Het vrijwilligersgen

Hier is het dan: naar goede traditie, enkele woorden van dank voor de vrijwilligers, inwoners van Vrijwilligersland, door Eva Hambach van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk.

HET VRIJWILLIGERSGEN

Ik zie hoe een dame zich voorover buigt om te morrelen in de goot. Als ik naderbij schrijd, zie ik hoe ze voorzichtig een gekwetst katje optilt en zich erover ontfermt. ‘Kan ik een handje helpen?’ murmel ik, bijna onverstaanbaar. Alsof ik schroom heb om te doen wat ik moet doen: haar helpen bij haar missie. Ze kijkt even op en gaat dan onverstoorbaar verder. Ze bekommert zich niet over wat anderen denken of zeggen; ze is ervan overtuigd dat ze het goede doet. Zacht wikkelt ze het miauwende mormeltje in een handdoek om het naar haar huis, half kattenopvang, te brengen.

Ik zie de tevredenheid op haar gelaat. Het plezier. Het geduld. Specifieke kenmerken, die je – als je goed kijkt – op het gelaat van al wie vrijwilligt kan ontwaren. Bij de vrijwilliger die een persoon met een handicap begeleidt tijdens een uitstap, een doos met etenswaren overhandigt aan een kwetsbare medeburger, vluchtelingenkinderen helpt bij het zoeken naar een huis of om de taal te beheersen. De bestuursvrijwilliger die er een erezaak van maakt om alles volgens de regels van de kunst te doen, de vereniging vooruit te helpen. De vrijwilliger die paraat staat om activiteiten op te zetten.

Vrijwilligers hebben een bijzondere kracht en overtuiging. Ze laten zich niet gemakkelijk van de wijs brengen, niet door wat tegenstand, bedenkingen, tegenslagen. Ze krabbelen altijd weer overeind, en als ze hun vrijwilligers-ei niet hier kwijt kunnen, leggen ze het daar.

Zo simpel is dat.

Vrijwilligers zijn content bij het opwekken van welbevinden bij anderen. Dat is een feit. Er is niemand die hen zegt dat ze moeten doen wat ze doen. Een levenskeuze als het ware. Ik vraag me af hoe dat het komt dat je van die rare wezens hebt, die het geen moeite teveel vinden, hun eigen vaak schaarse tijd te wijden aan anderen, paraat te staan.

Zou er zoiets bestaan als een vrijwilligersgen? Een bijzonder constructie in het DNA van wie we vrijwilligers noemen, die het goed doen in hen triggert, ondanks alles. Ik vermoed van wel. Er zijn mensen die vrijwilligerswerk met de paplepel toegediend krijgen; er zijn er die het op zichzelf ontdekken.

Het is absoluut hardnekkig, dat vrijwilligersgen, en dat is ook noodzakelijk in een wereld die killer, zakelijker, harder wordt. En je kan er anderen mee besmetten. Wie het gen ooit activeerde, kan en wil het nooit meer inactiveren.

Dat maakt jou, vrijwilliger sterk. Voor die voortdurend inzet, het geduld, de kracht om door te gaan, willen we je, elke dag – en zeker vandaag – danken. Je bent onmisbaar om van de wereld een schonere plek te maken.

Dank je wel. Leve het vrijwilligersgen!

Eva Hambach, directeur Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw

Reageer