen een plaats te geven. Ik wens dat ze telkens overboord kunnen gooien wat niet (meer) werkt om samen te blijven groeien naar een nieuw verhaal.

Ik wens hen: tijd, luisteren, zoeken, verwonderen, op je tanden bijten, het oneens zijn, plezier maken. Zoeken naar wat bindt.

*We, dat waren vele mensen: van vrijwilligers tot professionals.
HALLO BABY was een project van Gezinsbond in nauwe samenwerking met LECA, FMDO, Stad Brugge (Musea Brugge, Diversiteitsdienst en Erfgoedcel), Vormingplus regio Brugge, YOT, Erfgoedcel Brussel, FARO, KADOC-KU Leuven, De Centrale, IVCA en Wereldvrouwen. Met de steun van de Vlaamse Overheid, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Stad Brugge.
Met speciale dank aan verschillende deelnemers van lidverenigingen van FMDO, o.a. Mes-tissages, het Meervoud en Feza, en aan BELvue Museum.
Met scenografie, grafisch werk en fotografie van Marijke Deweerdt en Philippe Debroe.

Meer?

De brochure rond geboorterituelen in het Nederlands, Engels en Frans.
Het ritueel op maat voor twee baby’s/peuters dat we samen met de dansers van Mudriam/Danza Duende uitvoerden binnen het kader van de expo.

Bio Sarah Kaerts

Sarah Kaerts studeerde sociaal-cultureel werk en anthropologie. Ze heeft tien jaar ervaring in het werken aan diversiteit binnen cultureel erfgoed. Bij het Minderhedenforum werkte ze rond cultuur en cultureel erfgoed. Ze coördineerde de stadsbrede themacampagne ‘De mensen maken de stad’ in het kader van 50 jaar migratie voor de stad Mechelen en organiseerde HALLO BABY, een tentoonstelling over geboorterituelen voor Gezinsbond. Recent behaalde ze een master in Danstherapie, waarmee ze in de toekomst onder meer aan de slag wil met mensen met een migratie-achtergrond.

Sinds 2018 werkt Sarah bij ‘Werkplaats immaterieel erfgoed’ waar ze focust op sensibilisering en registratie van de rijkdom aan immaterieel erfgoed die in Vlaanderen leeft en beoefend wordt (www.immaterieelerfgoed.be).

Reageer