De werk-privebalans van de OESO toont niet de realiteit

‘België is op drie na beste land voor evenwicht werk-privé’, kopte de Morgen dinsdag.  De krant baseert zich voor het artikel op de Better Life Index van de OESO. Deze index die ‘het goede leven’ meet, checkt onder meer de werk-privébalans in 36 landen.  En, joepie, wij staan 4e, na Denemarken, Spanje en Nederland. We kunnen op onze lauweren gaan rusten! Of toch niet?

Laten we de index even onder de loep nemen.  De score op ‘werk-privébalans’ steunt op twee indicatoren: ‘de tijd voor ontspanning en persoonlijke zorg bij voltijdse werknemers’, en ‘werknemers die lange uren (+50 per week) werken’. 

Slechts 5% van de Belgen werkt 50 uren of meer per week. Daarmee staan we op de 13e plaats. Het gemiddelde van de 36 landen is 13%. De meeste overuren in ons land worden geklopt door mannen: 7% van de voltijdse werknemers werkt 50 uren per week of meer tegenover 2% van de vrouwelijke werknemers.

Met onze tijd voor 'ontspanning en persoonlijke verzorging' kloppen we af op de derde plaats.  Voltijdse werknemers genieten bijna 16 uur vrije tijd per dag.  Mannelijke en vrouwelijke voltijdse werknemers genieten evenveel vrije tijd. Het gemiddelde van de 36 landen is 15 uur.

Voilà, op basis van slechts twee(!) weinig ambitieuze indicatoren en gemiddelde scores die weinig zeggen over de echte situatie komt de OESO tot de conclusie dat de Belgen over een excellente werk-privébalans beschikken. Dat bijna de helft van de vrouwen deeltijds werkt om de werk-privébalans te beheersen, telt niet.  Dat steeds meer enquêtes tonen dat mensen combineren lastig tot problematisch vinden: de OESO weet het niet.

En alhoewel Spanje de tweede plaats bekleedt in de ranking, meldt de OESO dat ‘Spaanse gezinnen het zeer moeilijk vinden om werk en gezin te combineren’.  Begrijpe wie begrijpe kan…. De tewerkstellingsgraad van vrouwen is er met 51% overigens zeer zwak. Van een evenwichtige combinatie van werk en privé tussen mannen en vrouwen is er  geen sprake.  Hetzelfde geldt voor Nederland, dat brons kreeg.  Een hoge vrouwelijke tewerkstellingsgraad van 69,9%, maar ruim 60% van de vrouwen werkt deeltijds. 

De OESO-index geeft op zijn minst een onvolledig beeld van de realiteit.  Ze heeft onvoldoende aandacht voor de verschillen tussen mannen en vrouwen en zegt niets over de tijds- en werkdruk die mensen ervaren.

Nee, geef mij maar het het tijdsbestedingsonderzoek van professor Ignace Glorieux. Dat is veel gedetailleerder.  Het toont niet alleen de grote verschillen tussen mannen en vrouwen maar legt ook de tijdsdruk bloot.  De drukke leeftijd (tussen 25 en 54 jaar) wordt drukker en voornamelijk vrouwen worstelen met de combinatie werk en gezin.  Veel vrouwen gaan daarom deeltijds werken maar dit biedt hun niet meer vrije tijd. Laten we dus vooral niet op onze lauweren gaan rusten maar eindelijk eens starten met een serieus debat over de werk-privébalans.

Reageer