De samenleving mee op bouwen

{$items.title}

Fotograaf: Kristof Braekeleire

Wellicht ken je een buurthuis, dorpsrestaurant of wijkgezondheidscentrum. Misschien hoorde je al over ‘energiesnoeiers’ of bewonersgroepen in sociale huisvesting. Het zijn stuk voor stuk initiatieven waarbij mensen in achtergestelde buurten samenwerken om  hun  dagelijks leven  draaglijker te maken én maatschappelijke problemen op te lossen. Ze doen letterlijk aan ‘samenlevingsopbouw’. Dat is meteen ook de naam van de sector die hoofdzakelijk buurt- en opbouwwerkers tewerkstelt om mensen in maatschappelijk kwetsbare posities te ondersteunen:  mensen in armoede, sociale huurders, thuislozen, alleenstaanden, mensen zonder wettig verblijf, laaggeschoolde langdurig werklozen, ...zowel in steden als op het platteland.  Buurt- en opbouwwerkers  initiëren en begeleiden er initiatieven die deze mensen persoonlijk en als groep versterken. En samen met de betrokkenen wegen ze op het beleid. Want  maatschappelijke problemen als armoede en ongelijkheid vragen om een structurele aanpak. Mensen in hun kracht brengen, toegang geven tot grondrechten en onrechtvaardige wetten en regels veranderen, daar draait het om in Samenlevingsopbouw

Rita L’Enfant was 43 jaar werkzaam in de sector van buurt- en opbouwwerk. De eerste jaren als vrijgestelde van de Federatie Buurtwerk, daarna in het ondersteuningsinstituut van deze sector: Viboso, later Samenlevingsopbouw Vlaanderen dat recent opging  in SAM, steunpunt Mens en Samenleving (http://www.samvzw.be).Rita was er verantwoordelijk voor vorming, training en opleiding; het leerbeleid én de uitvoering ervan.  Enkele maanden geleden ging ze op haar 65ste met pensioen. We spreken met haar af in Amazone (http://www.amazone.be) in hartje Brussel en nemen tijd voor reflectie. Intussen nuttigen we een eenvoudige lunch: een vegetarische couscous, water en een straffe koffie. Achteraf gezien helemaal in lijn met de inhoud van ons gesprek over feminisme, superdiversiteit, duurzaamheid, rechtvaardigheid, veerkracht en opbouwwerk uiteraard!

‘Zit jij daar nog altijd?’ was een vraag die ze regelmatig kreeg.  Het komt inderdaad niet vaak meer voor dat mensen het grootste deel van hun beroepsloopbaan bij één werkgever blijven. ‘En ik bleef  ook in dezelfde functie, da’s helemaal raar. Maar ik had niet de ambitie om directeur te worden. Ik wilde gewoon doen waar ik goed in ben en wat ik graag doe: inhoudelijk werken met mensen, in een goeie omgeving, met veel autonomie en vrijheid, betrokken zijn op het geheel en invloed kunnen uitoefenen.  Na haar studies sociaal werk belandde Rita in ‘haar’ sector. Ze gaf basisopleidingen, vervolmakingscursussen en workshops  rond thema’s en vaardigheden aan honderden, misschien wel meer dan duizend, buurt- en opbouwwerkers. Zij leerden hun ‘stiel’ alleszins voor een deel van haar: projecten opzetten, mét mensen processen afleggen, goed samenwerken en netwerken, onderhandelen , ‘met hoge heren kersen eten’ (beleidsbeïnvloeding) ... maar ook efficiënt vergaderen, omgaan met weerstand, conflicten oplossen, strategisch denken en handelen, positie-bepaling  enz. Zelf versterkt konden deze  basiswerkers mensen in kwetsbare posities nog beter ondersteunen in hun strijd. Want daar deed Rita het voor: meer maatschappelijke impact realiseren; voor haar geen ‘vorming om de vorming’.  Als afscheidsgeschenk kreeg Rita van haar collega’s van Samenlevingsopbouw een hele collectie kleurrijke, handgeschreven boekjes met allerlei herinneringen: persoonlijke dingen, hilarische toestanden, inzichten, filosofische beschouwingen, gedichten,  creatieve schema’s, ... Rita leest en herleest. ‘Ze hadden mij door, ze wisten waar ik met hen naartoe wilde’,  vertrouwt ze me toe. Ze koestert dit kostbaar geschenk'. 

Rita gelooft sterk in het belang van een veilige leeromgeving. ‘In een moeilijke stiel als buurt- of opbouwwerker ben je pas na een vijftal jaar op kruissnelheid. Tot dan moet je jezelf en mekaar leertijd gunnen. Naast ervaring opdoen en vorming spelen persoonlijke ‘leermeesters’ of coaches zeker in die periode een cruciale rol. Ik heb zelf de kans gehad om de stiel te mogen leren. Mijn eerste collega was hierin cruciaal. En later de samenwerking met de collega’s, de leidinggevenden en experten op vlak van leren’.

Ik pols of er in de sector Samenlevingsopbouw (en misschien bij uitbreiding de sociale sector en het middenveld) en in haar job veel veranderd is in de loop der jaren. Hier hoeft Rita niet lang over na te denken. ‘Het tempo is versneld. Waar is de tijd dat we op vrijdagmiddag met de collega’s gezapig stencils maakten en uitraapten voor de cursussen van de volgende week? Ondertussen hadden we gesprekken en discussies om de wereld te veranderen, maar evengoed over de dagelijkse beslommeringen en menselijke besognes. Maar ook de druk is toegenomen: om snel resultaten te boeken en verandering te realiseren en dit terwijl de maatschappelijke problemen zeer complex geworden zijn. Het lijkt alsof een gedegen voorbereiding, analyse en nadenken niet tot hard werken behoren. Ik zag de ingesteldheid bij de basiswerkers ook evolueren: van superkritisch in de jaren ’80 en ’90 van vorige eeuw (!), over meer conformerend en inpassend,  naar opnieuw meer kritisch, activerend en activistisch in denken en doen vandaag’. Rita is ervan overtuigd dat het voor buurt- en opbouwwerkers absoluut noodzakelijk is om continu de maatschappelijke context te ‘lezen’, om de sociaal-economische en maatschappelijke ontwikkelingen, trends en actualiteit op de voet te volgen. En om vervolgens doordacht en creatief mét de mensen ‘op maat’ aan de slag te gaan. ’Met een methodiekenkoffer, mooie materialen en technische snufjes alleen kom je er niet. Ik hoop dat ook de opleidingen sociaal werk studenten voldoende blijven aanzetten tot kritisch denken en strijdbaarheid’.

Als ik er expliciet naar vraag  noemt ze zichzelf een feministe. ‘Zo rond mijn 14de wou ik vrijheid om zelfstandig dingen te doen. Maar dat mocht niet van m’n ouders omdat ik een meisje was en dus meer risico liep. Ik vond dit zeer onrechtvaardig, een aanslag op m’n vrijheid. Ik liet m’n haar kort knippen, trok een ribfluwelen broek aan, wou een man zijn... het hielp niet.  Maar het onrecht, die structurele machtsongelijkheid tussen vrouwen en mannen heeft me nooit meer losgelaten. Toen ik afgestudeerd was wou ik meteen economisch onafhankelijk zijn. Het arbeidsethos dat ik van thuis uit meekreeg zal ook wel meegespeeld hebben. Ik zocht en vond een job die me lag en ik werkte mét plezier een voltijdse en lange  loopbaan voor dezelfde werkgever. Aanvankelijk werkten er veel meer mannen dan vrouwen in de sector Samenlevingsopbouw. In de staf van het ondersteuningsinstituut was ik lang de enige vrouw. De vrouwen stelden o.a. vast dat ze ‘driemaal’ iets moesten zeggen eer er naar hen geluisterd werd. Na contacten met vrouwen in een vergelijkbare Nederlandse organisatie richtten we een werkgroep ‘vrouwen en opbouwwerk’ op. In deze informele werkgroep werd veel werk verzet: casussen inventariseren en bespreken, feiten uit de context  van personeel, bestuur en projecten verzamelen en analyseren , onderzoek en enquêtes,  vorming voor vrouwen, studiedagen voor de sector over diversiteitsbeleid, positieve discriminatie enz. Het was een lerend netwerk avant-la-lettre. Er werd wel eens mee gelachen of denigrerend over gedaan, maar de vrouwen die daar toen bij betrokken waren zeggen ook nu:  ‘Dat is zo belangrijk voor mij geweest’. De (mannelijke) directeur snapte er aanvankelijk niks van, maar na enkele jaren was hij zo overtuigd dat hij met de steun van Miet Smet (toen minister van Arbeid en Tewerkstelling en belast met het beleid van Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen) een onderzoeksproject opzette  dat  de verandering in de sector inluidde: M/V-gelijke kansen bij aanwerving, M/V-quota voor de samenstelling van de Raad van Bestuur, een  diversiteitsbeleid, ... Ondertussen is ook in de sector Samenlevingsopbouw, als laatste na het sociaal en het sociaal cultureel werk,  de vervrouwelijking ingetreden. De zorg voor een goeie mix van mannen en vrouwen is noodzakelijk. Op vlak van etnisch culturele diversiteit is er werk aan de winkel. Er zijn al wel enkele mooie voorbeelden in de sector en recent hebben de Regionale Instituten Samenlevingsopbouw zich geëngageerd voor een diversiteitsbeleid met focus op het etnisch culturele’.

Naar het einde van ons gesprek toe benadrukt Rita het belang van continuïteit en volgehouden inspanning.  ‘Maatschappelijke problemen zijn complex. Je moet op dezelfde nagel blijven kloppen, herhalen, opbouwen, ... om op langere termijn de impact te zien. Precies door zo lang met iets bezig te zijn kan je het verschil maken’.
Alhoewel ze zelf altijd voltijds werkte en een  man en een dochter heeft,  is ze bezorgd over de druk op jonge gezinnen. ‘Beide partners met een volle – vaak eisende- baan, de zorg voor de kinderen, soms ook voor zorgbehoevende familieleden, het huishouden, de stijgende levensduurte, de maatschappelijke verwachtingen, de individuele verzuchtingen... niet zo gemakkelijk om een goed evenwicht en kwaliteit van leven te vinden’.  Dat brengt ons meteen bij het combinatieverhaal  van Femma. Rita is hierin geïnteresseerd, luistert, stelt vragen en wil de evolutie van dit dossier volgen. Ze geeft nog twee tips mee voor Femma:  1. Werk samen met andere partners. Maatschappelijke problemen zijn ingewikkeld. Samen sta je zoveel sterker, kan je zoveel meer bereiken. En 2. Blijf zoeken naar manieren om verbindingen te leggen tussen middenklasse-vrouwen die je relatief gemakkelijk bereikt én maatschappelijk kwetsbare vrouwen. Even pech hebben in het leven en je behoort zelf tot deze groep. Misschien moet je gewoon samen dingen doen. De organisatie kan de lokale groepen daarin stimuleren, praktijken en materiaal aanbieden. Zo draagt Femma bij tot een verbindende, niet veroordelende, sociaal rechtvaardige samenleving’.

Wie is Rita L'Enfant?

Rita werd in 1954 geboren en bracht haar jeugd door in Rotselaar. Ze studeerde voor maatschappelijk werker aan de Sociale Hogeschool in Heverlee. Ze werkte 43 jaar in de sector Samenlevingsopbouw als  vormingsverantwoordelijke in het ondersteuningsinstituut van de sector Samenlevingsopbouw in Brussel. Ze woont met haar man en haar dochter in Schaarbeek. Sinds 1 april is ze voorzitster van Gemeenschapscentrum De Kriekelaar in Schaarbeek.

 

Reacties

Christiane Tansens schreef

Mooi verhaal van iemand die gepassioneerd bezig is met haar job.

Misschien kunnen we daar inspiratie in vinden met onze groep in Sint-Amandsberg.

Goossens schreef

Er zijn beslist mooie bruggen te leggen tussen initiatieven van Samenlevingsopbouw en het lokaal verenigingsleven waar Femma deel van uitmaakt.

Meriem Saissi schreef

Een mooie artikel van een gepassionneerde en inspirerende vrouw!

Weemaels Martine schreef

Proficiat en dank u, Rita.

Reageer