De allereerste 1 mei ging in 1890 over arbeidstijd. Waarom is dat nu niet meer zo?

Op 1 mei vieren we de Dag van de Arbeid door niet te gaan werken. In 1890 - de allereerst Dag van de Arbeid – werkte men ook niet, maar vieren kwam er niet aan te pas. Er waren geen vrolijke optochten; wel stakingen en marsen om een werkdag van 8 uur i.p.v. 13 uur te eisen.
De laatste jaren nam Femma deel aan veel debatten over arbeid en praatten we met veel vrouwen en mannen in verschillende levensfasen en –contexten over werk. Telkens voel je eenzelfde dynamiek.

  • Ten eerste – en dat is niet nieuw - maakt iedereen een niet zo fraaie analyse. Waarom is werk en gezin combineren vaak zo uitputtend? Hoe kan ik kwaliteitsvol blijven werken tot mijn pensioenleeftijd? Hoe verminderen we het aantal langdurig zieken drastisch? Enz.
  • Ten tweede zijn de inhoud en de organisatie van werk bespreekbaar. We hebben het over ‘zinvol werk’, zelfsturing, de kansen en valkuilen van telewerk, … Arbeidstijd of arbeidsduurvermindering zijn veel meer taboe. Praten over minder werken blijkt een inbreuk op de identiteit van de hard werkende Vlaming.
  • Ten derde en meest frappant: ‘Tina’ (There is no alternative) is overal. Het gevoel leeft dat we structureel niet echt iets kunnen veranderen. Voor mensen met veel regelmogelijkheid – vaak de hoger opgeleiden die meer autonomie en flexibiliteit, een groter opvangnetwerk en middelen voor een poetshulp hebben - is combineren een serieuze uitdaging. Voor mensen met weinig regelmogelijkheden – met lagere lonen en flexibel of in ploegen inzetbaar - is het  zwaar ploeteren. Maar na een avond uitwisselen blijf je als gespreksleider met een vreemd gevoel achter want zelfs degenen die echt ploeteren, zien geen alternatief. Vrouwen en mannen vinden hun tijdsbesteding niet goed, leiden er vaak  fysiek of mentaal onder, maar berusten in hun lot. ‘Het is nu eenmaal zo.’ 

Ons arbeidsethos, de status van betaalde arbeid en de angst om iets te verliezen maken dat 1 mei vooral ‘een dagje vrijaf’ blijft. Nochtans zijn er heel wat indicaties dat arbeidstijd een hete angel blijft, ook 130 jaar na de eerste Dag van de Arbeid.

Zo is arbeidstijd  gelinkt aan productiviteit. Tot de jaren ´70 van de vorige eeuw vertaalden we productiviteitsstijging stelstelmatig in collectieve arbeidsduurvermindering. Waarom niet consequent stijgende welvaart blijven vertalen in minder werken? Bovendien leren Mexico of Griekenland ons dat ‘veel uren kloppen’ niet persé leidt tot een hogere productiviteit.
Daarnaast gaat arbeidstijd over tijd. Arbeidstijd bepaalt hoeveel tijd je nog over hebt voor familie, vrienden of hobby´s. Mensen geven in waardenonderzoek aan dat ze werk belangrijk vinden, maar hun naasten èn vrije tijd ook. Deze laasten komen onder druk staan.  Krantenkoppen schreeuwen: ‘In de vakantie zijn we betere ouders’, ‘Ouders houden zich recht met koffie en suiker’, ‘Mantelzorg en betaald werk in concurrentie met elkaar’.
Tenslotte is arbeidstijd sterk gendergekleurd. Mannen doen meer aan betaalde arbeid; vrouwen veel meer aan onbetaalde arbeid. Op het gebied van tijd zijn we niet gelijk, terwijl we gelijkheid van kansen tussen vrouwen en mannen als samenleving hoog in het vaandel dragen.

Om al deze redenen betekent een ‘echte 1 mei’ terug naar de roots gaan met een structureel debat over arbeidstijd.

Reacties

Rita Van Herbruggen schreef

Volledig eens met jullie , ik kan het zelf niet beter formuleren.

Zelf ben ik vanaf het eerste kind thuis gebleven ( er waren toen nog geen onthaalmoeders maar nu is dat financieel , meestal,niet meer mogelijk.Dus moeten er dringend aanpassingen gebeuren !!!

Reageer